Stel, je bent zaakvoerder van (je eigen) vennootschap die voor je een wagen leaset. In veel van deze leasingcontracten is een aankoopoptie voorzien. Op het einde van de leasing, bijvoorbeeld na 4 jaar, kan er beslist worden om deze optie al dan niet te lichten.

Door de optie te lichten wordt je vennootschap eigenaar van de wagen. Je vennootschap kan de optie echter ook afstaan aan jou als zaakvoerder, aan een familielid (bijvoorbeeld je zoon) of zelfs aan een derde.

Het interessante aan deze formule is dat de in het leasingcontract voorziene aankoopoptie slechts een fractie is van de werkelijke waarde die de wagen nog heeft op het einde van het leasingcontract (bijvoorbeeld na 4 jaar). Op die manier kan je op een zeer goedkope manier eigenaar worden van een wagen en deze met winst doorverkopen.

Recent arrest van het Hof van Cassatie

In het arrest van 22 mei 2014 ging het om volgende feiten. Een onderneming A least een BMW 520i. De aankoopoptie wordt op het einde van de leasing niet gelicht door deze onderneming, maar wordt door de leasingmaatschappij doorverkocht aan een werknemer van een andere onderneming B die samenwerkt met onderneming A en dit voor een bedrag van 1054 euro, een stuk minder dan de werkelijke waarde van de BMW.

De fiscus vraagt aan de leasingmaatschappij wie de optie heeft gelicht. Onderneming A wordt belast omdat zij een zogenaamd abnormaal en goedgunstig voordeel gegeven heeft aan de werknemer van onderneming B. Dit betekent dat de onderneming A vennootschapsbelasting betaalt op het verschil tussen de werkelijke waarde van de BMW en het optiebedrag van 1054 euro.

De fiscus is van mening dat het bankgeheim niet geschonden is omdat er enkel inlichtingen werden gevraagd over de derde koper 'met betrekking tot een commerciële verrichting'.

Het Hof van Cassatie geeft de fiscus echter ongelijk. Het bankgeheim is wel degelijk geschonden; de fiscus mag geen inlichtingen vragen bij een leasingmaatschappij om de onderneming-leasingnemer te belasten. Er geldt wel degelijk een bankgeheim ten aanzien van leasingmaatschappijen.

Adder onder het gras

Toch schuilt er nog een addertje onder het gras. De fiscus kan immers ook op andere manieren te weten komen wie de optie in een leasingcontract heeft gelicht.

In de boekhouding van een vennootschap staat immers te lezen dat er een auto werd geleaset. De fiscus kan dan ook vragen aan je vennootschap of de optie werd gelicht of werd overgedragen aan iemand anders en tegen welke prijs dit dan wel is gebeurd.

Vroeger volstond het voor de fiscus dat hij de leasingmaatschappij contacteerde en hij kreeg onmiddellijk alle informatie over de persoon die de optie had gelicht en over de prijs waarop dit was gebeurd.

Nu moet de fiscus de vennootschap dus eerst aan een grondige fiscale controle onderwerpen om deze informatie te krijgen.

Stelt de fiscus naar aanleiding van deze controle vast dat uw vennootschap de aankoopoptie heeft overgedragen aan jou als zaakvoerder waardoor je tegen een zeer goedkope prijs eigenaar bent geworden van een auto, dan zal de fiscus jou alsnog belasten op een zogenaamd voordeel van alle aard. (JS)