Nu er stilaan licht aan het einde van de coronatunnel begint te schijnen, wordt ook duidelijk welk budgettair slagveld de crisis heeft veroorzaakt. De overheid heeft door de lockdown en het stilleggen van de economie nooit geziene maatregelen moeten nemen. We kunnen nog lang discussiëren over de vraag of alle maatregelen wel even verstandig waren, feit is dat de overheden hun verantwoordelijkheid hebben genomen.

De Europese Commissie heeft een herstelplan van 750 miljard euro klaar. De federale overheid heeft de afgelopen maanden gezinnen en zelfstandigen overeind gehouden met een versoepeling van de regels voor de tijdelijke werkloosheid van werknemers en het crisisoverbruggingsrecht voor zelfstandigen. De gewesten hebben bedrijven die de deuren moesten sluiten, ondersteund met de hinderpremie. Het Vlaams Gewest heeft de compensatievergoeding ingevoerd voor bedrijven die meer dan 60 procent van hun omzet verloren zagen gaan.

Er zijn ook heel wat fiscale maatregelen genomen. Bedrijven kregen uitstel van betaling voor belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Belangrijker zijn de rechtstreekse fiscale maatregelen. Zo werd federaal een btw-verlaging voor de horeca ingevoerd en hebben heel wat gemeenten belastingverminderingen toegekend.

Bovendien heeft de federale regering aangekondigd de gewestelijke hinderpremies vrij te stellen van inkomstenbelasting, een carry back-mechanisme voor verliezen in te voeren, bedrijven toe te laten een wederopbouwreserve aan te leggen, een covid-taxshelter in te voeren, de investeringsaftrek en de beroepsmatige aftrek van evenementkosten te verhogen, en de aftrekbaarheid van giften op te trekken. Het Vlaams Gewest heeft ook al beslist een Welvaartfonds op te richten om bedrijven te ondersteunen. Wie in dat fonds investeert, krijgt een belastingvermindering. Ook zal de regeling voor de win-winlening worden uitgebreid tot win-winaandelen voor wie kapitaal aan bedrijven verschaft.

Naast besparingen zullen ook nieuwe belastingen een noodzaak zijn.

Dat zijn de waardevolle initiatieven, maar ze hebben een budgettaire kostprijs. Vorig week raakte bekend dat de teller van de coronasteun al op 50 miljard euro staat. Dat betekent dat de komende volwaardige regering zal starten met een begrotingstekort van 11 procent en een schuldgraad van 119 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De logische vraag is hoe we dat gaan financieren.

Om te beginnen moeten we ervoor zorgen dat de steun gaat naar diegenen die het nodig hebben. Dat is niet altijd het geval, getuige de vele verhalen over misbruiken met coronasteun. Daarnaast moet worden gewaakt over vragen van allerlei lobbygroepen die het een of andere voordeel willen binnenhalen. Zo deed KBC-topman Johan Thys een oproep om de bankenbelastingen te herzien, omdat de banken volop meewerken aan de steunmaatregelen. Zulke zaken zijn nu niet aan de orde.

Zal economische groei het budgettaire gat dichten? Sommige economen menen van wel, maar de Nationale Bank liet weten dat we de komende jaren met een begrotingstekort van 6 procent zullen afsluiten. Als de vorige regering met de economische wind in de zeilen een tekort van 12 miljard had, hoe gaan we dan 50 miljard rechttrekken? Besparen op het overheidsapparaat is een verleidelijke gedachte, maar een echte kostenefficiëntie zal pas mogelijk zijn als er een nieuwe staatshervorming wordt doorgevoerd, en die is nog niet voor morgen.

Is crisisfiscaliteit een oplossing? In een land waar de belastingdruk al het plafond heeft bereikt, is dat niet vanzelfsprekend, maar het wordt duidelijk dat naast besparingen ook nieuwe belastingen een noodzaak zullen zijn. De Europese Commissie heeft aangekondigd dat ze haar steunplan zal financieren met nieuwe belastingen, zoals een digitaks. In eigen land circuleren ideeën om een rijkentaks in te voeren.

Het is aan de volgende regering om klaarheid te scheppen. Dat we de coronacrisis medisch en economisch zullen overwinnen, daar mogen we vertrouwen in hebben. Maar of we ook de budgettaire crisis makkelijk zullen bedwingen, dat is een ander verhaal.

Nu er stilaan licht aan het einde van de coronatunnel begint te schijnen, wordt ook duidelijk welk budgettair slagveld de crisis heeft veroorzaakt. De overheid heeft door de lockdown en het stilleggen van de economie nooit geziene maatregelen moeten nemen. We kunnen nog lang discussiëren over de vraag of alle maatregelen wel even verstandig waren, feit is dat de overheden hun verantwoordelijkheid hebben genomen. De Europese Commissie heeft een herstelplan van 750 miljard euro klaar. De federale overheid heeft de afgelopen maanden gezinnen en zelfstandigen overeind gehouden met een versoepeling van de regels voor de tijdelijke werkloosheid van werknemers en het crisisoverbruggingsrecht voor zelfstandigen. De gewesten hebben bedrijven die de deuren moesten sluiten, ondersteund met de hinderpremie. Het Vlaams Gewest heeft de compensatievergoeding ingevoerd voor bedrijven die meer dan 60 procent van hun omzet verloren zagen gaan. Er zijn ook heel wat fiscale maatregelen genomen. Bedrijven kregen uitstel van betaling voor belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Belangrijker zijn de rechtstreekse fiscale maatregelen. Zo werd federaal een btw-verlaging voor de horeca ingevoerd en hebben heel wat gemeenten belastingverminderingen toegekend.Bovendien heeft de federale regering aangekondigd de gewestelijke hinderpremies vrij te stellen van inkomstenbelasting, een carry back-mechanisme voor verliezen in te voeren, bedrijven toe te laten een wederopbouwreserve aan te leggen, een covid-taxshelter in te voeren, de investeringsaftrek en de beroepsmatige aftrek van evenementkosten te verhogen, en de aftrekbaarheid van giften op te trekken. Het Vlaams Gewest heeft ook al beslist een Welvaartfonds op te richten om bedrijven te ondersteunen. Wie in dat fonds investeert, krijgt een belastingvermindering. Ook zal de regeling voor de win-winlening worden uitgebreid tot win-winaandelen voor wie kapitaal aan bedrijven verschaft. Dat zijn de waardevolle initiatieven, maar ze hebben een budgettaire kostprijs. Vorig week raakte bekend dat de teller van de coronasteun al op 50 miljard euro staat. Dat betekent dat de komende volwaardige regering zal starten met een begrotingstekort van 11 procent en een schuldgraad van 119 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De logische vraag is hoe we dat gaan financieren. Om te beginnen moeten we ervoor zorgen dat de steun gaat naar diegenen die het nodig hebben. Dat is niet altijd het geval, getuige de vele verhalen over misbruiken met coronasteun. Daarnaast moet worden gewaakt over vragen van allerlei lobbygroepen die het een of andere voordeel willen binnenhalen. Zo deed KBC-topman Johan Thys een oproep om de bankenbelastingen te herzien, omdat de banken volop meewerken aan de steunmaatregelen. Zulke zaken zijn nu niet aan de orde. Zal economische groei het budgettaire gat dichten? Sommige economen menen van wel, maar de Nationale Bank liet weten dat we de komende jaren met een begrotingstekort van 6 procent zullen afsluiten. Als de vorige regering met de economische wind in de zeilen een tekort van 12 miljard had, hoe gaan we dan 50 miljard rechttrekken? Besparen op het overheidsapparaat is een verleidelijke gedachte, maar een echte kostenefficiëntie zal pas mogelijk zijn als er een nieuwe staatshervorming wordt doorgevoerd, en die is nog niet voor morgen. Is crisisfiscaliteit een oplossing? In een land waar de belastingdruk al het plafond heeft bereikt, is dat niet vanzelfsprekend, maar het wordt duidelijk dat naast besparingen ook nieuwe belastingen een noodzaak zullen zijn. De Europese Commissie heeft aangekondigd dat ze haar steunplan zal financieren met nieuwe belastingen, zoals een digitaks. In eigen land circuleren ideeën om een rijkentaks in te voeren. Het is aan de volgende regering om klaarheid te scheppen. Dat we de coronacrisis medisch en economisch zullen overwinnen, daar mogen we vertrouwen in hebben. Maar of we ook de budgettaire crisis makkelijk zullen bedwingen, dat is een ander verhaal.