Juristen hebben het de jongste maanden niet onder de markt. Ze worden nog meer dan anders geconfronteerd met teksten die niet gerijpt en dus voor veel interpretaties vatbaar zijn. De bubbel van vier is tekstueel misschien maar een eenpersoonsbubbel. De regelgeving wordt de ene dag zus en de andere dag zo geïnterpreteerd. Juristen krijgen daar buikpijn van. Nog ondraaglijker wordt het als wetgeving met terugwerkende kracht elke rechtszekerheid op de helling zet. Denk aan de ontslagregeling bij tijdelijke werkloosheid. Als een jurist dan een vraag durft te stellen of voorzichtig kritiek geeft, is het antwoord steevast dat juristen kommaneukers zijn, vergeef me het woord, waar een maatschappij in nood niets mee kan aanvangen.

Het beperkt zich niet tot de teksten. Ook op het terrein worden decennia oude fiscale spelregels met meer dan gewone soepelheid toegepast, onder het mom dat we in bijzondere omstandigheden functioneren en dat een en ander toch maar moet kunnen. Nochtans zijn die spelregels er niet voor niets. Ze zijn er om de rechten van de burger te vrijwaren tegen de almacht van de belastingheffende overheid. We maken dat aan de hand van drie voorbeelden concreet.

Fiscale spelregels worden met meer dan gewone soepelheid toegepast, onder het mom dat we in bijzondere omstandigheden functioneren.

Als het geen verrassingscontrole ter plaatse is, hoort een fiscale controle schriftelijk op te starten door middel van een aangetekende brief waarin vragen worden gesteld die schriftelijk kunnen worden beantwoord, of waarin een controle ter plaatse wordt aangekondigd op een welbepaalde datum. Maar hoeveel aangetekende controlebrieven zouden er de jongste twee maanden gestuurd zijn? Niet veel. Alles verloopt uitsluitend via e-mail en telefoon. Wie daarin meegaat, heeft nauwelijks de garantie dat zijn rechten beschermd zijn. In de Verenigde Staten waarschuwt de belastingdienst al jaren nooit in te gaan op e-mails van mensen die zich voordoen als belastingambtenaar, zelfs als ze het zijn. De Internal Revenu Service (IRS) vertrouwt het e-mailverkeer zelf niet. De kans op hacking en misbruik, zelfs door de veiligheidsdiensten, acht de belastingdienst daar veel te hoog.

Is het hier zoveel veiliger? Of wordt ten tijde van covid-19 ook voor misbruiken op de pauzeknop gedrukt?

In de wet is ook voorzien dat de belastingplichtige minstens één maand de tijd heeft om op schriftelijke vragen te antwoorden. Een controle mag de dagelijkse werkzaamheden van een ondernemer of burger niet volledig overhoop gooien. Alles moet op een redelijke wijze tussen de normale werkzaamheden kunnen worden ingepland en georganiseerd. We ondervinden allemaal dat het gebruik van e-mail psychologisch een versnellende dynamiek heeft. De jongste maanden worden alle vragen dus via e-mail gesteld, zonder gebruik te maken van de verplichte modellen en zonder de antwoordtermijn van één maand expliciet te vermelden. In de e-mail legt de inspecteur termijnen van een week of twee weken schijnbaar dwingend op. En als de belastingplichtige die onwettelijke termijn verlengt, gebeurt het dezer dagen dat onmiddellijk met een administratieve sanctie wordt gedreigd, ook al is de vraag niet volgens de regels gesteld en werd de wettelijke antwoordtermijn aan de kant geschoven.

Is het juridische muggenzifterij dat aan te klagen en één maand af te dwingen?

Controles ter plaatse om mondelinge vragen te stellen of stukken te verifiëren, worden vervangen door telefonische vergaderingen. In de Verenigde Staten, en in heel wat andere landen die meer bekommerd zijn om de privacy en de rechtsbescherming van de burger, zouden mensen omvallen van verbazing als de controleur daar nog bij eist een welbepaald telefoonsysteem te gebruiken, waarbij de burger geen enkele garantie heeft over de cyberbeveiliging, over de confidentialiteit van het gesprek, over de vraag of er ook niet-gemachtigde ambtenaren aan de andere kant meeluisteren, of over het stiekem opnemen van de gesprekken.

Mag je zulke overwegingen in coronatijden nog maken?

Juristen hebben het de jongste maanden niet onder de markt. Ze worden nog meer dan anders geconfronteerd met teksten die niet gerijpt en dus voor veel interpretaties vatbaar zijn. De bubbel van vier is tekstueel misschien maar een eenpersoonsbubbel. De regelgeving wordt de ene dag zus en de andere dag zo geïnterpreteerd. Juristen krijgen daar buikpijn van. Nog ondraaglijker wordt het als wetgeving met terugwerkende kracht elke rechtszekerheid op de helling zet. Denk aan de ontslagregeling bij tijdelijke werkloosheid. Als een jurist dan een vraag durft te stellen of voorzichtig kritiek geeft, is het antwoord steevast dat juristen kommaneukers zijn, vergeef me het woord, waar een maatschappij in nood niets mee kan aanvangen. Het beperkt zich niet tot de teksten. Ook op het terrein worden decennia oude fiscale spelregels met meer dan gewone soepelheid toegepast, onder het mom dat we in bijzondere omstandigheden functioneren en dat een en ander toch maar moet kunnen. Nochtans zijn die spelregels er niet voor niets. Ze zijn er om de rechten van de burger te vrijwaren tegen de almacht van de belastingheffende overheid. We maken dat aan de hand van drie voorbeelden concreet.Als het geen verrassingscontrole ter plaatse is, hoort een fiscale controle schriftelijk op te starten door middel van een aangetekende brief waarin vragen worden gesteld die schriftelijk kunnen worden beantwoord, of waarin een controle ter plaatse wordt aangekondigd op een welbepaalde datum. Maar hoeveel aangetekende controlebrieven zouden er de jongste twee maanden gestuurd zijn? Niet veel. Alles verloopt uitsluitend via e-mail en telefoon. Wie daarin meegaat, heeft nauwelijks de garantie dat zijn rechten beschermd zijn. In de Verenigde Staten waarschuwt de belastingdienst al jaren nooit in te gaan op e-mails van mensen die zich voordoen als belastingambtenaar, zelfs als ze het zijn. De Internal Revenu Service (IRS) vertrouwt het e-mailverkeer zelf niet. De kans op hacking en misbruik, zelfs door de veiligheidsdiensten, acht de belastingdienst daar veel te hoog.Is het hier zoveel veiliger? Of wordt ten tijde van covid-19 ook voor misbruiken op de pauzeknop gedrukt?In de wet is ook voorzien dat de belastingplichtige minstens één maand de tijd heeft om op schriftelijke vragen te antwoorden. Een controle mag de dagelijkse werkzaamheden van een ondernemer of burger niet volledig overhoop gooien. Alles moet op een redelijke wijze tussen de normale werkzaamheden kunnen worden ingepland en georganiseerd. We ondervinden allemaal dat het gebruik van e-mail psychologisch een versnellende dynamiek heeft. De jongste maanden worden alle vragen dus via e-mail gesteld, zonder gebruik te maken van de verplichte modellen en zonder de antwoordtermijn van één maand expliciet te vermelden. In de e-mail legt de inspecteur termijnen van een week of twee weken schijnbaar dwingend op. En als de belastingplichtige die onwettelijke termijn verlengt, gebeurt het dezer dagen dat onmiddellijk met een administratieve sanctie wordt gedreigd, ook al is de vraag niet volgens de regels gesteld en werd de wettelijke antwoordtermijn aan de kant geschoven.Is het juridische muggenzifterij dat aan te klagen en één maand af te dwingen?Controles ter plaatse om mondelinge vragen te stellen of stukken te verifiëren, worden vervangen door telefonische vergaderingen. In de Verenigde Staten, en in heel wat andere landen die meer bekommerd zijn om de privacy en de rechtsbescherming van de burger, zouden mensen omvallen van verbazing als de controleur daar nog bij eist een welbepaald telefoonsysteem te gebruiken, waarbij de burger geen enkele garantie heeft over de cyberbeveiliging, over de confidentialiteit van het gesprek, over de vraag of er ook niet-gemachtigde ambtenaren aan de andere kant meeluisteren, of over het stiekem opnemen van de gesprekken.Mag je zulke overwegingen in coronatijden nog maken?