Europa is de luis in de pels van de Belgische wetgever. Fiscale wetten moeten de toets van het EU-recht doorstaan. Dat doen ze vaak niet. Daarom wordt de wetgever al eens teruggefloten door Belgische en Europese rechters, omdat zijn wetten de beginselen van vrij verkeer schenden. Bovendien is de Belgische wetgever een slechte leerling. Zelfs na herhaalde verwittigingen van Europa laat hij na een gewraakte wet aan te passen. De soap rond de aangifte van buitenlandse woningen is daar een goed voorbeeld van. Belgische onroerende goederen worden aangegeven en belast op hun kadastraal inkomen (KI), buitenlandse op hun werkelijke huur of huurwaarde. Dat is een discriminatie, heeft het Europese Hof van Justitie sinds 2014 al herhaaldelijk gezegd. De wet is nog altijd niet aangepast.

Soms gebeurt zo'n 'wetswijziging onder Europese druk' wel. Kinderen geven recht op een belastingvermindering. Die werd bij getrouwde koppels steevast toegekend aan de echtgenoot met het hoogste inkomen. Heeft die buitenlandse inkomsten die vrijgesteld zijn van Belgische belasting, dan ging de vermindering voor kinderen verloren. Want zonder belasting, geen belastingvermindering. Dat kon niet, oordeelde het Europese Hof van Justitie, daarin gevolgd door de hoogste Belgische rechtsinstanties. De wet werd aangepast, zodat het fiscale voordeel voor kinderen nu toegekend wordt aan de echtgenoot met de lagere Belgische inkomsten, als dat voordeliger is. Maar de wijziging bleek niet sluitend en had ongewenste neveneffecten. Sommige koppels waren slechter af na dan vóór de wijziging. "Pas de nieuwe wet dan niet toe", luidde het. En zo gebeurde. De voor het gezin meest gunstige aanslag bepaalt nu bij wie de vermindering voor kinderen wordt aangerekend, niet op basis van een wet, maar op basis van een administratieve tolerantie. Dat sommige belastingaanslagen nu in feite onwettig worden gevestigd, nemen we voor lief.

Het lijkt er op dat de fiscus de handdoek in de ring gooit.

Een vijftal jaar geleden werd ik gecontacteerd door een studiegenoot. Ze vroeg me advies. Haar man werkte in Nederland, zij in België. Ook zij zag met lede ogen aan dat het fiscale voordeel voor haar kinderen verloren ging aan het vrijgestelde Nederlandse inkomen van haar man. Ik hielp haar op weg. Maar zij ging all the way, wat leidde tot een van de meest spraakmakende fiscale rechtszaken van het voorbije jaar (arrest van hof van beroep in Antwerpen van 23 oktober 2018). Voor de rechter vroeg ze dat niet enkel de belastingvermindering voor de kinderen zou worden aangerekend op haar Belgische inkomen, iets waarmee de fiscus tijdens de procedure al akkoord ging. Ze vroeg dat bovendien ook voor alle andere aftrekken en belastingverminderingen die het gezin genoot. En dat waren er nogal wat. Van de toenmalige aftrekken van giften, van uitgaven voor kinderopvang tot de belastingverminderingen voor de hypothecaire lening, voor de aankoop van PWA- en dienstencheques, voor energiebesparende uitgaven en voor de gewone belastingvrije som van haar man. Ook die fiscale voordelen gingen verloren in de mate dat ze werden aangerekend op het Nederlandse inkomen.

Hoewel de vorige minister van Financiën die uitbreiding nog categoriek van de hand wees, kreeg zij van de rechter over de hele lijn gelijk. Europa stelt immers dat 'persoons- en gezinsgebonden' voordelen niet verloren mogen gaan aan vrijgestelde inkomsten, en volgens de rechter vallen daar niet enkel de vermindering voor kinderen onder, maar ook alle andere hoger genoemde fiscale voordelen waarop het gezin recht heeft. Die voordelen moeten integraal worden toegekend. Anders is dat een schending van het vrije verkeer van personen.

Heeft het te maken met een regering in lopende zaken of een slapend kabinet, feit is dat de fiscus niet in Cassatie is gegaan tegen dit arrest. Integendeel, een nieuwe belastingafrekening is intussen al gevestigd met de integrale toekenning van alle gezinsvoordelen. Het lijkt er dus op dat de fiscus de handdoek in de ring gooit. Dat is goed nieuws voor wie te maken heeft met grensoverschrijdende tewerkstelling. Zeker als je weet dat je voor onterecht niet-toegekende belastingverminderingen nog een ambtshalve ontheffing kan vragen voor de voorbije vijf jaar.