De volgende maand hebben accountants, belastingconsulenten en andere fiscaal adviseurs nog een kluif aan de hangende aangiften van de personenbelasting. Via die mandatarissen kunnen die nog worden ingediend tot 31 oktober. Opnieuw zullen velen worden geconfronteerd met de moeilijke nieuwe regelgeving voor de woonfiscaliteit.

Tijdens een recente workshop, georganiseerd aan de Fiscale Hogeschool, bleek nog maar eens hoe moeilijk het is de regels te vertalen naar de fiscale aangifte. Het toenemend gebruik van begrippen met een eigen fiscale interpretatie in de aangifte is daar niet vreemd aan. We denken bijvoorbeeld aan de uitdrukkingen 'eigen woning' of 'in principe vóór 2005 afgesloten leningen', om nog te zwijgen van de federale en de gewestelijke woonbonus. De ervaring van de jongste maanden is dat zelfs fiscale specialisten soms hun weg niet meer vinden in de aangifte.

'Grote schoonmaak in de inkomstenbelasting gevraagd'

Het zijn argumenten om nogmaals te pleiten voor een grote schoonmaak in de inkomstenbelasting. Vanzelfsprekend is er geen bezwaar tegen economisch verantwoorde nieuwe fiscale maatregelen. Maar iedereen heeft nu vooral behoefte aan een duidelijke wetgeving.

Ondertussen zijn ook de gewesten, en vooral het Vlaamse, zeer actief op fiscaal vlak. De integratie van de successierechten en de belangrijkste registratierechten in de Vlaamse Codex Fiscaliteit en de overname door het gewest van de verantwoordelijkheid om die belastingen te innen, zorgen voor opmerkelijke ontwikkelingen. Traditionele benamingen van de belastingen worden gewijzigd. 'Successierecht' is nu 'erfbelasting' geworden, 'schenkingsrecht' werd 'schenkbelasting'. De heffing en de invordering van de belastingen waarvoor Vlaanderen bevoegd is, werden grondig hervormd. Bijzonder opvallend is de intensiteit waarmee de Vlaamse Belastingdienst zich op het fiscale terrein beweegt. Naar het voorbeeld van de federale belastingadministratie publiceert de Vlaamse Belastingdienst op zijn website regelmatig 'administratieve standpunten', waarin de dienst zijn visie over de toepassing van die belastingheffingen geeft. Het gaat om interpretaties van de regelgeving, en alle belastingplichtigen kunnen zich daarop beroepen. Ze zijn dus algemeen geldend.

Sommige standpunten komen overeen met die van de federale administratie over vergelijkbare regels. Soms neemt de Vlaamse Belastingdienst een nieuw standpunt in. Een opmerkelijk voorbeeld is de beslissing dat wie een roerend of onroerend goed schenkt, alle kosten van de schenking, ook de schenkbelasting, ten laste mag nemen, en dat dit niet beschouwd wordt als een bijkomende schenking.

Naast de administratieve standpunten publiceert de Vlaamse Belastingdienst ook 'toleranties'. Daarmee worden sancties niet of milder toegepast. Ook die zijn algemeen geldend.

Ten slotte bestaat er sinds 14 augustus een Vlaamse Rulingcommissie met een eigen systeem van voorafgaande beslissingen. Over de toepassing van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en over verrichtingen waarop zowel de Vlaamse als de federale fiscale wetgeving ter sprake komt, kan die commissie binnenkort beslissingen nemen. Naast de federale rulings komen er binnenkort dus ook Vlaamse voorafgaande beslissingen.

Het zijn ongetwijfeld allemaal goedbedoelde initiatieven, maar ze leggen de fiscaal adviseurs bijkomende verantwoordelijkheden op. Het volstaat hoe langer hoe minder de wet heel goed te kennen en ze op te volgen. Een fiscaal adviseur moet nu ook grondig de soms afwijkende en wisselende beslissingen en toleranties van de verschillende overheden raadplegen en bestuderen. Is dat wel een goede evolutie? Neemt de administratie daardoor niet te veel de taak van de wetgever over? Is het geen reden om opnieuw aandacht te vragen voor een betere, duidelijkere wetgeving? Moeten ook de parlementen geen grotere verantwoordelijkheid opnemen? De vragen stellen is ze beantwoorden.