Niet elke bepaling in een belastingwet is glashelder, helaas. Sommige rechtsbegrippen houden bovendien een doelbewuste vaagheid in om tegemoet te komen aan toekomstige ontwikkelingen die de wetgever nog niet kon voorzien toen de wet werd geschreven. Over de invulling en de interpretatie van zulke onduidelijke wetteksten kan men vaak verschillende meningen verdedigen en procederen in de rechtbank. Voor de belastingplichtige is dat geen ideaal scenario, want terwijl het jaren kan duren voor er een gerechtelijke uitspraak is, moet hij de belasting wel al betalen om bijvoorbeeld verhogingen te vermijden. Beter is om op voorhand al te weten welke de fiscale gevolgen van een bepaalde handeling zullen zijn.

Net om achteraf fiscale verrassingen en (gerechtelijke) betwistingen te vermijden, kennen we in België al lange tijd het systeem van de voorafgaande beslissingen, ook wel rulingsgenoemd. De belastingplichtige heeft via dat systeem de mogelijkheid een dossier bij de fiscus in te dienen waarin hij zijn plannen schetst en vraagt om te bevestigen of die al dan niet tot de toepassing van bepaalde belastingen leiden. Dankzij het antwoord van de fiscus weet de belastingplichtige welke gevolgen hij mag verwachten als hij zijn plannen uitvoert.

Toen België in 2005 een nieuwe en veralgemeende procedure voor rulings invoerde, was één van de drijfveren verder in te zetten op de relatie tussen de fiscale overheid en de belastingplichtige. Voor beide partijen biedt een ruling voordelen. Terwijl de belastingplichtige rechtszekerheid krijgt, kan de overheid dankzij de bekendmaking van rulings belastingontwijkend en -ontduikend gedrag beperken. Goede afspraken maken goede vrienden, dat is het hele idee achter het systeem.

Op federaal niveau kan de belastingplichtige zijn dossier bovendien eerst anoniem indienen en pas later een ruling vragen. Die anonimiteit versterkt de objectiviteit die men van de fiscus kan verwachten bij de beoordeling van het dossier. Uit de praktijk blijkt dat men, rekening houdend met de ruling van de federale administratie, de plannen weleens bijstuurt en op basis daarvan een nieuwe aanvraag indient.

Gooit de Vlaamse fiscus de deur toe voor rulings?

Toen het Vlaamse Gewest in 2015 de bevoegdheid voor de inning en invordering van onder meer de Vlaamse schenk- en erfbelasting heeft overgenomen, is dat inclusief het rulingsysteem gebeurd. Men kan sindsdien aan de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) vragen om bijvoorbeeld een geplande schenking of een huwelijkscontract te toetsen aan bepaalde artikelen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Anonieme aanvragen zijn echter uitgesloten.

Er zijn een aantal voorwaarden om een Vlaamse ruling te mogen vragen, die over het algemeen vanzelfsprekend zijn. Zo mag de geplande handeling nog niet zijn gesteld, anders kan er onmogelijk sprake zijn van een 'voorafgaande' beslissing. Als de voorwaarden voor de toegang tot het rulingsysteem vervuld zijn, kan men een ruling van verwachten. Meer nog, Vlabel moet dan een standpunt innemen over de geplande handeling.

Eigenaardig genoeg lijkt Vlabel in enkele recente gevallen de deur tot het rulingsysteem dicht te willen houden. In al die gevallen werd eerst een ruling verkregen, werd de geplande handeling of de context gewijzigd en werd nadien een nieuwe ruling aangevraagd. Zo hadden in één geval echtgenoten gevraagd of er erfbelasting volgt als in hun huwelijkscontract zou worden bepaald dat de langstlevende echtgenoot alle gezamenlijke goederen krijgt. Omdat zo'n huwelijkscontract alleen mogelijk is voor echtgenoten die met scheiding van goederen zijn gehuwd, hadden de echtgenoten een jaar eerder hun huwelijksstelsel in die zin aangepast. Vlabel leverde een negatieve ruling af omdat dat fiscaal misbruik zou uitmaken. De overstap naar een nieuw huwelijksstelsel en de toevoeging van de gewenste bepaling volgden te kort op elkaar. Als er ongeveer drie jaar tussen twee handelingen verloopt, is er volgens Vlabel zelden fiscaal misbruik. Dat blijk uit de gepubliceerde rulings. Daarom hebben de echtgenoten twee jaar later, toen er dus drie jaar was verstreken sinds zij een stelsel van scheiding van goederen hebben, een nieuwe ruling aangevraagd. Vlabel weigert te antwoorden omdat er in het verleden al een ruling is geweest. Men zou dus geen tweede keer mogen terugkomen. Nochtans stelt de wet op dat punt geen enkele voorwaarde.

Maar zelfs los van de onwettigheid ervan, schept die houding van Vlabel de indruk dat men niet wil antwoorden op bepaalde vragen en daarom een reden zoekt om geen toegang te geven tot het rulingsysteem. Die indruk wordt versterkt door het feit dat Vlabel in andere dossiers geen moeite heeft met het afleveren van meerdere rulings. Dat leidt tot willekeur, terwijl het doel van het rulingsysteem net rechtszekerheid is.

Het valt te betreuren dat in Vlaanderen een systeem dat bedoeld is om een brug te bouwen tussen de belastingplichtige en de fiscus, op zo'n manier wordt toegepast dat het de basis voor wantrouwen creëert.

Niet elke bepaling in een belastingwet is glashelder, helaas. Sommige rechtsbegrippen houden bovendien een doelbewuste vaagheid in om tegemoet te komen aan toekomstige ontwikkelingen die de wetgever nog niet kon voorzien toen de wet werd geschreven. Over de invulling en de interpretatie van zulke onduidelijke wetteksten kan men vaak verschillende meningen verdedigen en procederen in de rechtbank. Voor de belastingplichtige is dat geen ideaal scenario, want terwijl het jaren kan duren voor er een gerechtelijke uitspraak is, moet hij de belasting wel al betalen om bijvoorbeeld verhogingen te vermijden. Beter is om op voorhand al te weten welke de fiscale gevolgen van een bepaalde handeling zullen zijn.Net om achteraf fiscale verrassingen en (gerechtelijke) betwistingen te vermijden, kennen we in België al lange tijd het systeem van de voorafgaande beslissingen, ook wel rulingsgenoemd. De belastingplichtige heeft via dat systeem de mogelijkheid een dossier bij de fiscus in te dienen waarin hij zijn plannen schetst en vraagt om te bevestigen of die al dan niet tot de toepassing van bepaalde belastingen leiden. Dankzij het antwoord van de fiscus weet de belastingplichtige welke gevolgen hij mag verwachten als hij zijn plannen uitvoert.Toen België in 2005 een nieuwe en veralgemeende procedure voor rulings invoerde, was één van de drijfveren verder in te zetten op de relatie tussen de fiscale overheid en de belastingplichtige. Voor beide partijen biedt een ruling voordelen. Terwijl de belastingplichtige rechtszekerheid krijgt, kan de overheid dankzij de bekendmaking van rulings belastingontwijkend en -ontduikend gedrag beperken. Goede afspraken maken goede vrienden, dat is het hele idee achter het systeem.Op federaal niveau kan de belastingplichtige zijn dossier bovendien eerst anoniem indienen en pas later een ruling vragen. Die anonimiteit versterkt de objectiviteit die men van de fiscus kan verwachten bij de beoordeling van het dossier. Uit de praktijk blijkt dat men, rekening houdend met de ruling van de federale administratie, de plannen weleens bijstuurt en op basis daarvan een nieuwe aanvraag indient.Toen het Vlaamse Gewest in 2015 de bevoegdheid voor de inning en invordering van onder meer de Vlaamse schenk- en erfbelasting heeft overgenomen, is dat inclusief het rulingsysteem gebeurd. Men kan sindsdien aan de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) vragen om bijvoorbeeld een geplande schenking of een huwelijkscontract te toetsen aan bepaalde artikelen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Anonieme aanvragen zijn echter uitgesloten.Er zijn een aantal voorwaarden om een Vlaamse ruling te mogen vragen, die over het algemeen vanzelfsprekend zijn. Zo mag de geplande handeling nog niet zijn gesteld, anders kan er onmogelijk sprake zijn van een 'voorafgaande' beslissing. Als de voorwaarden voor de toegang tot het rulingsysteem vervuld zijn, kan men een ruling van verwachten. Meer nog, Vlabel moet dan een standpunt innemen over de geplande handeling.Eigenaardig genoeg lijkt Vlabel in enkele recente gevallen de deur tot het rulingsysteem dicht te willen houden. In al die gevallen werd eerst een ruling verkregen, werd de geplande handeling of de context gewijzigd en werd nadien een nieuwe ruling aangevraagd. Zo hadden in één geval echtgenoten gevraagd of er erfbelasting volgt als in hun huwelijkscontract zou worden bepaald dat de langstlevende echtgenoot alle gezamenlijke goederen krijgt. Omdat zo'n huwelijkscontract alleen mogelijk is voor echtgenoten die met scheiding van goederen zijn gehuwd, hadden de echtgenoten een jaar eerder hun huwelijksstelsel in die zin aangepast. Vlabel leverde een negatieve ruling af omdat dat fiscaal misbruik zou uitmaken. De overstap naar een nieuw huwelijksstelsel en de toevoeging van de gewenste bepaling volgden te kort op elkaar. Als er ongeveer drie jaar tussen twee handelingen verloopt, is er volgens Vlabel zelden fiscaal misbruik. Dat blijk uit de gepubliceerde rulings. Daarom hebben de echtgenoten twee jaar later, toen er dus drie jaar was verstreken sinds zij een stelsel van scheiding van goederen hebben, een nieuwe ruling aangevraagd. Vlabel weigert te antwoorden omdat er in het verleden al een ruling is geweest. Men zou dus geen tweede keer mogen terugkomen. Nochtans stelt de wet op dat punt geen enkele voorwaarde.Maar zelfs los van de onwettigheid ervan, schept die houding van Vlabel de indruk dat men niet wil antwoorden op bepaalde vragen en daarom een reden zoekt om geen toegang te geven tot het rulingsysteem. Die indruk wordt versterkt door het feit dat Vlabel in andere dossiers geen moeite heeft met het afleveren van meerdere rulings. Dat leidt tot willekeur, terwijl het doel van het rulingsysteem net rechtszekerheid is.Het valt te betreuren dat in Vlaanderen een systeem dat bedoeld is om een brug te bouwen tussen de belastingplichtige en de fiscus, op zo'n manier wordt toegepast dat het de basis voor wantrouwen creëert.