De strijd tegen fiscale fraude woedt de jongste jaren in alle hevigheid. Alle beleidsniveaus doen hun duit in het zakje. De coronabegrotingskraters zullen bovendien een vliegwiel blijken te zijn om nog daadkrachtiger in te grijpen. Om de zoveel maanden zien we dan ook een of andere verstrenging opduiken in de vorm van een Europese richtlijn, een streng arrest of een wetgevend ingrijpen. Al deze verstrengingen kunnen rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. Frauderen is niet langer een stoere of robinhoodachtige daad van verzet. Het is gewoon asociaal.

Dat is in België niet altijd zo geweest. De Belg heeft lang een ambigue houding gehad ten overstaan van fraude. Stelen van de staat vonden velen niet zo erg. Het was bijna een nationale sport om roerende voorheffing te ontduiken in het buitenland. Belgen bedreven de kunst van het frauderen op dat vlak zelfs zo goed dat de Engelsen dat gedrag omschrijven als dat van 'the Belgian dentist'. Ook voor de erfbelasting wat het bon ton om bepaalde activa niet aan te geven. Denk bijvoorbeeld aan titels aan toonder of de tegoeden die werden aangehouden in het buitenland. Bij een vastgoedtransactie kwam ook meer dan eens de vraag om een deel van de koopprijs 'onder tafel' te betalen.

Frauderen is niet langer een stoere of robinhoodachtige daad van verzet. Het is gewoon asociaal.

De maatschappelijke perceptie is intussen gekeerd. De huis-, tuin- en keukenfraude wordt nog maar amper vergoelijkt. Bij de meeste belastingplichten en tussenpersonen is het intussen evident dat de wettelijk verschuldigde belastingen ook correct moeten worden betaald. Uiteraard is missen menselijk. Niet elke fout moet met strafrecht worden beteugeld. Als je niet te kwader trouw handelt, volstaat de administratieve afhandeling, hoe groot de bedragen ook. Denk bijvoorbeeld aan een te lage waardering, een laattijdige aangifte, bepaalde goederen per vergissing niet aangeven.

Maar uiteraard is er altijd een uitzondering die de regel bevestigt. Hardleerse personen die de boel wetens en willens tillen. Voor dat soort personen is het strafrecht bedoeld. Hen wordt nu in Vlaanderen de wacht aangezegd. Indien de strafrechter vaststelt dat iemand de Vlaamse Codex Fiscaliteit met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden heeft overtreden, zijn voortaan serieus verhoogde geldboetes van toepassing.

Tot voor kort waren de strafsancties een geldboete van 250 euro tot 125.000 euro en/of een gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar. Indien je ook nog eens valse stukken gebruikt, dan wordt de maximale gevangenisstraf vijf jaar. De maximale geldboete wordt nu opgetrokken van 125.000 euro tot 500.000 euro. Dat is op zich niet heel schokkend. De echte verhoging is dat Vlaanderen heeft beslist die boetes ook te onderwerpen aan de zogenoemde strafrechtelijke opdeciemen. Dat is een vorm van indexering van strafrechtelijke boetes. Dat klinkt niet heel spannend, maar heeft wel als gevolg dat de geldboete met 700 procent wordt verhoogd. Een veroordeling kost dus niet langer 250 tot 125.000 euro, maar wel 2000 tot 4.000.000 euro. Dat is 32 keer meer dan voorheen. Uiteraard is met de boete de kous niet af. Dat is maar de straf voor de fraude. De belasting zelf moet ook betaald worden met alle belastingtoeslagen die een vergoedend karakter hebben.

Voor de eerlijke belastingbetaler is dit een goede zaak. Hogere opbrengsten zouden moeten resulteren in lagere belastingen voor iedereen. Maar om de rotte appels echt af te schrikken, moet de handhaving volgen. Dus niet enkel flinke wetten, maar ook voldoende mankracht om die wetten te handhaven. Dat betekent investeren in goed opgeleide, gemotiveerde en geëquipeerde magistraten. Daar wringt voorlopig het schoentje. Aan federaal minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) om dat op te lossen.

De strijd tegen fiscale fraude woedt de jongste jaren in alle hevigheid. Alle beleidsniveaus doen hun duit in het zakje. De coronabegrotingskraters zullen bovendien een vliegwiel blijken te zijn om nog daadkrachtiger in te grijpen. Om de zoveel maanden zien we dan ook een of andere verstrenging opduiken in de vorm van een Europese richtlijn, een streng arrest of een wetgevend ingrijpen. Al deze verstrengingen kunnen rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. Frauderen is niet langer een stoere of robinhoodachtige daad van verzet. Het is gewoon asociaal.Dat is in België niet altijd zo geweest. De Belg heeft lang een ambigue houding gehad ten overstaan van fraude. Stelen van de staat vonden velen niet zo erg. Het was bijna een nationale sport om roerende voorheffing te ontduiken in het buitenland. Belgen bedreven de kunst van het frauderen op dat vlak zelfs zo goed dat de Engelsen dat gedrag omschrijven als dat van 'the Belgian dentist'. Ook voor de erfbelasting wat het bon ton om bepaalde activa niet aan te geven. Denk bijvoorbeeld aan titels aan toonder of de tegoeden die werden aangehouden in het buitenland. Bij een vastgoedtransactie kwam ook meer dan eens de vraag om een deel van de koopprijs 'onder tafel' te betalen.De maatschappelijke perceptie is intussen gekeerd. De huis-, tuin- en keukenfraude wordt nog maar amper vergoelijkt. Bij de meeste belastingplichten en tussenpersonen is het intussen evident dat de wettelijk verschuldigde belastingen ook correct moeten worden betaald. Uiteraard is missen menselijk. Niet elke fout moet met strafrecht worden beteugeld. Als je niet te kwader trouw handelt, volstaat de administratieve afhandeling, hoe groot de bedragen ook. Denk bijvoorbeeld aan een te lage waardering, een laattijdige aangifte, bepaalde goederen per vergissing niet aangeven.Maar uiteraard is er altijd een uitzondering die de regel bevestigt. Hardleerse personen die de boel wetens en willens tillen. Voor dat soort personen is het strafrecht bedoeld. Hen wordt nu in Vlaanderen de wacht aangezegd. Indien de strafrechter vaststelt dat iemand de Vlaamse Codex Fiscaliteit met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden heeft overtreden, zijn voortaan serieus verhoogde geldboetes van toepassing.Tot voor kort waren de strafsancties een geldboete van 250 euro tot 125.000 euro en/of een gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar. Indien je ook nog eens valse stukken gebruikt, dan wordt de maximale gevangenisstraf vijf jaar. De maximale geldboete wordt nu opgetrokken van 125.000 euro tot 500.000 euro. Dat is op zich niet heel schokkend. De echte verhoging is dat Vlaanderen heeft beslist die boetes ook te onderwerpen aan de zogenoemde strafrechtelijke opdeciemen. Dat is een vorm van indexering van strafrechtelijke boetes. Dat klinkt niet heel spannend, maar heeft wel als gevolg dat de geldboete met 700 procent wordt verhoogd. Een veroordeling kost dus niet langer 250 tot 125.000 euro, maar wel 2000 tot 4.000.000 euro. Dat is 32 keer meer dan voorheen. Uiteraard is met de boete de kous niet af. Dat is maar de straf voor de fraude. De belasting zelf moet ook betaald worden met alle belastingtoeslagen die een vergoedend karakter hebben.Voor de eerlijke belastingbetaler is dit een goede zaak. Hogere opbrengsten zouden moeten resulteren in lagere belastingen voor iedereen. Maar om de rotte appels echt af te schrikken, moet de handhaving volgen. Dus niet enkel flinke wetten, maar ook voldoende mankracht om die wetten te handhaven. Dat betekent investeren in goed opgeleide, gemotiveerde en geëquipeerde magistraten. Daar wringt voorlopig het schoentje. Aan federaal minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) om dat op te lossen.