De afgelopen weken werd de fiscale wereld opgeschrikt door een aantal arresten over de controlebevoegdheid van de administratie. Zo was er veel aandacht voor een arrest van het hof van beroep van Brussel van 9 oktober. Dat besliste dat de fiscus bij een fiscale visitatie over een actief zoekrecht beschikt, dat zich ook uitstrekt tot computerbestanden. De fiscus mag zonder toestemming van de belastingplichtige een kopie maken van de gegevens op diens computer. Het hof oordeelde dat de privacy van de belastingplichtige niet wordt geschonden als behalve de boekhouding ook privébestanden worden gekopieerd.

Het Hof van Cassatie oordeelde in een arrest van 14 november dat de Wet Bijzondere Opsporingsmethoden, die onder meer strenge voorwaarden oplegt voor het 'observeren' van mensen door politiediensten, niet van toepassing is op fiscale ambtenaren. Daardoor kan de fiscus zonder wettelijke voorwaarden en zonder de machtiging van een rechter bijvoorbeeld vrachtwagens van een bedrijf gedurende een lange periode achtervolgen.

Laat ons hopen dat de komende federale regering ook oog heeft voor de relatie tussen de fiscus en de belastingplichtige.

Beide arresten zijn een teken des tijds. De rechtspraak rekt de interpretatie van fiscale onderzoeksbevoegdheden almaar meer uit en laat almaar meer vrijheid aan de fiscale ambtenaren. Het Hof van Cassatie oordeelde in zijn arrest van 22 mei 2015 zelfs dat de fiscus zich eigenlijk ook niet hoeft te houden aan de letter van de wet. Het hof stelde dat wanneer de fiscale administratie onregelmatigheden begaat tijdens een fiscale controle, het bewijs alleen van de bewijsvoering moet worden geweerd als er een regel is geschonden die op straffe van nietigheid is voorgeschreven; als bewijsmiddelen verkregen zijn op een wijze die indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht; en als dat gebruik het recht van de belastingplichtige op een eerlijk proces in het gedrang brengt. Daarmee worden de meeste onregelmatigheden van de fiscale administratie bij de fiscale controle eigenlijk toegedekt.

We stellen in de praktijk vast dat de fiscale administratie, door toedoen van die rechtspraak, steeds maar verdere grenzen gaat opzoeken. En dan gebeuren er vreemde dingen. Wat zou u ervan denken, mocht u in uw ondergoed op de behandeltafel van uw dokter liggen en er plots een ambtenaar binnenstormt die niet geloofde dat de dokter ook praktijk hield in een kustgemeente? Of u laat uw zesjarige zoontje een halfuur alleen thuis voor de tv om wat boodschappen te doen, waarna uw zoontje plots doodsbang ziet dat een ambtenaar over de omheining van uw tuin klautert om foto's te nemen van uw verbouwing voor een btw-controle. Vindt u dat oké? Die zaken gebeuren.

Het wordt hoog tijd voor een wetgevende evaluatie van de fiscale controle. Zowel de administratie als de belastingplichtige heeft behoefte aan een duidelijk wettelijk kader dat de rechten en de beperkingen van de fiscale administratie en de plichten van de belastingplichtige duidelijk vastlegt. Fiscale controle moet een zaak zijn van checks-and-balances. In een rechtstaat kan de overheid afbreuk doen aan fundamentele grondrechten zoals het recht op privacy, de onschendbaarheid van de woonst of het recht op eigendom, als daarvoor een wettelijke grondslag bestaat. De overheid moet zich dan wel houden aan de regels die de onderzoeksbevoegdheid vastleggen en ze moet proportioneel handelen. Dat betekent dat ze in strafonderzoeken veel verder moet kunnen gaan in de afbreuk van fundamentele grondrechten dan in een fiscale administratieve controle. Die trapsgewijze benadering van de onderzoeksbevoegdheden wordt niet altijd meer gevolgd door de rechtspraak. In een rechtstaat is dat onaanvaardbaar.

Laat ons hopen dat de komende federale regering niet alleen oog heeft voor de budgettaire fiscale context, maar ook voor de relatie tussen de fiscus en de belastingplichtige. Een gemoderniseerde regelgeving van de fiscale controle moet zeker een onderdeel zijn van het nieuwe regeerakkoord.