Het Federaal parket heeft met de operatie Propere Handen een bom gelegd onder voetbalminnend België. Behalve over matchfixing gaat het onderzoek vooral over witwassen en fiscale fraude. In het persbericht stelde het parket dat spelersmakelaars verrichtingen zouden hebben opgezet om commissies op transfers, verloningen van spelers en trainers, en andere betalingen te verbergen voor de Belgische overheid. Dit onderzoek kan niet zonder gevolgen blijven. Nu de tongen loskomen, blijkt dat het noodzakelijk is paal en perk te stellen aan verschillende praktijken in het voetbal. Dit is voor de overheid en de voetbalsector het uitgelezen moment om een nieuwe regelgeving uit te werken.

Het slechtste wat men nu kan doen, is de voetbalbonzen zelf de spelregels laten hervormen.

Er is veel werk aan de winkel. Vooreerst is het een bittere realiteit dat voetbalclubs niet meer om de makelaars heen kunnen. De spelers nemen makelaars als lasthebber in de arm, met wie de clubs dan moeten onderhandelen. Daardoor zitten de makelaars in een bevoorrechte positie en kunnen ze hun voorwaarden opleggen aan de clubs, als die per se een voetballer uit hun stal willen aantrekken. Tot wat dat heeft geleid, hebben we door het onderzoek van het federaal parket kunnen vaststellen. Het is onontbeerlijk dat het statuut van de makelaars aan strenge vereisten en een strenge screening wordt onderworpen. Zo is het niet langer aanvaardbaar dat voetbalclubs de vergoedingen van de makelaar moeten betalen, en niet de speler die de makelaar heeft aangesteld. Daarnaast ligt het voor de hand dat de makelaarsvergoedingen aan banden worden gelegd, om excessen te vermijden.

Er moeten ook maatregelen worden genomen om de voetbalclubs te beschermen tegen dubieuze financiële transacties. Dat kan vooreerst door de clubs te onderwerpen aan de witwaswet: net zoals banken, verzekeringsmakelaars, cijferberoepers, advocaten, notarissen en vastgoedmakelaars moeten ze dan de witwascel inlichten als ze met dubieuze transacties worden geconfronteerd. De ervaring met de banksector heeft aangetoond dat dit een sterk preventief effect heeft. Makelaars en investeerders zullen dan twee keer nadenken voordat ze vreemde financiële operaties voorstellen. Ook een clearingsysteem door een onafhankelijk orgaan voor de afhandeling van voetbaltransfers lijkt wenselijk.

Een hervorming van de fiscale en parafiscale gunstregimes is nodig.

Daarnaast is een hervorming van de fiscale en parafiscale gunstregimes nodig. Terwijl van het brutoloon van gewone werknemers 38,07 procent socialezekerheidsbijdragen wordt afgehouden, worden die bijdragen voor voetballers berekend op een begrensd forfaitair brutomaandloon van 2281,09 euro. Voetbalclubs moeten wel bedrijfsvoorheffing op het loon van hun spelers inhouden, maar ze hoeven daarvan slechts 20 procent door te storten aan de schatkist en kunnen dus 80 procent houden. Het vrijgestelde deel van de bedrijfsvoorheffing op lonen van spelers jonger dan 26 jaar kunnen clubs vrij besteden. Gaat het om lonen van spelers ouder dan 26 jaar, dan moeten ze de helft van de vrijgestelde bedrijfsvoorheffing besteden aan jeugdwerking, zonder dat dit begrip duidelijk is gespecificeerd.

Die voordelen, die al langer ter discussie staan, zijn bovendien een juridische tijdbom voor de Belgische voetbalclubs. De kans is reëel dat Europa het systeem op een blauwe maandag als staatssteun bestempelt, waardoor de clubs die voordelen moeten terugbetalen, wat tot het failliet van het voetbal zou leiden. Die gunstregimes worden het beste vervangen door een systeem waardoor het voetbal onder strikte voorwaarden die voordelen kan behouden. Dat nieuwe systeem kan dan op voorhand bij Europa worden afgetoetst door te pleiten voor een groepsvrijstelling. Dat kan als de voordelen worden gebruikt als steun voor opleidingen, sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur. Zo zouden de clubs de vrijgestelde socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing moeten investeren in hun jeugdopleiding en hun stadions.

Het slechtste wat de overheid en de voetbalsector nu kunnen doen, is aan de voetbalbonzen die het systeem jarenlang hebben toegepast, te vragen zelf de spelregels te hervormen. Laten we dat toe, dan kunnen we evengoed aan Maurice Lippens en Jeroen Piqueur vragen de banksector te hervormen.