Alhoewel het fiscaal niet de interessantste manier is om geld uit uw vennootschap te halen onder de vorm van een loon, is het toch aangewezen om zich een minimale wedde te laten uitbetalen. In de eerste plaats met de bedoeling om de laagste inkomstenschijven van de personenbelasting op te vullen. Daarnaast kan de uitkering van een loon ook voordelig zijn voor de vennootschapsbelasting. U moet zich immers een loon van minstens 36.000 euro laten uitbetalen opdat uw vennootschap een lager tarief kan genieten. Wilt u meer geld uit uw vennootschap halen, dan kijkt u best uit naar een andere techniek. We geven er u hierna een aantal mee zonder volledig te willen zijn.

Dividend uitkeren

Een dividend is de uitkering van winst aan de aandeelhouders als vergoeding voor het ingebrachte kapitaal. Deze winst is al een eerste keer belast bij de vennootschap. Als deze winst - of een deel ervan - wordt uitgekeerd onder de vorm van een dividend, dan is er nog een tweede keer belasting onder de vorm van 25% roerende voorheffing. Dit hoeft echter niet per se te betekenen dat een dividenduitkering fiscaal oninteressant is. De aandeelhouder betaalt immers geen sociale zekerheidsbijdragen en bovendien is het tarief van de roerende voorheffing lager dan de progressieve tarieven in de personenbelasting van toepassing op een loon.

Geld lenen aan uw vennootschap

Als u een lening verstrekt aan uw vennootschap, kunt u daarvoor interesten vragen. De vennootschap kan de betaalde interesten aftrekken van haar belastbare winst. Op de ontvangen interesten moet u geen sociale zekerheid betalen, enkel een roerende voorheffing van 21%. Let wel, u kunt niet onbeperkt interesten vragen aan uw vennootschap. De interesten worden beschouwd als dividenden als het tegoed groter is dan het gestorte kapitaal van de vennootschap (bij het einde van het boekjaar), verhoogd met haar belaste reserves (bij het begin van het boekjaar). Bovendien mag de rente niet hoger zijn dan de marktrente. Als u die grenzen overschrijdt, worden de interesten beschouwd als dividenden, wat fiscaal minder interessant is.

Pensioenopbouw

U kunt uw vennootschap laten zorgen voor de opbouw van een bijkomend pensioenkapitaal via een groepsverzekering of individuele pensioentoezegging. De premies worden betaald met bruto winsten van de vennootschap en zijn voor haar fiscaal aftrekbaar. Let wel, deze aftrek is onderworpen aan de zogenaamde 80%-regel. Het zou ons te ver leiden om dit in detail uit te leggen, maar onthoud dat de betaalde premies in verhouding moeten staan tot het uitbetaalde loon van de bedrijfsleider. Houd er wel rekening mee dat er op het einde van de rit een eenmalige belasting moet betaald worden op het via de vennootschap opgebouwde pensioenkapitaal. In geval van pensionering op 60 jaar is dit 20%. Dit percentage daalt naargelang u later met pensioen gaat. Op 61 jaar is dat 18%, van 62 tot 64 jaar is dat 16,5% en op 65 jaar 10%.

Kapitaalvermindering

Een kapitaalvermindering kunt u doorvoeren zonder dat u wordt belast. Bij de omvorming van een nv tot een bvba kan 42.950 euro van uw gestorte kapitaal belastingvrij worden uitgekeerd. Aangezien de aandelen aan toonder geen lang leven meer beschoren zijn, heeft een nv - met een minimumkapitaal van 62.500 euro - weinig toegevoegde waarde meer ten opzichte van een bvba. Het minimumkapitaal daarvan bedraagt 18.550 euro.

Een roerend goed verhuren aan uw vennootschap

U kunt als bedrijfsleider eigen goederen zoals uw wagen meubilair of kunstvoorwerpen verhuren aan uw vennootschap die deze dan gaat gebruiken voor de uitoefening van de ondernemingsactiviteit. Inkomsten uit de verhuur van een roerend goed worden beschouwd als roerende inkomsten. Die zijn belastbaar tegen slechts 15 % roerende voorheffing. Ook daar zijn er geen sociale zekerheidsbijdragen op verschuldigd en is de roerende voorheffing bevrijdend. Wie een roerend goed verhuurt aan zijn vennootschap, heeft bovendien recht op een forfaitaire kostenaftrek van 15% of meer. Het Hof van Cassatie heeft die techniek aanvaard, op voorwaarde dat de huurprijs billijk blijft.

Meer details en voorbeelden vindt u terug in het nummer van Trends dat op 25 oktober verschijnt.

Johan Steenackers