Kunt u het getal 1,618 nog uit de lessen biologie? Dat getal is de veruitwendiging van de gulden snede of de divina proportia - een verhouding die veelvuldig voorkomt in de natuur. Het DNA, de verhouding van de botjes in een vinger, het hartslagpatroon, de bloemblaadjes van de zonnebloem en de pitten van de dennenappel, het functioneert allemaal volgens de gulden snede. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die goddelijke proportie vaak is overgenomen in de fotografie, de architectuur en de kunst. Van de piramides van de oude Egyptenaren, over de Mona Lisa, de gebouwen van Le Corbusier tot het design van de Aston Martin DB9, allemaal zijn ze opgebouwd volgens de gulden snede.

Het enige domein dat die heilige verhouding nog moet ontdekken, is de fiscaliteit. Ons fiscale systeem is door de jaren verworden tot een gedrocht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Belgen er massaal van proberen weg te lopen. Zou dat ook nog gebeuren als we ons fiscale systeem opbouwen volgens de gulden snede?

Alle fiscale filosofen - van Nicolò Macchiavelli en Adam Smith tot Peter Sloterdijk en Thomas Piketty - hebben gewezen op het belang van de fiscaliteit als instrument van inkomensherverdeling. Het is nu eenmaal een feit dat de politieke stabiliteit en de veiligheid onder druk staan naarmate de materiële ongelijkheid toeneemt. Het is ook een feit dat de regulering van die ongelijkheid via de belastingheffing die druk grotendeels kan wegnemen, als die omzichtig wordt uitgewerkt met respect voor de fiscale gelijkheid. En daar knelt het schoentje.

Dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, lijkt een basisaxioma van onze fiscaliteit te zijn, maar het wordt verre van consequent toegepast. Ons fiscale systeem bevat zo veel fiscale onzuiverheden en uitzonderingen dat heel wat particulieren en ondernemingen aan dat principe kunnen ontsnappen. Denk maar aan de notionele-intrestaftrek, de aftrek voor octrooi-inkomsten en de excess profit rulings voor vennootschappen. Andere voorbeelden zijn de vrijstelling van belasting op de meerwaarde van aandelen en de vrijstelling van schenkingsrechten voor familiebedrijven. De verhouding tussen de fiscale haves en de fiscale havenots is vaak enorm.

Is het niet raadzaam voor alle belastingen een progressief tariefsysteem in te voeren op basis van de gulden snede?

Maar het is evengoed verkeerd zulke hoge belastingen op te leggen dat mensen worden ontmoedigd om een onderneming op te zetten, te werken, vermogen te verwerven of te consumeren. Ook daar is ons land kampioen in. De combinatie van de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting doet de belastingdruk op vennootschapswinsten tot boven 50 procent uitstijgen. De belastingdruk op arbeid bedraagt in ons land volgens de OESO 55,3 procent en de successiebelasting kan tot 80 procent oplopen. Het is volkomen begrijpelijk dat de fiscale moraal in België onder het vriespunt zit. De fiscale frustratie is de belangrijkste oorzaak van onze torenhoge zwarte economie. Onze fiscaliteit is niet mooi en dat stoot af.

Nochtans kan het anders. De werkgroep Fiscaal Correct deed vorig jaar onderzoek naar de belastingdruk. 84 procent van de ondervraagden vond dat een belastingdruk van 40 procent de grens is die maximaal aanvaardbaar is in de personenbelasting. Laat dat nu vrijwel exact overeenkomen met de divina proportia. Wie 100.000 euro bruto verdient, zal daar op basis van de gulden snede exact 61.804 euro netto aan overhouden. Dat is een belasting van 38,20 procent.

Als zo'n belastingdruk maatschappelijk wordt aanvaard, is het dan niet raadzaam voor alle belastingen een progressief tariefsysteem in te voeren op basis van de gulden snede? Daarbij kunnen de schijven en de tarieven telkens met een factor 1,618 stijgen, tot 40 procent. In de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en de successierechten zouden we dan progressieve tarieven van 10, 15, 25 en 40 procent hebben. We kunnen ook de schijven van inkomens en vermogens volgens die verhouding opbouwen.

Lijkt u dat onrealistisch? De Vlaamse regering lijkt die boodschap al voor een stuk te hebben begrepen bij de hervorming van de schenkbelasting op onroerend goed. Daar werd een progressief systeem ingevoerd, waarvan de schijven elkaar opvolgen in een verhouding die de gulden snede sterk benadert. Het gevolg is een sterke stijging van het aantal schenkingen. Nu nog de andere beleidsmakers overtuigen.

Kunt u het getal 1,618 nog uit de lessen biologie? Dat getal is de veruitwendiging van de gulden snede of de divina proportia - een verhouding die veelvuldig voorkomt in de natuur. Het DNA, de verhouding van de botjes in een vinger, het hartslagpatroon, de bloemblaadjes van de zonnebloem en de pitten van de dennenappel, het functioneert allemaal volgens de gulden snede. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die goddelijke proportie vaak is overgenomen in de fotografie, de architectuur en de kunst. Van de piramides van de oude Egyptenaren, over de Mona Lisa, de gebouwen van Le Corbusier tot het design van de Aston Martin DB9, allemaal zijn ze opgebouwd volgens de gulden snede. Het enige domein dat die heilige verhouding nog moet ontdekken, is de fiscaliteit. Ons fiscale systeem is door de jaren verworden tot een gedrocht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Belgen er massaal van proberen weg te lopen. Zou dat ook nog gebeuren als we ons fiscale systeem opbouwen volgens de gulden snede? Alle fiscale filosofen - van Nicolò Macchiavelli en Adam Smith tot Peter Sloterdijk en Thomas Piketty - hebben gewezen op het belang van de fiscaliteit als instrument van inkomensherverdeling. Het is nu eenmaal een feit dat de politieke stabiliteit en de veiligheid onder druk staan naarmate de materiële ongelijkheid toeneemt. Het is ook een feit dat de regulering van die ongelijkheid via de belastingheffing die druk grotendeels kan wegnemen, als die omzichtig wordt uitgewerkt met respect voor de fiscale gelijkheid. En daar knelt het schoentje. Dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, lijkt een basisaxioma van onze fiscaliteit te zijn, maar het wordt verre van consequent toegepast. Ons fiscale systeem bevat zo veel fiscale onzuiverheden en uitzonderingen dat heel wat particulieren en ondernemingen aan dat principe kunnen ontsnappen. Denk maar aan de notionele-intrestaftrek, de aftrek voor octrooi-inkomsten en de excess profit rulings voor vennootschappen. Andere voorbeelden zijn de vrijstelling van belasting op de meerwaarde van aandelen en de vrijstelling van schenkingsrechten voor familiebedrijven. De verhouding tussen de fiscale haves en de fiscale havenots is vaak enorm. Maar het is evengoed verkeerd zulke hoge belastingen op te leggen dat mensen worden ontmoedigd om een onderneming op te zetten, te werken, vermogen te verwerven of te consumeren. Ook daar is ons land kampioen in. De combinatie van de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting doet de belastingdruk op vennootschapswinsten tot boven 50 procent uitstijgen. De belastingdruk op arbeid bedraagt in ons land volgens de OESO 55,3 procent en de successiebelasting kan tot 80 procent oplopen. Het is volkomen begrijpelijk dat de fiscale moraal in België onder het vriespunt zit. De fiscale frustratie is de belangrijkste oorzaak van onze torenhoge zwarte economie. Onze fiscaliteit is niet mooi en dat stoot af. Nochtans kan het anders. De werkgroep Fiscaal Correct deed vorig jaar onderzoek naar de belastingdruk. 84 procent van de ondervraagden vond dat een belastingdruk van 40 procent de grens is die maximaal aanvaardbaar is in de personenbelasting. Laat dat nu vrijwel exact overeenkomen met de divina proportia. Wie 100.000 euro bruto verdient, zal daar op basis van de gulden snede exact 61.804 euro netto aan overhouden. Dat is een belasting van 38,20 procent. Als zo'n belastingdruk maatschappelijk wordt aanvaard, is het dan niet raadzaam voor alle belastingen een progressief tariefsysteem in te voeren op basis van de gulden snede? Daarbij kunnen de schijven en de tarieven telkens met een factor 1,618 stijgen, tot 40 procent. In de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en de successierechten zouden we dan progressieve tarieven van 10, 15, 25 en 40 procent hebben. We kunnen ook de schijven van inkomens en vermogens volgens die verhouding opbouwen. Lijkt u dat onrealistisch? De Vlaamse regering lijkt die boodschap al voor een stuk te hebben begrepen bij de hervorming van de schenkbelasting op onroerend goed. Daar werd een progressief systeem ingevoerd, waarvan de schijven elkaar opvolgen in een verhouding die de gulden snede sterk benadert. Het gevolg is een sterke stijging van het aantal schenkingen. Nu nog de andere beleidsmakers overtuigen.