De regering heeft aangekondigd dat ze met de komende begrotingsbesprekingen ook werk maakt van de hervorming van de vennootschapsbelasting. Als ze niet opnieuw bakken kritiek wil krijgen zoals met de taxshift, doet ze er goed aan iets te doen aan de twee basisproblemen van de vennootschapsbelasting: de hoge belastingdruk en vooral de ongelijke verdeling ervan.
...

De regering heeft aangekondigd dat ze met de komende begrotingsbesprekingen ook werk maakt van de hervorming van de vennootschapsbelasting. Als ze niet opnieuw bakken kritiek wil krijgen zoals met de taxshift, doet ze er goed aan iets te doen aan de twee basisproblemen van de vennootschapsbelasting: de hoge belastingdruk en vooral de ongelijke verdeling ervan. Ons land staat met zijn belastingtarief van 33,99 procent bovenaan in alle internationale rankings. Binnen de OESO bijvoorbeeld moet het enkel Frankrijk (34,43%) en de Verenigde Staten (38,92%) laten voorgaan. Dat hoge tarief is deels relatief, omdat de belastingdruk kan worden getemperd met de vele fiscale gunstregimes in ons land. Zo is 80 procent van de inkomsten van een octrooivennootschap fiscaal vrijgesteld, zodat de belastingdruk 6,7 procent bedraagt. Maar vennootschappen die niet onder een gunstregime vallen, moeten wel de volle pot aan belasting betalen. Die een-tweetjes tussen het belastingtarief en de fiscale gunstregimes hebben ertoe geleid dat de belastingdruk van de Belgische vennootschappen sterk verdeeld is geraakt. Bovendien zijn de belangrijkste voordelen op het lijf van de multinationals geschreven, om hen naar België te lokken. Het gros van de Belgische kmo's voelt het huidige belastingsysteem als onrechtvaardig aan. Als de regering voorstander van een faire hervorming van de vennootschapsbelasting is, moet het tarief prioritair worden uitgespeeld om investeringen te stimuleren. Dat is het rechtvaardigste systeem en zorgt ervoor dat elke Belgische onderneming kan profiteren van een competitief belastingtarief. Gunstregimes kunnen wel blijven bestaan, maar dan om beleid te ondersteunen. Het probleem is echter dat als ons land internationaal competitief wil zijn, het belastingtarief van 33,99 procent tot ver onder 20 procent moet zakken. Zo'n zware ingreep zal budgettaire gevolgen hebben, zodat compenserende maatregelen noodzakelijk zijn. Maar ook dat hoeft geen probleem te zijn. In de zoektocht naar budgettaire compensaties kan vooreerst worden gedacht aan de uitbreiding van het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting. Nu vallen enkel vennootschappen die een maatschappelijke zetel in België hebben en vennootschappen die vanuit België worden bestuurd eronder. Dat kan worden uitgebreid naar buitenlandse vennootschappen die voor meer dan 50 procent door een Belgische inwoner worden gecontroleerd. Een tweede maatregel is het conditioneren van fiscale gunstregimes als de notionele-intrestaftrek, de aftrek voor octrooi-inkomsten, de excess profit rulings en de taxshelter voor audiovisuele werken. Wie er aanspraak op wil maken, moet aan heel wat voorwaarden voldoen, maar aan het voordeel zelf zijn geen voorwaarden gekoppeld. Het is perfect mogelijk het voordeel te koppelen aan een investeringsverplichting. Een derde maatregel is de sanering van de voordelen. Zo kan de regering gunstregimes afschaffen die toelaten dat meer dan 100 procent van een investering fiscaal wordt gerecupereerd, wat eigenlijk een pure subsidiëring is. Het gaat bijvoorbeeld om de investeringsaftrek en de tesla-aftrek van 120 procent voor een elektrisch voertuig. Een ander voorbeeld is de aftrek voor definitief belaste inkomsten van dividenden, die kunnen worden gekoppeld aan de voorwaarde dat de moedervennootschap een belastingdruk van minstens 15 procent heeft ondergaan. Daarnaast kan worden gedacht aan een echte belasting op meerwaarden op aandelen en de beperking van overdraagbare verliezen in de tijd. Via een systeem waarbij de belastbare grondslag wordt verbreed en het tarief substantieel wordt verlaagd, kan België een nieuwe weg inslaan en de economie fiscaal ondersteunen. Door van een laag tarief een speerpunt te maken kan de regering aantonen dat elke onderneming belangrijk is voor de economie en de werkgelegenheid, en niet enkel de happy few die er via politiek gelobby in slagen voordelen te verkrijgen. Een laag tarief voor klein en groot en een gezonde fiscale beleidsondersteuning waar dat nodig is, wie kan daartegen zijn?