Na een jarenlange voorbereiding en evenveel overleg, trad de regeling rond de witte kassa op 1 juli 2016 in werking. Het systeem zag het levenslicht in het kader van de strijd tegen zwartwerk en fraude. Het Rekenhof ging na of de fiscus efficiënt controleert en of het systeem effectief een positief effect heeft gehad op de bestrijding van de fiscale fraude in de sector.

De regeling houdt in dat elke horecazaak die meer dan 25.000 euro jaaromzet haalt uit restaurant- en cateringdiensten, verplicht is via de witte kassa een btw-kasticket uit te reiken voor alles wat te maken heeft met het verstrekken van maaltijden en de dranken. Het Rekenhof stelde vast dat de regels gedetailleerd zijn uitgewerkt en uitvoerig werden toegelicht.

Toch blijkt de regelgeving complex en moeilijk controleerbaar. Zo rijzen er interpretatieproblemen bij de controle op de omzetdrempel van 25.000 euro. Dat geldt bijvoorbeeld bij horecazaken die zowel verbruik ter plaatse als meeneemmaaltijden aanbieden. Bovendien brengen de controle op de omzetdrempel en het uitreiken van het kasticket met zich mee dat een controle ter plaatse noodzakelijk is. Ook de wettelijke uitzonderingen, zoals voor hotels, laten de deur open voor misbruik.

Het Rekenhof ziet ook onduidelijkheid over het toepassingsgebied en de cumulatie van de verschillende sancties bij inbreuken. In minstens 10 procent van de gevallen bleken de opgelegde boetes overigens lager te liggen dan het wettelijke minimumbedrag. De witte kassa bevat volgens het Rekenhof voldoende technische waarborgen om fraude door manipulatie van kassagegevens achteraf makkelijk te kunnen vaststellen. Dat neemt niet weg dat fraude door het niet ingeven van transacties of bestellingen steeds mogelijk blijft, zolang de klant zijn ticket niet expliciet vraagt.

Sensibiliseringcampagnes in de media kunnen volgens het Rekenhof helpen het bewustzijn van de consument te verhogen. Ook moet de drempel om klacht in te dienen omlaag. Om de evolutie van de omzet tussen zaken met of zonder witte kassa te kunnen vergelijken, raadt het Rekenhof de fiscus aan werk te maken van een betrouwbare meetmethode om de impact op de fiscale fraude en ontvangsten te evalueren.