Het komt vaak voor dat ondernemers met meerdere vennootschappen werken. Boven de werkvennootschap wordt dan een holdingvennootschap geplaatst, waarin aandelen van de werkvennootschap worden ingebracht. Er kunnen op die manier interne meerwaarden gecreëerd worden die een fiscaal voordeel opleveren.
...

Het komt vaak voor dat ondernemers met meerdere vennootschappen werken. Boven de werkvennootschap wordt dan een holdingvennootschap geplaatst, waarin aandelen van de werkvennootschap worden ingebracht. Er kunnen op die manier interne meerwaarden gecreëerd worden die een fiscaal voordeel opleveren.In de fiscale programmawet van december 2016 worden misbruiken van de techniek van de interne meerwaarden aan banden gelegd. Hubert Hellraeth, partner bij BDO Belastingconsulenten, verduidelijkt. "In het geval dat aandelen van de werkvennootschap worden ingebracht in een holdingvennootschap, is het fiscaal werkelijk gestorte kapitaal van die holding tot eind 2016 gelijk aan de waarde van de ingebrachte aandelen. Dat is van belang voor latere kapitaalverminderingen. Indien het kapitaal later wordt verminderd en terugbetaald aan de aandeelhouders, blijft dat in principe belastingvrij voor de aandeelhouder. Op die manier ontvangt de aandeelhouder een deel van de waarde van de ingebrachte aandelen zonder daarop belastingen te betalen. Het risico bestaat dat de inbrengwaarde hoger is dan de waarde waartegen de aandelen zijn aangeschaft."Ook in het verleden werden dergelijke kapitaalverminderingen al grondig opgevolgd door de fiscale administratie in het kader van mogelijk misbruik. "Vanaf 1 januari 2017 wordt het kapitaal van de holding fiscaal anders samen gesteld", aldus Hubert Hellraeth. "Het verschil tussen de hogere inbrengwaarde en de lagere waarde waartegen de aandelen zijn aangeschaft, wordt als zogenoemde belaste reserve in kapitaal beschouwd. Als dat deel van het kapitaal bij een latere kapitaalvermindering wordt terugbetaald, dan wordt dat als een dividenduitkering beschouwd waarop 30 procent roerende voorheffing verschuldigd is."Meneer Peeters heeft aandelen in vennootschap A gekocht voor 500.000 euro. Jaren later beslist hij die aandelen in te brengen in zijn vennootschap B voor 800.000 euro. Vennootschap B krijgt vennootschapsrechtelijk een kapitaalverhoging van 800.000 euro. Maar fiscaal wordt dat opgedeeld in 500.000 euro fiscaal werkelijk gestort kapitaal en 300.000 euro belaste reserves in kapitaal. Meneer Peeters beslist enkele jaren later geld fiscaalvriendelijk uit zijn vennootschap B te halen door een kapitaalvermindering in vennootschap B door te voeren. Als meneer Peeters beslist het kapitaal van vennootschap B te verminderen met 200.000 euro, dan wordt dit aangerekend op de belaste reserves in kapitaal en wordt dat als een dividenduitkering beschouwd waarop 30 procent roerende voorheffing moet worden betaald.