Fiscaal advocaat Jan Tuerlinckx begint zijn nieuwe boek Wat wit was met Al Capone. De Amerikaanse gangster werd in 1931 veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar en een boete van 50.000 dollar voor belastingfraude. Hij werd verdacht van 500 moorden, maar werd daarvoor nooit veroordeeld, omdat hij rechters en jury's omkocht. Zijn belastingaangifte bleek zijn achilleshiel.
...

Fiscaal advocaat Jan Tuerlinckx begint zijn nieuwe boek Wat wit was met Al Capone. De Amerikaanse gangster werd in 1931 veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar en een boete van 50.000 dollar voor belastingfraude. Hij werd verdacht van 500 moorden, maar werd daarvoor nooit veroordeeld, omdat hij rechters en jury's omkocht. Zijn belastingaangifte bleek zijn achilleshiel. Capone gebruikte een wasserette als dekmantel voor de centen die hij verdiende in illegale kroegen en speelholen. Vandaar de uitdrukking 'geld witwassen'. Om vandaag als witwasser gebrandmerkt te worden, hoeft u geen misdadiger te zijn, stelt Tuerlinckx. Hij vindt het aanvaardbaar dat de straffen voor fiscale zondaars zwaarder worden, maar heeft er moeite mee dat met de bril van vandaag naar het verleden wordt gekeken: "Er wordt niet noodzakelijk meer fraude gevonden, er wordt alleen meer onder de noemer fraude ondergebracht." Hij kaart ook aan dat de grenzen "tussen een gewone fiscale overtreding, fiscale fraude en de strafrechtelijke implicaties" vervagen. Twintig jaar geleden werd zwartwerk nog niet vervolgd. Grijs vermogen - kapitaal dat oorspronkelijk wit was, maar waarvan de inkomsten niet correct zijn aangegeven aan de fiscus - werd gedoogd. Tot de jaren 2000 konden mensen zelfs een rekening openen onder een fictieve naam, zoals Donald Duck, zonder dat ze één keer hun identiteitspapieren moesten tonen. Er zijn drie witwasmisdrijven, legt Tuerlinckx uit. "Eén: het kopen, in ruil verkrijgen of bezitten, het bewaren of beheren van een illegaal vermogen waarvan je de oorsprong kende of moest kennen. Twee: het omzetten van dat illegale vermogen met de bedoeling de illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen. En drie, de camouflage: de aard, de oorsprong, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing of de eigendom van dat illegale vermogensvoordeel verhelen of verhullen, hoewel je de oorsprong van die zaken kende of moest kennen." Het witwasmisdrijf kan een zogenoemd voortdurend karakter hebben. "Zolang de strafbare gedraging voortduurt, gaat het om een en hetzelfde misdrijf en treedt de verjaring niet in." Stel dat een dief elke maand met één deel van een dertigdelige encyclopedie aan de haal gaat. Dan wordt voor de verjaring pas geteld vanaf het moment dat het laatste deel wordt gestolen. Als grootouders zestig jaar geleden in het zwart hebben gewerkt, is dat misdrijf al lang verjaard. Als hun kleinkind dat zwart geld vandaag nog altijd verstopt, pleegt het nog altijd een misdrijf: een witwasmisdrijf. De belastingplichtige moet bewijzen dat hij alle verschuldigde belastingen heeft betaald. "In witwaszaken wordt de bewijslast omgedraaid", zegt Tuerlinckx. "Bij een diefstal moet een procureur aantonen dat persoon A of B het misdrijf heeft begaan. Dan pas kan een veroordeling volgen. Bij witwassen moet je niet nauwkeurig aantonen wat aan de basis het misdrijf is geweest. De rechtbank moet kunnen vaststellen dat het vermogen in kwestie een legale oorsprong heeft." Die legale of illegale oorsprong is soms makkelijk vast te stellen, maar soms ook niet. "Ben je heel je leven werkloos geweest, heb je nooit schenkingen ontvangen of de Lotto gewonnen, maar heb je toch 2 miljoen euro in je bezit, dan kan de rechtbank heel makkelijk uitsluiten dat je die som legaal hebt verworven", vindt Tuerlinckx. Wie niet geloofwaardig kan uitleggen waar zijn vermogen vandaan komt, is in de rechtbank een vogel voor de kat. De oorsprong van het kapitaal wordt al wat moeilijker te reconstrueren, als het bijvoorbeeld gaat om een 85-jarige die in 1978 een gouden handdruk van 400.000 euro heeft gekregen en daar enkele baren goud mee kocht. "De rechter moet dan een oordeel vellen. Dat kwartje kan in om het even welke richting vallen", meent Tuerlinckx. Wie alle geldoverschrijvingen en rekeninguittreksels goed heeft bijgehouden en een onderhoudsboekje met alle grote aan- en verkopen kan voorleggen, staat steviger in zijn schoenen. Tuerlinckx herinnert zich een kranige man van respectabele leeftijd die voor een grote Belgische onderneming een kaderpositie had bekleed. "Trots toonde hij mij enkele krantenartikelen van vervlogen tijden. 'Bij de beëindiging van de samenwerking heb ik op mijn Belgische rekening een gouden handdruk van netto ongeveer 10 miljoen Belgische frank ontvangen', lichtte de man toe. 'Die heb ik integraal overgeschreven op een Zwitserse rekening. Ik heb zowel de bank als mijn ex-werkgever gevraagd of daarvan nog iets beschikbaar is, maar ze zeggen mij dat die informatie ondertussen al 25 jaar oud is - en niet meer beschikbaar.'" Tuerlinckx vertelt ook over twee dochters die van hun vader 1,5 miljoen euro op een buitenlandse rekening erfden. Ze kenden hun vader niet goed, want hun ouders waren al lang gescheiden en het contact was verwaterd. Ze wisten niet waar het geld vandaan kwam, maar stelden zich geen vragen. Hun vader was internationaal actief en hield er een levensstijl op na die paste bij een grote rijkdom. De vrouwen gaven de erfenis netjes aan in de aangifte van de nalatenschap. "Groot was dan ook hun verbazing dat er een strafrechtelijk onderzoek werd geopend, om op te sporen of dat geld mogelijk door witwaspraktijken was aangetast. Het bleek niet makkelijk aan te tonen dat de twee vrouwen echt niet konden weten dat er mogelijk een reukje zat aan dat geld. De beoordeling draaide uiteindelijk wel in hun voordeel uit", besluit Tuerlinckx. Om problemen met de fiscus te vermijden, is het beter schenkingen op papier te zetten en bij elke schenking ook goed uit te leggen waar het vermogen vandaan komt.