Het is minister van Financiën Van Peteghem (CD&V) menens met de strijd tegen de fiscale en sociale fraude. Na een eerste pakket, lanceerde hij onlangs een tweede reeks maatregelen die fraude moeten tegengaan. De Vivaldi-regering uitte van bij haar start de ambitie om tegen fraude op te treden. Die strijd moet veel geld in het laatje brengen. Het eerste jaar 200 miljoen euro, en de daaropvolgende jaren respectievelijk 400 miljoen, 700 miljoen euro en in 2024 zelfs 1 miljard euro.

Of dat doel wordt bereikt, is hoogst twijfelachtig. De oppositie onthaalde de bedragen alvast op hoongelach. Het Rekenhof meldde enkel dat "de bedragen niet gestaafd zijn". We zullen hoe dan ook nooit weten of die bedragen worden gehaald. De effecten van de meeste maatregelen zitten verscholen in de totale fiscale opbrengsten. Wel meetbaar zijn de opbrengsten van de controles van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI). En dan hebben we het niet over de vogels in de lucht. Het is bekend dat soms hoge bedragen worden aangerekend die vervolgens nooit geïnd worden. Wat effectief wordt betaald, is het enige wat budgettair telt. De in het verleden effectief betaalde bedragen zijn bekend. Zo inde de BBI in 2019 bijvoorbeeld 294 miljoen. In 2018 was dat 254 miljoen en in 2017 311 miljoen. Het is meteen duidelijk dat één miljard euro extra in 2024 uiterst ambitieus is.

Het ontbreekt de fraudebestrijding in ons land aan politieke moed.

De aangekondigde maatregelen zijn ingrijpend. De meest in het oog springende is misschien wel de uitbreiding van de fiscale aanslagtermijnen. In complexe gevallen of in het geval van fraude wordt de aanslagtermijn opgetrokken naar tien jaar. Enkele jaren geleden was dat nog vijf jaar. Andere maatregelen zijn ook best pittig. De vele slimme camera's (ANPR) zullen gebruikt worden om fiscale en niet-fiscale schulden te innen. U zult dus van de weg kunnen worden geplukt, niet omdat u te snel reed maar wel om uw fiscale schulden te betalen. Cash geld wordt nog meer gebannen, witte kassa's worden gedigitaliseerd, spookbedrijven worden opgedoekt, auteursrechten worden tegen het licht gehouden, er komt samenwerking tussen fiscus en gerecht, dwangsommen kunnen worden opgelegd als de fiscus vindt dat iemand onvoldoende meewerkt, er komt preventief horizontaal toezicht op grote werven, enzovoort.

De vraag rijst of dat opbod aan maatregelen ook de juiste aanpak is. De ingrijpende en verregaande bevoegdheden die de overheid op deze manier krijgt, staan op zeer gespannen voet met de fundamentele rechten van de burgers. Ook wordt het fiscale doolhof alleen maar complexer. Dat zorgt voor rechtsonzekerheid en meer en langere procedures en conflicten.

Het recept voor een effectief antifraudebeleid lijkt nochtans voor de hand te liggen: een verregaande vereenvoudiging van de fiscale wetgeving, gecombineerd met een belangrijke versterking van de fiscale onderzoekscapaciteit. Jammer genoeg blijft Van Peteghem net op die vlakken in gebreke. Spijts de aankondiging, komt er in deze legislatuur alweer geen grondige fiscale hervorming. Ook over de onderzoekscapaciteit heeft de minister zich laten ontvallen dat we daar niet op moeten rekenen. Dus geen bijkomende investeringen in informatisering, in meer fiscale ambtenaren, in meer opleiding en in een aantrekkelijker statuut waardoor young potentials gaan voor een carrière bij Financiën in plaats van bij de Big Four.

Er wordt alleen ingezet op almaar strengere wetgeving, hogere straffen, dwangsommen, enzovoort. Dat beleid is goed voor de bühne en kost op het eerste gezicht geen geld. Onder de streep levert het evenwel amper iets op. Fiscale wetgeving vereenvoudigen door de vele vrijstellingen, verminderingen en uitzonderingen te schrappen en ook effectief investeren in Financiën, is daarentegen geen populair beleid. Maar het zou wel opleveren. Het enige wat ontbreekt, is vijf minuten politieke moed.

Het is minister van Financiën Van Peteghem (CD&V) menens met de strijd tegen de fiscale en sociale fraude. Na een eerste pakket, lanceerde hij onlangs een tweede reeks maatregelen die fraude moeten tegengaan. De Vivaldi-regering uitte van bij haar start de ambitie om tegen fraude op te treden. Die strijd moet veel geld in het laatje brengen. Het eerste jaar 200 miljoen euro, en de daaropvolgende jaren respectievelijk 400 miljoen, 700 miljoen euro en in 2024 zelfs 1 miljard euro.Of dat doel wordt bereikt, is hoogst twijfelachtig. De oppositie onthaalde de bedragen alvast op hoongelach. Het Rekenhof meldde enkel dat "de bedragen niet gestaafd zijn". We zullen hoe dan ook nooit weten of die bedragen worden gehaald. De effecten van de meeste maatregelen zitten verscholen in de totale fiscale opbrengsten. Wel meetbaar zijn de opbrengsten van de controles van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI). En dan hebben we het niet over de vogels in de lucht. Het is bekend dat soms hoge bedragen worden aangerekend die vervolgens nooit geïnd worden. Wat effectief wordt betaald, is het enige wat budgettair telt. De in het verleden effectief betaalde bedragen zijn bekend. Zo inde de BBI in 2019 bijvoorbeeld 294 miljoen. In 2018 was dat 254 miljoen en in 2017 311 miljoen. Het is meteen duidelijk dat één miljard euro extra in 2024 uiterst ambitieus is.De aangekondigde maatregelen zijn ingrijpend. De meest in het oog springende is misschien wel de uitbreiding van de fiscale aanslagtermijnen. In complexe gevallen of in het geval van fraude wordt de aanslagtermijn opgetrokken naar tien jaar. Enkele jaren geleden was dat nog vijf jaar. Andere maatregelen zijn ook best pittig. De vele slimme camera's (ANPR) zullen gebruikt worden om fiscale en niet-fiscale schulden te innen. U zult dus van de weg kunnen worden geplukt, niet omdat u te snel reed maar wel om uw fiscale schulden te betalen. Cash geld wordt nog meer gebannen, witte kassa's worden gedigitaliseerd, spookbedrijven worden opgedoekt, auteursrechten worden tegen het licht gehouden, er komt samenwerking tussen fiscus en gerecht, dwangsommen kunnen worden opgelegd als de fiscus vindt dat iemand onvoldoende meewerkt, er komt preventief horizontaal toezicht op grote werven, enzovoort.De vraag rijst of dat opbod aan maatregelen ook de juiste aanpak is. De ingrijpende en verregaande bevoegdheden die de overheid op deze manier krijgt, staan op zeer gespannen voet met de fundamentele rechten van de burgers. Ook wordt het fiscale doolhof alleen maar complexer. Dat zorgt voor rechtsonzekerheid en meer en langere procedures en conflicten. Het recept voor een effectief antifraudebeleid lijkt nochtans voor de hand te liggen: een verregaande vereenvoudiging van de fiscale wetgeving, gecombineerd met een belangrijke versterking van de fiscale onderzoekscapaciteit. Jammer genoeg blijft Van Peteghem net op die vlakken in gebreke. Spijts de aankondiging, komt er in deze legislatuur alweer geen grondige fiscale hervorming. Ook over de onderzoekscapaciteit heeft de minister zich laten ontvallen dat we daar niet op moeten rekenen. Dus geen bijkomende investeringen in informatisering, in meer fiscale ambtenaren, in meer opleiding en in een aantrekkelijker statuut waardoor young potentials gaan voor een carrière bij Financiën in plaats van bij de Big Four.Er wordt alleen ingezet op almaar strengere wetgeving, hogere straffen, dwangsommen, enzovoort. Dat beleid is goed voor de bühne en kost op het eerste gezicht geen geld. Onder de streep levert het evenwel amper iets op. Fiscale wetgeving vereenvoudigen door de vele vrijstellingen, verminderingen en uitzonderingen te schrappen en ook effectief investeren in Financiën, is daarentegen geen populair beleid. Maar het zou wel opleveren. Het enige wat ontbreekt, is vijf minuten politieke moed.