De federale regering voerde vorig jaar een jaarlijkse heffing in van 0,15 procent op beleggingen van natuurlijke personen op Belgische en buitenlandse effectenrekeningen. De taks wordt alleen geheven op effectenrekeningen die minstens 500.000 euro waard zijn. De maatregel moest zorgen voor meer fiscale rechtvaardigheid.

Het Grondwettelijk Hof oordeelt nu dat de wetgever wel degelijk mag streven naar meer fiscale rechtvaardigheid door een taks op grotere vermogens, maar dat het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie daarbij wel gerespecteerd moet worden. Dat is bij de effectentaks niet het geval. Zo worden sommige financiële instrumenten die op een effectenrekening staan wel aan de taks onderworpen en andere niet. Mensen met werkelijke vermogens van een half miljoen euro of meer kunnen ook aan de taks ontsnappen door de effectenrekening op naam van meerdere titularissen te zetten.

De taks wordt nu vernietigd, maar de gevolgen blijven wel gehandhaafd. Met andere woorden, de staat moet de reeds betaalde taks niet terugbetalen.