Wanneer je een wagen voor beroepsdoeleinden gebruikt, dan mag je de daaraan verbonden kosten fiscaal inbrengen als een werkelijke beroepskost. Hoe duurder de wagen, hoe hoger de mogelijk aftrekbare kosten zullen zijn.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de fiscus strenger toeziet op belastingplichtigen die de kosten van dure en exclusieve wagens willen aftrekken.

Onredelijke autokosten

Nogal wat controleurs durven een deel van de aftrekbare autokosten verwerpen omdat ze deze overdreven vinden. De discussie draait daarbij niet rond het principe van de aftrekbaarheid maar wel over de hoogte van de aftrek.

Wanneer je als eigenaar van een dure luxewagen het beroepsdeel van de autokosten fiscaal aftrekt, dan gaan alerte controleurs aan het rekenen.

Om het gelijk aan hun kant te halen grijpt de fiscus naar een algemeen principe uit het fiscale wetboek dat zegt dat kosten niet aftrekbaar zijn in de mate dat ze "de beroepsbehoeften op onredelijke wijze overtreffen" (artikel 53, 10° Wetboek Inkomstenbelasting 1992). Met andere woorden, kosten zijn niet aftrekbaar als ze 'onredelijk' zijn.

Het telwerk van de fiscus

Om te bepalen of een autokost al dan niet onredelijk is, baseert de fiscus zich op de kilometervergoeding die de fiscale ambtenaren krijgen als ze hun privé-voertuig gebruiken in opdracht van hun werkgever, de Belgische staat.

Deze kilometervergoeding wordt elk jaar geïndexeerd en bedraagt sedert 1 juli 2014 0,3468 euro per kilometer. De fiscus vermenigvuldigt deze kilometervergoeding vervolgens met factor 1,5. Liggen je totale autokosten hoger dan 1,5 keer de kilometervergoeding, dan loop je het risico dat (een deel van) uw autokosten worden afgewezen als zijnde onredelijk.

Een concreet voorbeeld ter illustratie. Stel, je rijdt met uw wagen 20.000 kilometer beroepsmatig per jaar. Het totaal van uw autokosten is dan, volgens de fiscus, redelijk zolang ze niet meer bedragen dan 10.404 euro (20.000 x 0,3468 x 1,50). Bedragen je totale aftrekbare kosten bijvoorbeeld 12.000 euro, dan is 1596 euro daarvan niet meer aftrekbaar wegens onredelijk. Fiscale kostprijs? Een meer belasting van ongeveer de helft van dit bedrag of +/- 800 euro.

Kwalitatieve criteria

Naast het bovenvermeld 'wiskundig' criterium, houdt de fiscus ook rekening met kwalitatieve criteria om te bepalen of een autokost onredelijk is. Deze kwalitatieve criteria houden rekening met de sector waarin de belastingplichtige actief is en met de mogelijkheid die deze sector biedt om belastbare inkomsten voort te brengen.

De fiscus geeft in zijn instructies naar zijn controleurs zelf het voorbeeld dat 'het onredelijk is voor een advocaat-stagiair een Mercedes 320 SL als beroepswagen te gebruiken of dat het onredelijk is voor een kleine aannemer met een Jaguar XJS te rijden.'

Het verweer van de belastingplichtige

Enkel de concrete situatie telt om te bepalen of een (auto)kost al dan niet overdreven is. Zo kan een dure wagen noodzakelijk zijn voor je beroep. Van een succesvolle bedrijfsleider wordt immers verwacht dat hij met een standingvolle auto rijdt. Dit weerspiegelt meteen ook zijn succes in zakendoen.

Als veel van je klanten met een dure wagen zouden rijden, dan kan je het moeilijk maken om met een kleine wagen aan te komen. Als je veel beroepsverplaatsingen doet, is het ook begrijpelijk dat je nood hebt aan een degelijke, betrouwbare auto. En betrouwbaarheid heeft nu eenmaal zijn prijs.

Een fiscaal controleur mag de zogenaamde opportuniteit van kosten niet beoordelen Dit wil concreet zeggen dat de fiscus niet in je plaats mag beslissen dat je bepaalde zaken veel goedkoper had kunnen oplossen en een minder dure auto had moeten kopen.

Eventueel zou je een dure en dus duurzame wagen kunnen afschrijven over een langere periode dan de gebruikelijke vijf jaar. Hierdoor verminder je een belangrijke aftrekpost, namelijk de afschrijvingen.

Het feit dat bepaalde uitgaven relatief hoog zijn in vergelijking met je inkomsten is op zich nog geen reden voor de fiscus om de uitgave als onredelijk te beschouwen.

Toch zal een belastingplichtige met een belastbaar jaarinkomen van bijvoorbeeld 25.000 euro het moeilijker hebben om een dure wagen te verantwoorden dan een belastingplichtige die een belastbaar inkomen heeft van 100.000 euro per jaar. De verhouding tussen de kosten en het jaarinkomen (omzet) moet dus geloofwaardig zijn. (JS)