Wanneer iemand overlijdt, dan wordt zijn of haar nalatenschap onderworpen aan de erfbelasting. In het Vlaams Gewest betalen erfgenamen in de rechte lijn of partners minimaal 3 procent. De tarieven stijgen naargelang het bedrag en worden toegepast op het erfdeel per erfgenaam en per categorie van goederen (roerend versus onroerend). Wie bijvoorbeeld onroerend goed nalaat aan zijn kinderen, moet beseffen dat mogelijk een groot deel daarvan belast wordt tegen 27 procent (zie tabel Erfbelasting in Vlaams Gewest).
...

Wanneer iemand overlijdt, dan wordt zijn of haar nalatenschap onderworpen aan de erfbelasting. In het Vlaams Gewest betalen erfgenamen in de rechte lijn of partners minimaal 3 procent. De tarieven stijgen naargelang het bedrag en worden toegepast op het erfdeel per erfgenaam en per categorie van goederen (roerend versus onroerend). Wie bijvoorbeeld onroerend goed nalaat aan zijn kinderen, moet beseffen dat mogelijk een groot deel daarvan belast wordt tegen 27 procent (zie tabel Erfbelasting in Vlaams Gewest). "Vennootschappen met een familiaal karakter komen in aanmerking voor een verlaagd tarief", zegt Johan Adriaens, vermogensplanner bij Adriaens & Partners. "Als de erfgenaam een verwante in rechte lijn of de partner van de erflater is, dan wordt de nettowaarde van de erfenis in haar geheel belast tegen een vlak tarief van 3 procent. Bij feitelijk samenwonenden geldt het gunstregime alleen wanneer zij op de datum van het overlijden al minstens drie jaar ononderbroken samenwonen met een gemeenschappelijke huishouding." Er gelden bijkomende voorwaarden. Een eerste is de participatievoorwaarde. Voor familiale vennootschappen, zoals bv's en nv's, schuift de wetgever drie mogelijkheden naar voren: - De erflater en zijn familie bezitten aandelen in volle eigendom die minstens 50 procent van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen. - De erflater en zijn familie bezitten aandelen in volle eigendom die minstens 30 procent van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen, en ze bezitten samen met één andere aandeelhouder (natuurlijk persoon) aandelen in volle eigendom die 70 procent van de stemrechten in diezelfde vennootschap vertegenwoordigen. - De erflater en zijn familie bezitten aandelen in volle eigendom die minstens 30 procent van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen, en ze bezitten samen met twee andere aandeelhouders aandelen in volle eigendom die 90 procent van de stemrechten in diezelfde vennootschap vertegenwoordigen. Een bijkomende voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een 'reële economische activiteit'. Het moet gaan om een nijverheids-, handels-, ambachts-, of landbouwbedrijf, of om een vrij beroep. De Vlaamse belastingdienst is van oordeel dat zuivere patrimonium- en holdingvennootschappen, alsook managementvennootschapen, niet in aanmerking komen voor de gunstregeling. Voor holdingvennootschappen die minstens 30 procent van de aandelen aanhouden van minstens één actieve dochtervennootschap, geldt eventueel een uitzondering. "Bijkomend wordt naar enkele boekhoudkundige parameters gekeken", zegt Johan Adriaens. "Er wordt geacht géén reële economische activiteit te zijn wanneer uit de jaarrekening van een van de drie boekjaren voorafgaand aan het overlijden blijkt dat er te weinig bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen betaald werden (waardoor ze 1,5 procent of minder van de totale activa vertegenwoordigen), én er te veel vastgoed in de vennootschap aanwezig is (waardoor de terreinen en gebouwen meer dan 50 procent van het totaal actief uitmaken)." Op die manier wil de Vlaamse belastingdienst ook verdoken patrimoniumvennootschappen met beperkte activiteiten uitsluiten van het gunstregime. Bovenstaande voorwaarden zijn voor interpretatie vatbaar. Dat blijkt uit de volgende case. In 2017 overleed de aandeelhouder van een familiale vennootschap in het Gentse. Zijn vennootschap exploiteerde een slagerij, maar bevatte ook meerdere onroerende goederen: de beenhouwerij en het woonhuis, verhuurde appartementen, winkels, magazijnen en garageboxen, en een tweede verblijf aan zee. De verhuurpanden alleen al vertegenwoordigden een bedrag van meer dan 3 miljoen euro. Bij het overlijden van de man vroegen de erfgenamen de toepassing van het gunsttarief voor familiale vennootschappen. De Vlaamse belastingdienst weigerde dat, aangezien de vennootschap wegens de beperkte loonkosten en het omvangrijke vastgoed vermoed werd geen reële economische activiteit te hebben. In 2020 boog de rechtbank van Gent zich over de zaak. Die besliste dat het gunstregime van 3 procent wél op de hele nalatenschap gold. De rechter oordeelde dat ook bij een gemengde vennootschap - in dit geval voor een beenhouwerij en voor vastgoedverhuur voor private bewoning - wel degelijk sprake kan zijn van een reële economische activiteit voor het geheel. De Vlaamse belastingdienst ging in beroep tegen het vonnis, maar werd afgelopen zomer opnieuw teruggefloten. Maar familiale vennootschappen die erin slaagden een gunstregime te bekomen, mogen niet te vroeg victorie kraaien. Er zijn nog enkele voorwaarden waaraan ze moeten blijven voldoen in een periode van drie jaar na het overlijden van de erflater. Wordt daartegen gezondigd, dan worden alsnog de normale tarieven toegepast, en mag de erfgenaam een bijkomende afrekening verwachten. "Een eerste voorwaarde is dat de activiteit ononderbroken wordt voortgezet", weet Adriaens. "Dat hoeft niet noodzakelijk dezelfde activiteit te zijn, en ze hoeft zelfs niet door de erfgenamen voortgezet te worden." De familiale vennootschap moet haar maatschappelijke zetel ook in de Europese Economische Ruimte behouden. Haar kapitaal mag bovendien niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen na de overdracht. Gebeurt dat toch, dan worden die belast tegen de normale tarieven. Voor besloten vennootschappen (bv's) die geen kapitaal hebben, mag het eigen vermogen door uitkeringen of terugbetalingen niet dalen onder de waarde van de inbrengen die werden gedaan tot op de datum van het overlijden.