De Belg en zijn zwart geld, het blijft een moeilijke zaak. Dat blijkt nog maar eens uit een nieuwe studie van de Oostenrijkse hoogleraar Friedrich Schneider over de zwarte economie in verscheidene Europese landen.

Volgens dat rapport is de zwarte economie in ons land dit jaar goed voor 15,6 procent van het bruto binnenlands product. In geld uitgedrukt gaat het om maar liefst 65 miljard euro.

Hoewel de zwarte economie in ons land sinds 2003 in dalende lijn zit, blijft het aandeel zeer hoog. In de ranking moeten we Griekenland (21,5%), Italië (19,8%), Spanje (17,2%) en Portugal (16,6%) dan wel laten voorgaan, maar we lopen duidelijk achter op onze buurlanden Nederland (8,4%), Duitsland (10,4%) en Frankrijk (12,8%).

Rooskleuriger begroting

Mochten we erin slagen de zwarte economie terug te dringen tot 10,5 procent - het gemiddelde van de buurlanden - dan zou de fiscus over 21 miljard euro extra belastbare materie beschikken. De begroting zou er meteen heel wat rooskleuriger uitzien.

Om de zwarte economie in ons land terug te dringen tot 10,5 procent, zijn drastische maatregelen noodzakelijk. De opeenvolgende regeringen hebben telkens gefocust op ernstige fiscale fraude.

De vraag is of dat een verstandige beleidsbeslissing was. De impact van de huis-, tuin- en keukenfraude mag absoluut niet worden onderschat. Uit een eigen enquête uit 2009 is bijvoorbeeld gebleken dat 67,25 procent van de ondervraagden toegaf dat ze af en toe goederen of diensten in het zwart kopen. 44,42 procent bekende dat ze ooit in het zwart hadden gewerkt. Verbijsterende cijfers.

Het nieuwe zwart geld is onbelast wit geld

Zo bekeken is het dan ook verwonderlijk dat de regering heeft beslist dat gepensioneerden en werknemers die minstens vier vijfde werken tot 500 euro per maand onbelast kunnen bijverdienen met activiteiten in het verenigingsleven en met klussen bij particulieren.

Voor verenigingen gaat het onder meer om inkomsten van scheidsrechters, trainers, monitors van jeugd- en sportkampen, gidsen en begeleiders van leerlingen. De klussen bij particulieren zijn onder meer bijverdiensten uit kinderopvang, bijlessen, IT-hulp, administratieve bijstand, klein onderhoud van onroerende goederen en het toezicht in gebouwen.

Doos van Pandora

Het komt erop neer dat de regering met die maatregel eigenlijk een substantieel deel van de ondergrondse zwarte economie officialiseert en witwast. De toekomst zal uitwijzen of dat een goede keuze is.

Het staat wel vast dat de schatkist geen enkel voordeel haalt uit die regeling. Wat vroeger zwart en onbelast was, wordt wit en onbelast. Budgettair heeft dat geen enkele impact.

Daarnaast bestaat het risico dat er nieuwe vormen van misbruik ontstaan. Een tuinman die in het zwart werkt en wordt gevat, draagt daar nu de gevolgen van. In het nieuwe systeem is dat niet zo zeker. De tuinman kan bij de controle inroepen dat hij onbelast aan het bijklussen was.

Om de zwarte economie in ons land terug te dringen, zijn drastische maatregelen noodzakelijk

Dat probleem kan mogelijk wat worden opgevangen door de overheids-app, waar bijklusarbeid moet worden aangemeld. Maar dat is een gedeeltelijke oplossing. Als een bijklusser zijn maandelijkse grensbedrag heeft bereikt, kan hij in het zwart blijven werken, of een stroman inschakelen om zich op de app te registreren.

En laat ons ook het probleem van de concurrentie met de officiële markt niet onderschatten. Traditioneel wordt van de zwarte economie gezegd dat ze de concurrentie verstoort.

Dat is natuurlijk niet anders als de zwarte economie wordt geofficialiseerd tot een onbelaste witte economie.

Vooral voor kinderopvang en kleine onderhoudswerken aan onroerende goederen dreigt de nieuwe regeling marktverstorend te werken. Hopelijk heeft de regering met die regeling geen doos van Pandora geopend.