Ophef in beleggersland! Kapitaalverminderingen van buitenlandse beursgenoteerde bedrijven worden onterecht zwaar belast. Het probleem kwam aan de oppervlakte bij de kapitaalvermindering van het Nederlandse bedrijf AkzoNobel. Die werd volledig belast. Kapitaalverminderingen zijn sinds 2018 niet meer volledig fiscaal vrijgesteld, maar een belangrijk deel is wel belastingvrij. En dus betaalden de aandeelhouders van AkzoNobel te veel.

Dat probleem komt maar heel af en toe aan de oppervlakte. Eerder gebeurde het bij de stocksplit van Google. Hoewel die ontegensprekelijk fiscaal vrijgesteld was, zou de transactie mogelijk toch worden belast. Door de brede persaandacht werd daar uiteindelijk van afgezien. Maar veelal wordt het probleem vakkundig onder de mat geschoven.

Kapitaalverminderingen van buitenlandse beursgenoteerde bedrijven worden onterecht zwaar belast.

Aan de oorsprong ligt het feit dat een Belgische bank wettelijk verplicht is roerende voorheffing in te houden op buitenlandse intresten en dividenden die via een Belgische rekening passeren. De bank treedt op als de tollenaar van de Belgische staat. De ingehouden roerende voorheffing werkt bevrijdend. Beleggers moeten dat inkomen niet meer aangeven.

Op advies van Febelfin houden banken bij de minste twijfel belasting in op het volledige bedrag. Is de belegger het daar niet mee eens, dan moet hij maar een bezwaar indienen bij de fiscus, luidt het. Maar veel beleggers zijn niet eens op de hoogte dat er een probleem is. Beleggers veronderstellen dat de bank haar werk ernstig doet en dus alleen belasting inhoudt als die ook wettelijk verschuldigd is.

De bottebijlvisie van Febelfin is dan ook manifest strijdig met de zorgplicht van de banken ten aanzien van hun klanten. Uiteraard kunnen banken onmogelijk wereldwijd alle corporate actions zoals stocksplits, kapitaalverminderingen en fusies opvolgen. De roerende voorheffing correct toepassen in het mondiale fondsenlandschap is ook een schier onhaalbare opdracht. Maar dat neemt niet weg dat klanten recht hebben op een veel fijnmazigere inhouding van de roerende voorheffing. Het principe is dat alles vrij van belasting is, tenzij de wet uitdrukkelijk anders bepaalt. Daaruit volgt dat als er onduidelijkheid is, de fiscus in het stof bijt. Tegen die achtergrond bij de minste twijfel partij voor de fiscus kiezen, is gewoon unfair.

Op veel informatie hoeft de belegger niet te rekenen als zijn bank roerende voorheffing inhoudt na een kapitaalvermindering.

Er moet ook meer en beter worden gecommuniceerd. Er zijn omstandigheden denkbaar waarin het voor de bank ondoenbaar is te achterhalen of er belasting verschuldigd is. Als dan wordt beslist belasting in te houden, moet de klant daarover omstandig worden geïnformeerd. Maar op veel informatie hoeft de belegger vandaag niet te rekenen. Hij moet het doen met een uittreksel waaruit blijkt dat 30 procent voorheffing is ingehouden. Dat die belasting mogelijk onterecht is ingehouden, wordt niet meegedeeld.

Febelfin moet dus dringend het belang van de klant en de zorgplicht meenemen in zijn afweging. Het moet streven naar een evenwicht. Nu speelt het klantenbelang gewoon niet mee. Bij twijfel betaalt de klant altijd het gelag. Dat evenwicht kan gemakkelijk worden bereikt door klanten goed en tijdig te informeren. Daardoor kunnen ze zelf schikkingen treffen om de belasting te recupereren of te vermijden.

Zoals de Bijbelse tollenaar Zacheüs moet Febelfin uit de boom komen en niet langer te veel belasting innen. De lakmoesproef is de aangekondigde kapitaalvermindering bij het Nederlandse TomTom. Benieuwd of er weer botweg te veel belasting wordt ingehouden. Als de parabel klopt, mogen beleggers weldra hopen op een fairdere fiscale behandeling.