De coronacrisis heeft ons leven en onze economie op zijn kop gezet. De gevolgen zijn navenant, met een ongezien begrotingstekort tot gevolg en een staatsschuld die in de richting van de stratosfeer gaat. En in die context moeten onze overheden ook nog de nodige adem vinden om de economie zo spoedig mogelijk weer van de grond te krijgen. En dat is natuurlijk niet vanzelfsprekend in een land dat gebukt gaat onder een allesverlammende politieke impasse. Pas op, er zitten wel enkele initiatieven in de pijplijn, zoals de creatie van een Vlaams Welvaartsfonds en nieuwe belastingverminderingen voor particulieren die hun centen in de economie willen investeren. Maar veel meer dan wat doekjes voor het bloeden blijkt dat toch niet te zijn. En zolang er geen federale regering is geïnstalleerd, zal dat allicht niet veranderen.

De Belgische situatie staat in schril contrast met de situatie in onze buurlanden, waar ondertussen verregaande relanceplannen werden aangekondigd. Op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september heeft Wopke Hoekstra, de Nederlandse minister van Financiën, een ambitieus fiscaal hervormingsplan voorgesteld. Niettegenstaande ook in Nederland het begrotingstekort in 2020 afstevent op een record van 68 miljard euro in 2020 en 44 miljard in 2021 en de werkloosheid fors zal oplopen tot 6 procent, moet toch worden vastgesteld dat de regering de crisissituatie heeft gebruikt om de stap te zetten naar een nieuw fiscaal stelsel dat rekening houdt met tal van fiscale besognes.

Hoog tijd dat de politici in ons land verantwoordelijkheid nemen.

Het valt daarbij op dat de regering de man in de straat en de kleine bedrijven zo veel mogelijk probeert te ontzien en zelfs lastenverlagingen toekent. Onder het motto 'werk moet lonen' wordt voorzien in een stijging van de arbeidskorting, waardoor de laagste schijf van de inkomstenbelasting voor het inkomen tot 68.507 euro daalt van 37,1 tot 36,9 procent. Daarnaast wordt ook voorzien in een fiscale toegift voor de kleine spaarder. De vrijstelling van de vermogensrendementsheffing op spaargeld wordt opgetrokken van 30.846 euro naar 50.000 euro. Onder dat bedrag moeten Nederlandse spaarders dus geen vermogensrendementsheffing meer betalen. En ook jongeren tussen 18 en 35 jaar die aan de start van hun beroepsloopbaan staan, krijgen een fiscaal duwtje in de rug. Zij worden vrijgesteld van de overdrachtsbelasting als ze een huis kopen. En ook kmo's worden fiscaal bevoordeeld. Voor hen zakt het tarief van de vennootschapsbelasting van 16,5 naar 15 procent.

Maar anderzijds heeft de Nederlandse regering ook voorzien in nieuwe belastingen en in de verhoging van bestaande belastingen. De meest in het oog springende maatregel is allicht de invoering van een CO2-heffing voor de industrie. Bedrijven krijgen een vrijstelling voor een bepaalde hoeveelheid uitstoot. Over de te veel uitgestoten CO2 wordt belasting geheven. Maar ook de vermogende Nederlanders zullen hun fiscaal steentje moeten bijdragen. Wie meer dan 50.000 euro spaargeld heeft, zal meer vermogensrendementsheffing moeten betalen. En voor iedereen die naast de eigen woning een ander huis koopt, stijgt de overdrachtsbelasting van 2 naar 8 procent. De voorgenomen verlaging van het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting van 25 naar 21,7 procent voor grote bedrijven en multinationals gaat niet door.

Maar de klap op de vuurpijl is wel het 'Wopke-Wiebesinvesteringsfonds'. De Nederlandse regering trekt de komende jaren 20 miljard euro uit voor structurele investeringen in de Nederlandse economie op het gebied van onderzoek, innovatie en infrastructuur. Nederland volgt daarmee het voorbeeld van Frankrijk waar president Emmanuel Macron heeft aangekondigd tegen 2030 maar liefst 100 miljard euro in de economie te pompen, voornamelijk om de economische en technologische transitie mogelijk te maken.

Het wordt dan ook hoog tijd dat de politici ook in ons land verantwoordelijkheid nemen.

De coronacrisis heeft ons leven en onze economie op zijn kop gezet. De gevolgen zijn navenant, met een ongezien begrotingstekort tot gevolg en een staatsschuld die in de richting van de stratosfeer gaat. En in die context moeten onze overheden ook nog de nodige adem vinden om de economie zo spoedig mogelijk weer van de grond te krijgen. En dat is natuurlijk niet vanzelfsprekend in een land dat gebukt gaat onder een allesverlammende politieke impasse. Pas op, er zitten wel enkele initiatieven in de pijplijn, zoals de creatie van een Vlaams Welvaartsfonds en nieuwe belastingverminderingen voor particulieren die hun centen in de economie willen investeren. Maar veel meer dan wat doekjes voor het bloeden blijkt dat toch niet te zijn. En zolang er geen federale regering is geïnstalleerd, zal dat allicht niet veranderen.De Belgische situatie staat in schril contrast met de situatie in onze buurlanden, waar ondertussen verregaande relanceplannen werden aangekondigd. Op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september heeft Wopke Hoekstra, de Nederlandse minister van Financiën, een ambitieus fiscaal hervormingsplan voorgesteld. Niettegenstaande ook in Nederland het begrotingstekort in 2020 afstevent op een record van 68 miljard euro in 2020 en 44 miljard in 2021 en de werkloosheid fors zal oplopen tot 6 procent, moet toch worden vastgesteld dat de regering de crisissituatie heeft gebruikt om de stap te zetten naar een nieuw fiscaal stelsel dat rekening houdt met tal van fiscale besognes.Het valt daarbij op dat de regering de man in de straat en de kleine bedrijven zo veel mogelijk probeert te ontzien en zelfs lastenverlagingen toekent. Onder het motto 'werk moet lonen' wordt voorzien in een stijging van de arbeidskorting, waardoor de laagste schijf van de inkomstenbelasting voor het inkomen tot 68.507 euro daalt van 37,1 tot 36,9 procent. Daarnaast wordt ook voorzien in een fiscale toegift voor de kleine spaarder. De vrijstelling van de vermogensrendementsheffing op spaargeld wordt opgetrokken van 30.846 euro naar 50.000 euro. Onder dat bedrag moeten Nederlandse spaarders dus geen vermogensrendementsheffing meer betalen. En ook jongeren tussen 18 en 35 jaar die aan de start van hun beroepsloopbaan staan, krijgen een fiscaal duwtje in de rug. Zij worden vrijgesteld van de overdrachtsbelasting als ze een huis kopen. En ook kmo's worden fiscaal bevoordeeld. Voor hen zakt het tarief van de vennootschapsbelasting van 16,5 naar 15 procent.Maar anderzijds heeft de Nederlandse regering ook voorzien in nieuwe belastingen en in de verhoging van bestaande belastingen. De meest in het oog springende maatregel is allicht de invoering van een CO2-heffing voor de industrie. Bedrijven krijgen een vrijstelling voor een bepaalde hoeveelheid uitstoot. Over de te veel uitgestoten CO2 wordt belasting geheven. Maar ook de vermogende Nederlanders zullen hun fiscaal steentje moeten bijdragen. Wie meer dan 50.000 euro spaargeld heeft, zal meer vermogensrendementsheffing moeten betalen. En voor iedereen die naast de eigen woning een ander huis koopt, stijgt de overdrachtsbelasting van 2 naar 8 procent. De voorgenomen verlaging van het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting van 25 naar 21,7 procent voor grote bedrijven en multinationals gaat niet door.Maar de klap op de vuurpijl is wel het 'Wopke-Wiebesinvesteringsfonds'. De Nederlandse regering trekt de komende jaren 20 miljard euro uit voor structurele investeringen in de Nederlandse economie op het gebied van onderzoek, innovatie en infrastructuur. Nederland volgt daarmee het voorbeeld van Frankrijk waar president Emmanuel Macron heeft aangekondigd tegen 2030 maar liefst 100 miljard euro in de economie te pompen, voornamelijk om de economische en technologische transitie mogelijk te maken.Het wordt dan ook hoog tijd dat de politici ook in ons land verantwoordelijkheid nemen.