Al veertig jaar schrijf ik brieven, verslagen, cursussen, lezingen, presentaties, artikelen en columns om meer belasting in de schatkist te brengen. Het is mijn werk en het lukt nog vaak ook. Het is nochtans niet onze opdracht in elke belastingzaak zo veel mogelijk binnen te halen, wel om de juiste belasting te berekenen. Een goed resultaat voor de inspecteur mag niet het gevolg zijn van zijn onverzettelijkheid of zijn verdraagzaamheid, maar van zijn verstandige keuzes. Maar precies daar is het bij de belastingdienst sinds een tiental jaren steeds meer fout gaan lopen.
...

Al veertig jaar schrijf ik brieven, verslagen, cursussen, lezingen, presentaties, artikelen en columns om meer belasting in de schatkist te brengen. Het is mijn werk en het lukt nog vaak ook. Het is nochtans niet onze opdracht in elke belastingzaak zo veel mogelijk binnen te halen, wel om de juiste belasting te berekenen. Een goed resultaat voor de inspecteur mag niet het gevolg zijn van zijn onverzettelijkheid of zijn verdraagzaamheid, maar van zijn verstandige keuzes. Maar precies daar is het bij de belastingdienst sinds een tiental jaren steeds meer fout gaan lopen. In de jaren tachtig was ik hoofdcontroleur in een kleine stad. De medewerkers moesten twintigduizend aangiften nakijken. In 95 procent van de gevallen konden we zeggen dat die in orde waren. Toen gingen de meeste klanten tevreden bij ons buiten, want voor hooguit duizend aangiften moest een rechtzetting gebeuren. Het was zaak die verstandig uit te kiezen. Nu worden in die stad misschien nog vijfhonderd aangiften uitgekozen, allemaal centraal geselecteerd. De controleur, die nog slechts een adviseur is, kan nauwelijks nog zeggen dat het goed is. Er valt niet meer te kiezen. Bijna niemand van die vijfhonderd ongelukkigen gaat nog opgelucht buiten.Dat is helemaal fout, maar daar wil ik het verder niet over hebben. Nu het aangifteseizoen weer aangebroken is, is iedereen op zoek naar de juiste belasting, maar toch vooral als dat minder betekent dan de volle pot. "Betaal de fiscus niet te veel." In de overdaad aan adviezen is het moeilijk nog een goede raad te vinden die niet talloze keren geschreven is. En toch denk ik dat ik nog iets heb. Er is zelfs iets van een algemene regel in te vinden, en die luidt: uw belasting is lager als u voor uw inkomen niet hebt moeten werken. U kunt dat verkeerd vinden, maar toch zoeken we naar de juiste belasting.Ik herinner me een oude zaak, mijn allereerste dossier dat tot voor het Hof van Cassatie geraakt is (17 februari 1989). Een man en een vrouw, broer en zus, hadden hun bedrijfje voor toelevering aan de scheepvaart verkocht aan een groot buitenlands bedrijf. Ze kregen naast de gewone prijs een behoorlijke niet-concurrentievergoeding. In juridische termen was die een vergoeding voor de verbintenis een handelsactiviteit niet meer uit te oefenen, of een betaling om niet meer te werken. Die waren ze vergeten aan te geven. De algemene strekking in de administratie was dat zoiets een beroepsinkomen was, maar ik zag de juiste belasting in het lagere tarief op diverse inkomsten. Vele jaren later heeft de hoogste rechtsinstantie dat bevestigd. Dat arrest is nog altijd terug te vinden in de administratieve commentaar 90.7.2.10 °. Tegenwoordig worden die prestatiebedingen bij de verkoop van een bedrijf opgenomen in de verkoop van de aandelen en wordt gevonden dat de hele verkoopprijs een belastingvrije meerwaarde oplevert. Ten onrechte, want je moet ook niet overdrijven in het zoeken naar de juiste belasting.Als een werknemer een niet-concurrentievergoeding krijgt, is dat uitdrukkelijk wél een beroepsinkomen (commentaar 171/271). Het inkomen vloeit voort uit de arbeidsovereenkomst of de statutaire arbeidsverhouding. Maar gelukkig is ook dat belastbaar tegen een lager tarief, onder de categorie 'vergoedingen bij stopzetting van arbeid'. De rubriek van de opzeggingsvergoedingen, code 308 op de aangifte, blijkt heel breed te zijn. Het is niet alleen van toepassing bij de volledige stopzetting van de arbeidsverhouding, maar ook bij een onderbreking of een schorsing. Dat wil zeggen: een stopzetting van arbeid, die mogelijk tijdelijk kan zijn. Haha! Wij gaan dus zelf ook voor de juiste belasting. Maar ook hier waarschuwt de administratieve commentaar voor overdrijvingen. Vergoedingen voor morele schade zijn in principe helemaal belastingvrij, ook als ze uit een arbeidsverhouding voortkomen. Dat gaat dan om "aantasting van de eer en de goede faam, pijn en fysieke beproevingen en krenking van gevoelens". Het zou nogal wat geven als mensen daarvoor belastingvrij kunnen worden betaald. Daarom aanvaardt de administratie dat enkel als een arbeidsrechtbank die toekent (commentaar 171/283). De fiscus kan mensen op ideeën brengen.