De afgelopen weken zijn we met z'n allen in ons kot gebleven. We hebben thuis gewerkt en van reizen was al helemaal geen sprake. We hebben geroeid met de riemen die we hadden. Zo goed en zo kwaad als het kon. Voor sommige banen lukt dat helemaal niet, voor andere veel beter. Thuis- en telewerk vervangen het werk op de werkvloer. Maakt dat een verschil, op afstand inloggen in een vergadering of fysiek aanwezig zijn? Het verrassende antwoord is dat het er in een aantal gevallen inderdaad toe doet. Vooral in de internationale fiscaliteit, maar het is ook belangrijk voor particulieren en vennootschappen.

Nationaliteit is in de regel geen criterium om te bepalen in welk land particulieren en vennootschappen belasting moeten betalen. Dat is het fiscale rijksinwonerschap wel. Voor particulieren is dat de plaats waar ze hoofdzakelijk verblijven en waar ze het centrum van hun belangen hebben. Fysieke aanwezigheid speelt daarin een belangrijke rol. Na de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland enkele processen gevoerd over de vraag of het gedwongen verblijf in een Duits concentratiekamp aanleiding gaf tot een wijziging van het rijksinwonerschap van de gevangene. Ook nu zullen er zich enkele opmerkelijke gevallen voordoen, waarbij discussies over het rijksinwonerschap kunnen ontstaan naar aanleiding van een al dan niet gedwongen langer verblijf in een ander land.

Onze belastingadministratie moet een duidelijk standpunt innemen over hoe zij deze crisisperiode fiscaal zal interpreteren.

Ook vennootschappen wordt een rijksinwonerschap toegedicht. Voor vennootschappen is een van de belangrijkste criteria de plaats waar het bestuur is gesitueerd en waar haar organen functioneren. Een klassieke benadering gaat uit van een fysieke aanwezigheid. In het recente verleden hebben enkele vennootschappen het aan de stok gekregen met de fiscus over het rijksinwonerschap. Omdat ze niet afdoende konden bewijzen dat de bestuurders en de aandeelhouders fysiek aanwezig waren op de raden van bestuur en de algemene vergadering, waar zij volgens de notulen aanwezig moeten zijn. Als de televergadering de nieuwe norm is, kan het niet anders dan dat de definities om het rijksinwonerschap te bepalen, worden aangepast.

Maar er dienen zich nog prangende problemen aan over de fysieke aanwezigheid. Een rijksinwoner wordt belast op zijn wereldwijde inkomen, ook als hij in een ander land werkt. Op die regel bestaat een belangrijke uitzondering: de 183 dagenregel. Als een werknemer meer dan 183 dagen fysiek in een bepaald land werkt, is hij voor dat inkomen aan de belastingen van dat land onderworpen. Fysieke aanwezigheid in het land waar hij werkt, is een essentieel begrip voor de interpretatie van de 183 dagenregel. Als thuis- en telewerken de nieuwe norm worden, moet ook een nieuwe invulling worden gegeven aan die regel die tussen de werkgever en de werknemer wordt afgesproken.

Er is dus zowel een acute als een structurele nood te lenigen. Acuut moet worden bekeken op welke wijze de beperkingen van de coronacrisis moeten worden geïnterpreteerd, het liefst in overeenstemming met de regels die andere landen daarover al in het leven hebben geroepen. Op zijn minst moet onze belastingadministratie een duidelijk standpunt innemen over hoe zij deze crisisperiode fiscaal zal interpreteren.

En meer structureel, als telewerk het nieuwe normaal wordt, dan is er nog werk aan de winkel voor onze nationale en internationale beleidsmakers. Maar naast de inspiratie en de transpiratie die zij daarvoor aan de dag moeten leggen, is er voor hen wel goed nieuws. Of de ministers tijdens hun werk fysiek aanwezig zijn in het parlement of op hun kabinet, dan wel telewerken, hun inkomsten zijn altijd belastbaar in België. Ongeacht de plaats waar ze werken, zelfs vanuit het buitenland. Dat is netjes en heel duidelijk in de internationale dubbelbelastingverdragen vastgelegd.

De afgelopen weken zijn we met z'n allen in ons kot gebleven. We hebben thuis gewerkt en van reizen was al helemaal geen sprake. We hebben geroeid met de riemen die we hadden. Zo goed en zo kwaad als het kon. Voor sommige banen lukt dat helemaal niet, voor andere veel beter. Thuis- en telewerk vervangen het werk op de werkvloer. Maakt dat een verschil, op afstand inloggen in een vergadering of fysiek aanwezig zijn? Het verrassende antwoord is dat het er in een aantal gevallen inderdaad toe doet. Vooral in de internationale fiscaliteit, maar het is ook belangrijk voor particulieren en vennootschappen. Nationaliteit is in de regel geen criterium om te bepalen in welk land particulieren en vennootschappen belasting moeten betalen. Dat is het fiscale rijksinwonerschap wel. Voor particulieren is dat de plaats waar ze hoofdzakelijk verblijven en waar ze het centrum van hun belangen hebben. Fysieke aanwezigheid speelt daarin een belangrijke rol. Na de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland enkele processen gevoerd over de vraag of het gedwongen verblijf in een Duits concentratiekamp aanleiding gaf tot een wijziging van het rijksinwonerschap van de gevangene. Ook nu zullen er zich enkele opmerkelijke gevallen voordoen, waarbij discussies over het rijksinwonerschap kunnen ontstaan naar aanleiding van een al dan niet gedwongen langer verblijf in een ander land.Ook vennootschappen wordt een rijksinwonerschap toegedicht. Voor vennootschappen is een van de belangrijkste criteria de plaats waar het bestuur is gesitueerd en waar haar organen functioneren. Een klassieke benadering gaat uit van een fysieke aanwezigheid. In het recente verleden hebben enkele vennootschappen het aan de stok gekregen met de fiscus over het rijksinwonerschap. Omdat ze niet afdoende konden bewijzen dat de bestuurders en de aandeelhouders fysiek aanwezig waren op de raden van bestuur en de algemene vergadering, waar zij volgens de notulen aanwezig moeten zijn. Als de televergadering de nieuwe norm is, kan het niet anders dan dat de definities om het rijksinwonerschap te bepalen, worden aangepast.Maar er dienen zich nog prangende problemen aan over de fysieke aanwezigheid. Een rijksinwoner wordt belast op zijn wereldwijde inkomen, ook als hij in een ander land werkt. Op die regel bestaat een belangrijke uitzondering: de 183 dagenregel. Als een werknemer meer dan 183 dagen fysiek in een bepaald land werkt, is hij voor dat inkomen aan de belastingen van dat land onderworpen. Fysieke aanwezigheid in het land waar hij werkt, is een essentieel begrip voor de interpretatie van de 183 dagenregel. Als thuis- en telewerken de nieuwe norm worden, moet ook een nieuwe invulling worden gegeven aan die regel die tussen de werkgever en de werknemer wordt afgesproken.Er is dus zowel een acute als een structurele nood te lenigen. Acuut moet worden bekeken op welke wijze de beperkingen van de coronacrisis moeten worden geïnterpreteerd, het liefst in overeenstemming met de regels die andere landen daarover al in het leven hebben geroepen. Op zijn minst moet onze belastingadministratie een duidelijk standpunt innemen over hoe zij deze crisisperiode fiscaal zal interpreteren.En meer structureel, als telewerk het nieuwe normaal wordt, dan is er nog werk aan de winkel voor onze nationale en internationale beleidsmakers. Maar naast de inspiratie en de transpiratie die zij daarvoor aan de dag moeten leggen, is er voor hen wel goed nieuws. Of de ministers tijdens hun werk fysiek aanwezig zijn in het parlement of op hun kabinet, dan wel telewerken, hun inkomsten zijn altijd belastbaar in België. Ongeacht de plaats waar ze werken, zelfs vanuit het buitenland. Dat is netjes en heel duidelijk in de internationale dubbelbelastingverdragen vastgelegd.