Het gaat Vlaanderen budgettair voor de wind. De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Mathias Diependaele (N-VA), klopte zich daarvoor op de borst. Vlaanderen boekt een overschot van 275 miljoen euro op een budget van 45 miljard. Dat is zeker een goede zaak. Dat het overschot aan schuldafbouw wordt besteed, is ook prima.
...

Het gaat Vlaanderen budgettair voor de wind. De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Mathias Diependaele (N-VA), klopte zich daarvoor op de borst. Vlaanderen boekt een overschot van 275 miljoen euro op een budget van 45 miljard. Dat is zeker een goede zaak. Dat het overschot aan schuldafbouw wordt besteed, is ook prima. Diezelfde minister diende begin november 2019 de meerjarenbegroting voor de periode 2019-2024 in. Daarin lichtte hij de financiële gevolgen van de beleidskeuzes toe. Uiteraard zijn er altijd winnaars en verliezers. En dus was er vuurwerk bij de publicatie. Denk maar aan de heisa in de culturele en de non-profitsector. Om de heisa voor te zijn, wordt veel gespind. De waarheid wordt dan in een aantrekkelijker kleedje gestoken, of zelfs vakkundig weggemoffeld. De afschaffing van de woonbonus was volgens de Vlaamse regering bijvoorbeeld geen belastingverhoging. Dat is uiteraard niet juist. Als burgers minder overhouden en de Vlaamse overheid meer, is dat een belastingverhoging. Moeilijker moet je het niet maken. Door de aandacht voor de afschaffing van de woonbonus is de situatie van de rechtspersonen onderbelicht gebleven. Rechtspersonen zijn bijvoorbeeld vennootschappen, vzw's en stichtingen. Aangezien de Vlaamse regering een centrumrechtse coalitie is (N-VA, CD&V en Open Vld), zou je verwachten dat ze de ondernemingen wat ontziet. Dat is niet gebeurd. De ondernemingen krijgen de komende jaren een bijzonder zware belastingverhoging te verteren. De onroerende voorheffing verveelvoudigt door de afschaffing van een belangrijk belastingkrediet.Het is vreemd dat daar geen haan naar kraait. Het gespin in de meerjarenbegroting, samen met techniciteit van de materie, hebben hun werk gedaan. Net zoals bij de afschaffing van de woonbonus zal worden geargumenteerd dat de afschaffing van een belastingkrediet geen belastingverhoging is. Maar de Vlaamse ondernemingen zullen wel een gepeperde aanslag onroerende voorheffing voor de kiezen krijgen. De opbrengst belandt in de zakken van alle Vlaamse beleidsniveaus: gewest, gemeenschap, provincie en gemeente.De basis van de onroerende voorheffing is het kadastraal inkomen of de jaarlijkse brutohuurwaarde van elk onroerend goed in 1976. Omdat dat bijna vijftig jaar geleden is, wordt het kadastraal inkomen sinds de jaren negentig geïndexeerd. Los van vrijstellingen en verminderingen heft Vlaanderen jaarlijks 3,97 procent van dat geïndexeerde kadastraal inkomen. Dat lijkt niet veel, maar dat is het uiteindelijk wel. De gemeentes en de provincies verhogen dat bedrag met zogenoemde opcentiemen. Daardoor wordt de verschuldigde belasting soms wel vertienvoudigd. Rechtspersonen kregen in Vlaanderen een belastingkrediet van 2,5 procent. Daardoor betaalden zij 1,47 procent van het geïndexeerde kadastraal inkomen als onroerende voorheffing (3,97% verminderd met 2,5%). Nu dat krediet grotendeels wegvalt, betalen rechtspersonen voortaan de volle 3,97 procent onroerende voorheffing. De ondernemingen zullen binnenkort even moeten slikken als het aanslagbiljet van de onroerende voorheffing in de bus valt.In de meerjarenbegroting vind je die grote verhoging evenwel amper terug. Er staat wel in te lezen dat Vlaanderen de ondernemingen fiscaal wil ondersteunen. Hoe dat te rijmen valt met een substantiële belastingverhoging, die werkelijk alle Vlaamse ondernemingen treft, is geheel onduidelijk. Maar we weten al langer dat de boer op zijn ganzen moet letten, als de vos de passie preekt.