De woonplaats van de schenker of de erflater bepaalt onder welk belastingregime een schenking of een erfenis valt. Maar of veel mensen daadwerkelijk van Wallonië naar Vlaanderen verhuizen om hun erfgenamen belastingen te besparen, is onduidelijk. "Wij merken dat sommige cliënten die geen specifieke banden hebben met een regio, naar Vlaanderen verhuizen", zegt advocaat Typhanie Afschrift. "Vlaanderen heeft onmiskenbaar fiscale voordelen ten opzichte van de andere regio's, ook al moeten de strenge en soms twijfelachtige juridische standpunten van de Vlaamse belastingdienst tot voorzichtigheid aanzetten." Maar Walen of Brusselaars met een tweede verblijf aan zee bijvoorbeeld, kunnen de stap gemakkelijk zetten.
...

De woonplaats van de schenker of de erflater bepaalt onder welk belastingregime een schenking of een erfenis valt. Maar of veel mensen daadwerkelijk van Wallonië naar Vlaanderen verhuizen om hun erfgenamen belastingen te besparen, is onduidelijk. "Wij merken dat sommige cliënten die geen specifieke banden hebben met een regio, naar Vlaanderen verhuizen", zegt advocaat Typhanie Afschrift. "Vlaanderen heeft onmiskenbaar fiscale voordelen ten opzichte van de andere regio's, ook al moeten de strenge en soms twijfelachtige juridische standpunten van de Vlaamse belastingdienst tot voorzichtigheid aanzetten." Maar Walen of Brusselaars met een tweede verblijf aan zee bijvoorbeeld, kunnen de stap gemakkelijk zetten. Ook de omgekeerde beweging - een Vlaming die meer tijd in zijn chalet in de Ardennen woont en zich daar laat inschrijven - kan voor sommige mensen interessant zijn. "In Brussel en Wallonië zijn er bijvoorbeeld meer mogelijkheden om belastingvrij zaken te regelen tussen partners in hun huwelijkscontract dan in Vlaanderen", vindt Anton van Zantbeek van het advocatenkantoor Rivus. De gezinswoning en een beperkt roerend vermogen - 50.000 euro in Vlaanderen, 15.0000 euro in Brussel en 12.500 euro in Wallonië - is sowieso vrijgesteld van erf- en schenkbelasting als de overdracht tussen partners gebeurt. "Vergeet niet dat er voor de schenk- en erfbelasting gekeken wordt naar de woonplaats van de schenker of erflater in de vijf voorgaande jaren", waarschuwt Emilie Van Goidsenhoven, vennoot bij Tiberghien en gespecialiseerd in Frans-Belgische fiscaliteit. "Waar u de voorbije vijf jaar het meest woonde, daar is uw fiscale woonplaats. Die regel is er net om fiscaal shoppen tussen de regio's in België tegen te gaan." Al voegt ze eraan toe dat mensen de kansen die zich aandienen niet laten liggen. Fransen die voor hun werk bijvoorbeeld enkele jaren in België komen wonen met hun gezin, zullen van die periode gebruik maken om veel te schenken. In België liggen de schenktarieven lager dan de erftarieven. Emilie Van Goidsenhoven vraagt zich af of de regio's echt wel een ander pad zijn ingeslagen. "Ik stel vast dat de wegen uiteenlopen om later soms terug samen te komen. Vlaanderen is vaak de pionier. De regio heeft bijvoorbeeld als eerste een update gegeven aan het belastingregime voor de overdracht van familiale ondernemingen. Brussel is gevolgd. Ook voor de taxatie bij de overdracht van levensverzekeringen heeft Vlaanderen als eerste het standpunt veranderd en zijn Brussel en Wallonië gevolgd." Anton van Zantbeek heeft af en toe moeite met de steeds wijzigende standpunten die de Vlaamse belastingdienst (Vlabel) inneemt. Het Vlaams Gewest heeft sinds 1 januari 2015 de inning van de erf- en schenkbelasting naar zich toegetrokken en daarvoor de in Aalst gevestigde Vlaamse belastingdienst bevoegd gemaakt. Het Waals en het Brussels Gewest laten het innen van de successie- en registratierechten aan het federale niveau. Vlaanderen is daarbij uitgegaan van de zinspreuk 'wat je zelf doet, doe je beter'. Maar is dat wel zo? Een mailtje naar de federale overheidsdienst Financiën en de woordvoerder wijst ons nog dezelfde dag de weg naar de ontvangsten uit zowel de erf- als schenkbelasting van de voorbije jaren. Voor de erfbelasting krijgen we zelfs met enkele muisklikken de evolutie van de ontvangsten sinds 1970. Verschillende mailtjes naar de woordvoerder van de Vlaamse belastingdienst en het kabinet van Vlaams minister van Financiën, Matthias Diependaele (N-VA), en we weten daarentegen nog altijd niet hoe de ontvangsten door de jaren heen evolueren. In het jaarverslag van de Vlaamse belastingdienst voor 2021, dat pas online werd gezet nadat wij bij Vlabel hadden gemeld dat het nergens te vinden was, vinden we wel dat de erfbelasting, inclusief fiscale regularisaties, voor 1,6 miljard euro heeft bijgedragen aan de Vlaamse begroting. Dat is een toename ten opzichte van 2020 met 252 miljoen euro. De schenkbelasting bracht iets minder dan een half miljard op voor de begroting van 2021, ofwel 137 miljoen meer dan in 2020. Op het verkooprecht dat mensen betalen op de aankoopsom van een woning, appartement of bouwgrond na, vormen de erf- en schenkbelasting de belangrijkste bron van inkomsten voor de Vlaamse regering waarover ze de volledige zeggenschap heeft. Het minste wat je kan zeggen, is dat de Vlaamse belastingdienst door een leerproces moet. "Het lijkt soms alsof er een interne strijd aan de gang is tussen de economisten en juristen, waarbij de economisten zoveel mogelijk willen digitaliseren en automatiseren. Voor de belastingen die de dienst al voor 2015 onder zijn hoede had, zoals de verkeersbelasting, werkte dat heel goed, omdat daar weinig ruimte voor discussie of interpretatie is en omdat er weinig emoties bij komen kijken. Bij de erfbelasting is dat anders", meent Anton van Zantbeek. "Ik vind dat Vlabel soms te weinig zorgvuldig standpunten ventileert", vervolgt hij. "Een administratie moet de wet uitvoeren, niet activistisch de wet interpreteren volgens het maatschappijbeeld dat zij intern ontwikkeld heeft. De dienst krijgt dan ook regelmatig ongelijk voor tal van rechtbanken." Als een belastingplichtige zijn gelijk voor de rechtbank wil halen, moet die natuurlijk afwegen of het sop de kool waard is. Hij of zij betaalt advocatenkosten en het risico bestaat dat de rechter Vlabel volgt, ook al denkt een advocaat een goede zaak te hebben. Is er aan efficiëntie gewonnen met het overhevelen van de bevoegdheid naar de regio's? Allicht niet. Bij de regionalisering van bevoegdheden moeten er politieke compromissen gezocht worden. Anton van Zantbeek: "Zo'n regionalisering gebeurt in stukken en brokken. Voor erfenissen is de voordeur Vlaams, maar voor schenkingen is de voordeur nog altijd federaal. De registraties van aktes voor schenkingen en onroerend goed passeren langs een federale ambtenaar, die dan de dispatching naar de Vlaamse belastingdienst doet. Die dienst stuurt dan de belastingfactuur naar de burgers." De woordvoerder van de federale overheidsdienst Financiën bevestigt: "De overname op 1 januari 2015 door het Vlaams Gewest heeft in principe geen invloed op de registratieformaliteit zelf. De schenkingen moeten nog altijd ter registratie worden aangeboden bij de federale kantoren Rechtszekerheid. Na de registratie van de schenkingen worden deze voor de heffing, inning en invordering van de schenkbelasting doorgestuurd naar Vlabel, weliswaar enkel voor de schenkingen waarvan de opbrengst moet worden toegewezen aan het Vlaams Gewest." De tarieven voor de registratie van schenkingen van roerende goederen zijn dezelfde in Vlaanderen als in Brussel: 3 procent voor wettelijk samenwonende partners en in rechte lijn, en 7 procent voor anderen. In Vlaanderen worden mensen die al minstens één jaar feitelijk samenwonen gelijkgesteld aan mensen die wettelijk samenwonen. In Wallonië bedragen de registratierechten 3,3 procent voor schenkingen in rechte lijn en voor mensen die wettelijk samenwonen. Ook voor de schenkingen van onroerende goederen lopen de tarieven gelijk. In Brussel en Wallonië gelden de tarieven in rechte lijn voor huwelijkspartners en wettelijk samenwonenden. In Vlaanderen genieten ook de mensen die minstens een jaar feitelijk samenwonen datzelfde tarief. De tarieven in de erfbelasting zijn een groot kluwen. Wallonië heeft het grootste aantal treden in de tarieven, wat de progressiviteit versterkt. Brussel zit tussen Wallonië en Vlaanderen in. Vlaanderen hanteert voor de erfenissen van roerende goederen en onroerende goederen in rechte lijn slechts drie oplopende tarieven: 3, 9 en 27 procent. Bovendien wordt de erfbelasting in Vlaanderen in rechte lijn en voor de partner afzonderlijk berekend voor het roerend en voor het onroerend deel van de erfenis. Die opsplitsing bestaat niet in de andere gewesten, waardoor men in Brussel en Wallonië sneller in een hogere tariefschijf belandt. Het hoogst mogelijke tarief dat een verre verwant of vriend ooit op een deel van zijn erfenis moet betalen, bedraagt in Vlaanderen 55 procent. In Brussel en Wallonië is dat 80 procent. Op 1 september 2018 pakte de Vlaamse regering-Bourgeois uit met een verlaging van een aantal tarieven in de erfbelasting. Sommige regeringsleden wilden het toptarief onder 50 procent krijgen, maar dat lukte om budgettaire redenen niet. De Vlaamse regering-Jambon deed dat nog eens dunnetjes over met de vriendenerfenis. Sinds 1 juli 2019 kunnen mensen één of meerdere vrienden of verre familieleden aanwijzen die samen 15.000 euro kunnen erven tegen het laagste tarief van de erfbelasting. Voor de vriendenerfenis werd wel het duolegaat opgeofferd, een techniek om de belastingen te drukken voor erfgenamen buiten de eerste lijn, door tegelijkertijd aan een goed doel en een ver familielid te schenken. In Wallonië en Brussel is het duolegaat overeind gebleven. "De erfbelasting is een van de oudste belastingen, maar de schenkbelasting is vrij nieuw. Ze is bedoeld om sneller geld richting de schatkist te doen vloeien. Wat vrij kortzichtig is", vindt Michel Maus (VUB). Sinds 1 januari 2002 hebben de gewesten de bevoegdheid over de aanslagvoet, de heffingsgrondslag, de vrijstellingen en verminderingen op de erf- en schenkbelasting. Met de bijzondere financieringswet van 1989 werden de ontvangsten al toegekend aan de gewesten. Sinds 2002 en nog meer sinds 2015 zijn de wegen van de gewesten uiteen beginnen te lopen. De erfbelasting is een belasting die veel emoties losmaakt, omdat ze geïnd wordt op een emotioneel beladen moment. De erf- en schenkbelasting verlagen is dan ook iets waar een regering mee kan scoren. Al helemaal als de beleidsmakers erfbelasting in hun politieke slogans een belasting op verdriet noemen. De afgelopen decennia was volgens Typhanie Afschrift internationaal de trend dat de erf- en schenkbelasting verlaagd of soms zelfs afgeschaft werden. "Niet zo in België. Hier bleven de belastingtarieven extreem hoog. De belasting wordt de facto verhoogd, aangezien de progressieve schijven die het tarief bepalen sinds 1936 niet meer geïndexeerd zijn. De hoge tarieven waren oorspronkelijk bedoeld voor de zeer grote fortuinen, maar vandaag zit je al snel in de hoogste schijven." Voor de achterliggende systematiek lijkt onze erf- en schenkbelasting nog altijd op die in Frankrijk en Nederland, vindt Ayfer Aydogan van het advocatenkantoor ECGB en professor aan de UHasselt. Ook onze noorder- en zuiderburen hebben een tarief naargelang de band tussen de overledene en de erfgenaam en de grootte van de erfenis. "In Nederland zijn er per categorie van erfgenamen maar twee tarieven, terwijl Frankrijk meer doet dan België en Nederland om grotere vermogens meer te belasten. In ons land maakt het voor een kind niet meer uit of het een beetje meer of veel meer dan om en bij 300.000 euro erft. Het tarief blijft vanaf dat bedrag hetzelfde." Toch zijn er belangrijke verschillen. "België heeft andere aanknopingspunten voor de schenk- en erfbelasting dan Frankrijk of Spanje", weet Emilie Van Goidsenhoven. "Een schenking of een erfenis is pas belastbaar in België als een Belgische inwoner de schenker of erflater is, of als er een Belgisch onroerend goed bij betrokken is. In Spanje geldt het omgekeerde: ze kijken naar diegene die de schenking of de erfenis krijgt. Als dat een Spaanse inwoner is, moet die belasting in Spanje betalen. Ook heft Spanje belastingen als het geschonken of vererfd goed Spaans is. In Frankrijk is de scoop veel breder dan in België en Spanje. Er is belasting verschuldigd zodra er een Frans onroerend of roerend goed of een Fransman bij betrokken is, als schenker, erflater of begunstigde." Om te vermijden dat mensen zowel in België als in een ander land belastingen betalen, zijn er dubbelbelastingverdragen. "Maar voor deze materie zijn er slechts twee afgesloten door België: met Zweden en Frankrijk", stelt Emilie Van Goidsenhoven. "Ze gelden ook enkel voor erven, niet voor schenken. Dubbele taxaties komen dan ook regelmatig voor." Frankrijk heeft in tegenstelling tot België geen gunsttarief voor schenkingen. "In België was het expliciet de bedoeling om het vermogen sneller van de oudere naar de jongere generatie te doen vloeien, zodat het sneller in het economische verkeer terecht komt", legt Emilie Van Goidsenhoven uit. "In Frankrijk zijn er wel veel grotere vrijstellingen dan in België. Zo kan je per ouder elk kind om de vijftien jaar 100.000 euro schenken zonder dat er belasting op verschuldigd is. De Fransen maken daar massaal gebruik van en registreren hun schenkingen. Want zonder registratie worden schenkingen in Frankrijk aan het einde van de rit terug in de nalatenschap getrokken." In Vlaanderen en Brussel is dat alleen zo als de erflater binnen de drie jaar na de schenking overlijdt; in Wallonië is die 'overlevingstermijn' verlengd naar vijf jaar. Nog een verschil met de buurlanden betreft de kleinkinderen. "Terwijl België en Frankrijk geen onderscheid maken tussen kinderen en kleinkinderen, waardoor het interessant is om een deel van de erfenis rechtstreeks bij de kleinkinderen te laten belanden, zijn kleinkinderen in Nederland onderworpen aan hogere successierechten dan kinderen", weet Ayfer Aydogan. Wat Nederland en Frankrijk dan weer gemeenschappelijk hebben, is de ruime vrijstelling van successierechten voor de partner van de overledene. Aydogan: "In Frankijk betaalt de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner niets op de erfenis, en in Nederland pas als de partner meer dan ongeveer 700.000 euro erft. In België zijn die vrijstellingen veel beperkter. Nochtans kan men zich afvragen of het correct is dat de echtgenoot van de overledene betaalt op een vermogen dat ze samen hebben opgebouwd. Toen in 2018 in Vlaanderen de erfbelasting werd hervormd, was er even sprake van een volledige vrijstelling erfbelasting voor de partner van de overledene, maar om budgettaire redenen heeft men dat voorstel laten vallen. In plaats daarvan heeft de partner een korting van 1.500 euro gekregen."