De studie van het Planbureau heeft betrekking op de periode 2008 tot 2019. In die periode stegen de totale milieubelastingen van 8,1 miljard euro tot 12,6 miljard euro. Er was een onafgebroken stijgend verloop, maar hun aandeel in de totale belastingen viel vanaf 2016 wel stil.

Energiebelastingen maken gemiddeld het grootste deel (68 procent) uit van de Belgische milieubelastingen. Daarna volgen transportbelastingen (gemiddeld 27 procent), terwijl de belasting op vervuiling slechts verantwoordelijk was voor 5 procent van de milieubelastingen, en de belastingen op hulpbronnen minder dan 1 procent uitmaken.

In de periode 2008-2019 is er ook een verschuiving geweest van de verdeling per categorie van belastingbetaler. In 2008 betaalden de gezinnen 43 procent van de milieubelastingen, tegen 2019 was dat al 50 procent. Het aandeel van de bedrijven in de totale milieubelastingen daalde daarentegen van 56 procent in 2008 naar 49 procent in 2019. Hert aandeel van de gezinnen bij de betaling van accijnzen op minerale olieën (benzine, diesel, stookolie,...) nam toe, terwijl bedrijven hun aandeel zagen dalen.

Daarnaast was er nog onder meer de federale toeslag voor offshore windenergie en de Vlaamse energieheffing (voor de financiering van groenestroomcertificaten) die de energiebelastingen deden stijgen. De kilometerheffing voor vrachtwagens is een retributie en geen belasting, en dus wordt die niet beschouwd als een transportbelasting. Het aandeel van de gezinnen in de transportbelasting nam de laatste jaren nog licht toe. Voor wat de vervuilingsbelastingen betreft, dragen gezinnen en bedrijven ongeveer evenveel bij, klinkt het nog.

De studie van het Planbureau heeft betrekking op de periode 2008 tot 2019. In die periode stegen de totale milieubelastingen van 8,1 miljard euro tot 12,6 miljard euro. Er was een onafgebroken stijgend verloop, maar hun aandeel in de totale belastingen viel vanaf 2016 wel stil.Energiebelastingen maken gemiddeld het grootste deel (68 procent) uit van de Belgische milieubelastingen. Daarna volgen transportbelastingen (gemiddeld 27 procent), terwijl de belasting op vervuiling slechts verantwoordelijk was voor 5 procent van de milieubelastingen, en de belastingen op hulpbronnen minder dan 1 procent uitmaken.In de periode 2008-2019 is er ook een verschuiving geweest van de verdeling per categorie van belastingbetaler. In 2008 betaalden de gezinnen 43 procent van de milieubelastingen, tegen 2019 was dat al 50 procent. Het aandeel van de bedrijven in de totale milieubelastingen daalde daarentegen van 56 procent in 2008 naar 49 procent in 2019. Hert aandeel van de gezinnen bij de betaling van accijnzen op minerale olieën (benzine, diesel, stookolie,...) nam toe, terwijl bedrijven hun aandeel zagen dalen.Daarnaast was er nog onder meer de federale toeslag voor offshore windenergie en de Vlaamse energieheffing (voor de financiering van groenestroomcertificaten) die de energiebelastingen deden stijgen. De kilometerheffing voor vrachtwagens is een retributie en geen belasting, en dus wordt die niet beschouwd als een transportbelasting. Het aandeel van de gezinnen in de transportbelasting nam de laatste jaren nog licht toe. Voor wat de vervuilingsbelastingen betreft, dragen gezinnen en bedrijven ongeveer evenveel bij, klinkt het nog.