De Belgische begroting zat al in vieze papieren voordat corona toesloeg. Al tien jaar hobbelen we van het ene tekort in het andere. In 2014 werd op een begroting in evenwicht in 2018 gemikt. Dat bleek, net zoals in 2019, niet mogelijk. Bij ongewijzigd beleid zou het tekort voor 2020 en 2021 oplopen tot meer dan 10 miljard euro. De Belgische rekening doen kloppen is een tantaluskwelling: heel gewenst, maar een onbereikbaar ideaal.
...

De Belgische begroting zat al in vieze papieren voordat corona toesloeg. Al tien jaar hobbelen we van het ene tekort in het andere. In 2014 werd op een begroting in evenwicht in 2018 gemikt. Dat bleek, net zoals in 2019, niet mogelijk. Bij ongewijzigd beleid zou het tekort voor 2020 en 2021 oplopen tot meer dan 10 miljard euro. De Belgische rekening doen kloppen is een tantaluskwelling: heel gewenst, maar een onbereikbaar ideaal.En dan was daar plots het coronavirus. Er werd eerst wat lacherig over gedaan. Niet meer dan een griepje. Maar plots waren de ziekenhuisopnames amper bij te houden, steeg het aantal patiënten op intensieve zorg exponentieel en vielen er vele doden. De volksgezondheid was in gevaar, waardoor de overheid drastisch moest ingrijpen. De economie werd stilgelegd en met allerhande maatregelen worden bedrijven en gezinnen financieel ondersteund. Daardoor krijgt de al doodzieke begroting een dubbele mokerslag te incasseren: veel minder inkomsten en veel meer uitgaven.De begroting zal bloedrood kleuren. De toestand is zo dramatisch dat voorlopig niemand het tekort ernstig becijferd krijgt. Het kan 20, 30, 40 of - waarom niet - 50 miljard euro zijn. Zegt u het maar. Er zullen de komende jaren herculische inspanningen moeten worden geleverd. Dat is de enige zekerheid. Veeleer dan te focussen op kerntaken, economische groei en efficiëntie pleiten velen voor een vermogensbelasting. Dat wordt simplistisch uitgelegd als het geld halen waar het zit. Het kapitaal zou structureel onvoldoende bijdragen. Maar dat is onjuist. Zowel de Europese Commissie als de OESO bevestigt dat kapitaal, net zoals arbeid, heel hoog belast is in België. Bovendien dragen beide omzeggens evenveel bij. Dat wil niet zeggen dat het niet rechtvaardiger kan. Dat blijkt ook uit het rapport van de Hoge Raad voor Financiën. Maar de fiscale meeropbrengst daarvan zal de diepe begrotingskrater amper dempen.Vooral in Franstalig België lijkt de belastinghonger niet te stillen. Van de PVDA-PTB verwacht je niet anders. Die partij gaat dan ook het verst uit de bocht met een jaarlijkse miljonairsbelasting tot 3 procent. Ook wil ze een eenmalige coronataks van 5 procent heffen. Dat laatste voorstel heeft de PS onlangs zelfs mee goedgekeurd. Die partij heeft ook een voorstel voor een vermogensbelasting tot 1,5 procent. Ook Ecolo deed een voorstel van 1,5 procent. Als je dan weet dat het cdH akkoord gaat met een Europese vermogensbelasting en Défi gewonnen is voor een vermogensrendementsheffing op zijn Nederlands, dan is heel Franstalig België gewonnen voor de een of andere vorm van vermogensbelasting. Enkel de MR geeft wat tegengas. Maar gelet op de verklaringen van zijn flamboyante voorzitter, lijkt dat eerder voor de tribune. De hoax dat een vermogensbelasting de oplossing is voor de begrotingszorgen, moet worden doorprikt. Het is praktisch onmogelijk een vermogensbelasting in te voeren op een relatief korte termijn. Er zal een tsunami aan discussies op gang komen over de waardering van wijnkelders, bedrijven, vastgoed, kunst of oldtimers. Een nieuwe fiscale administratie inrichten gebeurt ook niet in een-twee-drie. Andere landen hebben die belasting afgeschaft omdat ze meer kostte dan ze opbracht. En dan is er nog het fenomeen van de vlucht van vermogenden en vermogens richting het buitenland.Ook budgettair is het een domme belasting. Op korte termijn komt er wat geld binnen. Op lange termijn verarmen we collectief. Al het vermogen dat de overheid zo afroomt, kan niet worden gebruikt om te investeren. Een vermogensbelasting fnuikt dus toekomstige economische groei. Enkel die economische groei kan de begroting uiteindelijk redden. Een goede herder scheert zijn schapen, maar vilt ze niet.