Maatschap en schenking

In het kader van een roerende successieplanning wordt steeds vaker gebruik gemaakt van een maatschap gecombineerd met een schenking. In de meeste gevallen gebeurde de schenking voor een Nederlandse notaris met voorbehoud voor de vruchtgebruik. Deze techniek is nog steeds geen probleem als de schenker in Wallonië of Brussel woont. Voor Vlamingen echter wel, omdat Vlabel het dan toch nog belast in de erfbelasting (standpunt 15004 dd. 21.03.2016). Vandaar dat het nieuwe alternatief bestaat uit een schenking voor de Nederlandse notaris met een rentelast.
...

In het kader van een roerende successieplanning wordt steeds vaker gebruik gemaakt van een maatschap gecombineerd met een schenking. In de meeste gevallen gebeurde de schenking voor een Nederlandse notaris met voorbehoud voor de vruchtgebruik. Deze techniek is nog steeds geen probleem als de schenker in Wallonië of Brussel woont. Voor Vlamingen echter wel, omdat Vlabel het dan toch nog belast in de erfbelasting (standpunt 15004 dd. 21.03.2016). Vandaar dat het nieuwe alternatief bestaat uit een schenking voor de Nederlandse notaris met een rentelast. In een dergelijk geval dat aan de rulingdienst werd voorgeld (Voorafgaande beslissing nr. 16046 van 14.11.2016), had Vlabel geen probleem met de rentelast als alternatief voor het voorbehoud van vruchtgebruik. Maar in haar beslissing gaat Vlabel een stuk verder dan wat eigenlijk gevraagd werd, omwille van volgende elementen die volgens Vlabel van doorslaggevend belang zijn: de leeftijd van de schenkers en jonge leeftijd van de 2 minderjarige kinderen, (2) de zware last van 30.000 euro en (3) de oprichting van de burgerlijke maatschap. Omwille van het geheel van omstandigheden besluit Vlabel dat het hier eigenlijk niet meer gaat om een schenking maar een contract ten bezwarende titel, zodat ze deze verrichting toch zal belasten in de erfbelasting (op basis van art. 2.1.0.9. VCF). Bovendien is er bij het voorgelegd plan sprake van fiscaal misbruik, omdat het eigenlijk gaat om een schenking die maar echt wordt op het moment dat beide ouders overleden zijn, dus een schenking onder opschortende voorwaarde (schending van art. 2.7.1.0.3,3°). Naast het feit dat men zich veel vragen kan stellen over de juridische juistheid van deze ruling, valt het ook op dat Vlabel vooral problemen had met de "totale cocktail" van feiten. Een heel belangrijk feit was dat de ouders slechts 42 en 45 jaar waren, terwijl er een jaarlijkse geïndexeerde (!) last gevraagd werd van 30.000 euro per jaar op een vermogen van 1.000.000 euro. Aangezien één van de ouders wellicht 90 jaar zal worden en als we uitgaan dat de opbrengst gelijk is aan de index (defensief belegd), dan houden de kinderen na 33 jaar gewoon al niets meer over van deze "schenking" en zullen ze zelfs jarenlang moeten bijbetalen. Ook met het feit dat de kinderen minderjarig zijn en met zo'n zware last worden opgezadeld, weegt blijkbaar door bij Vlabel. Bovendien krijgen de kinderen pas het vermogen waarop de zware last rust in handen, als beide ouders overleden zijn en wordt het beheer en de zeggenschap over het vermogen tot dan volledig "gebetonneerd" via een bijna alles controlerende maatschap. Kortom, het ging hier om een uitspraak in extreme omstandigheden, waarbij de aanvragers wel wat de limiet opzochten. Eigenlijk niet, op voorwaarde dat men niet gaat overdrijven. Hou dus in het oog dat je niet overdrijft inzake controle en inkomsten. De controle op het vermogen mag niet verstikkend lang zijn en dit mag zeker niet gecombineerd worden met een last die de schenking op termijn teniet kan doen. Zijn de begiftigde minderjarig, let dan extra op met te zware lasten en te lange looptijden. Het ging hier om een "Vlaamse" ruling, maar ook in Brussel en Wallonië overdrijft men best niet.