De Belgische personenbelasting hangt met spuug en paktouw aaneen. Het is een echte koterij. Ooit was het nochtans een coherente belasting. Maar decennialang visieloos politiek gerommel en lobbyfiscaliteit hebben hun tol geëist. De zesde staatshervorming was de doodsteek. Sedertdien vindt geen kat er haar jongen in terug. Ook spant België mondiaal de kroon met de belastingdruk op arbeid. De belastingdruk op werkenden is degoutant hoog. Dat vindt eigenlijk iedereen. Iedereen schuift als oplossing een taxshift naar voren. Door voordeelregimes af te schaffen wordt budgettaire ruimte gecreëerd om de belasting op arbeid algemeen te verlagen.

De taxshift veronderstelt dus een grondige snoeibeurt in vrijstellingen en belastingverminderingen. Dat is het perfecte moment om de personenbelasting weer te kalibreren. Maar talloze heilige huisjes moeten sneuvelen. Denk aan de belasting op reële huurinkomsten, het fiscale regime voor het spaarboekje of een meerwaardebelasting. Voordeelregimes afschaffen raakt kiezers. Die gedachte werkt verlammend op onze beroepspolitici. Geld uitgeven is gemakkelijk. Voordelen afnemen blijkt schier onmogelijk te zijn.

Op een betekenisvolle verlaging van de belastingdruk op arbeid hoeven we voorlopig niet te hopen.

Hoe de taxshift kan gebeuren, is al volledig becijferd door de Hoge Raad van Financiën. Het volstaat dat de politiek een keuze maakt uit een menu aan kant-en-klaar uitgewerkte hervormingsscenario's. Op een aantal congressen liet minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) daarover onlangs in zijn kaarten kijken. Veel blijk van ambitie geeft hij niet. Pas volgend jaar zou hij met een blauwdruk van een fiscale hervorming komen. Die zou de nieuwe fiscaliteit tegen 2030 definitief moeten regelen. Met dat ambitieloze tijdpad gooit de minister impliciet de handdoek in de ring. De blauwdrukken zijn al sinds begin 2020 klaar. Waarop wachten we? Met verkiezingen in 2024 in het achterhoofd is een loutere blauwdruk in 2022 gewoon veel te laat.

Op een betekenisvolle verlaging van de belastingdruk op arbeid hoeven we voorlopig dus niet te hopen. Intussen kunnen we ons verwachten aan een veelheid van pogingen om extra belastingen te innen. Of die pogingen succesvol zijn, hangt af van hoe het politiek wordt gespind. Het klimaat, de fiscale rechtvaardigheid en de bestrijding van misbruiken zijn veelgebruikte argumenten om belastingen te verhogen. Maar daaraan wordt geen daling van de belasting op arbeid gekoppeld. De algemene belastingdruk verhoogt gewoon. Van een taxshift is geen sprake.

Recente voorbeelden zijn legio. In november suggereerde Van Peteghem nog dat een hogere belasting op inkomsten uit de verhuur van onroerend goed geen taboe mag zijn. In oktober deed zijn partijgenoot Steven Matheï zijn duit in het zakje. Voor hem moet de anomalie van het voordeel van alle aard op tweede verblijven in vennootschappen worden aangepakt. In september vond men bij CD&V, geflankeerd door Groen en Vooruit, dat het belastingvoordeel op tweede verblijven op de schop moest. In de grote vakantie tackelde de minister in zijn actieplan tegen fraude het gebruik van auteursrechten. Intussen zal de onlangs aangenomen grote hervorming van de autofiscaliteit ongetwijfeld het klimaat ten goede komen, maar zeker ook de Belgische schatkist.

En zo doet deze regering wat alle voorgaande hebben gedaan: pappen en nathouden. De algemene belastingdruk en het overheidsbeslag sluipen daardoor langzaam maar zeker omhoog. Die perfide evolutie zal duren tot er een regering komt die vijf minuten politieke moed heeft. In Brussel, Halle en Vilvoorde weten ze dat vijf minuten heel lang kunnen duren.

De Belgische personenbelasting hangt met spuug en paktouw aaneen. Het is een echte koterij. Ooit was het nochtans een coherente belasting. Maar decennialang visieloos politiek gerommel en lobbyfiscaliteit hebben hun tol geëist. De zesde staatshervorming was de doodsteek. Sedertdien vindt geen kat er haar jongen in terug. Ook spant België mondiaal de kroon met de belastingdruk op arbeid. De belastingdruk op werkenden is degoutant hoog. Dat vindt eigenlijk iedereen. Iedereen schuift als oplossing een taxshift naar voren. Door voordeelregimes af te schaffen wordt budgettaire ruimte gecreëerd om de belasting op arbeid algemeen te verlagen. De taxshift veronderstelt dus een grondige snoeibeurt in vrijstellingen en belastingverminderingen. Dat is het perfecte moment om de personenbelasting weer te kalibreren. Maar talloze heilige huisjes moeten sneuvelen. Denk aan de belasting op reële huurinkomsten, het fiscale regime voor het spaarboekje of een meerwaardebelasting. Voordeelregimes afschaffen raakt kiezers. Die gedachte werkt verlammend op onze beroepspolitici. Geld uitgeven is gemakkelijk. Voordelen afnemen blijkt schier onmogelijk te zijn. Hoe de taxshift kan gebeuren, is al volledig becijferd door de Hoge Raad van Financiën. Het volstaat dat de politiek een keuze maakt uit een menu aan kant-en-klaar uitgewerkte hervormingsscenario's. Op een aantal congressen liet minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) daarover onlangs in zijn kaarten kijken. Veel blijk van ambitie geeft hij niet. Pas volgend jaar zou hij met een blauwdruk van een fiscale hervorming komen. Die zou de nieuwe fiscaliteit tegen 2030 definitief moeten regelen. Met dat ambitieloze tijdpad gooit de minister impliciet de handdoek in de ring. De blauwdrukken zijn al sinds begin 2020 klaar. Waarop wachten we? Met verkiezingen in 2024 in het achterhoofd is een loutere blauwdruk in 2022 gewoon veel te laat. Op een betekenisvolle verlaging van de belastingdruk op arbeid hoeven we voorlopig dus niet te hopen. Intussen kunnen we ons verwachten aan een veelheid van pogingen om extra belastingen te innen. Of die pogingen succesvol zijn, hangt af van hoe het politiek wordt gespind. Het klimaat, de fiscale rechtvaardigheid en de bestrijding van misbruiken zijn veelgebruikte argumenten om belastingen te verhogen. Maar daaraan wordt geen daling van de belasting op arbeid gekoppeld. De algemene belastingdruk verhoogt gewoon. Van een taxshift is geen sprake. Recente voorbeelden zijn legio. In november suggereerde Van Peteghem nog dat een hogere belasting op inkomsten uit de verhuur van onroerend goed geen taboe mag zijn. In oktober deed zijn partijgenoot Steven Matheï zijn duit in het zakje. Voor hem moet de anomalie van het voordeel van alle aard op tweede verblijven in vennootschappen worden aangepakt. In september vond men bij CD&V, geflankeerd door Groen en Vooruit, dat het belastingvoordeel op tweede verblijven op de schop moest. In de grote vakantie tackelde de minister in zijn actieplan tegen fraude het gebruik van auteursrechten. Intussen zal de onlangs aangenomen grote hervorming van de autofiscaliteit ongetwijfeld het klimaat ten goede komen, maar zeker ook de Belgische schatkist. En zo doet deze regering wat alle voorgaande hebben gedaan: pappen en nathouden. De algemene belastingdruk en het overheidsbeslag sluipen daardoor langzaam maar zeker omhoog. Die perfide evolutie zal duren tot er een regering komt die vijf minuten politieke moed heeft. In Brussel, Halle en Vilvoorde weten ze dat vijf minuten heel lang kunnen duren.