Mobiele toestellen en tablets worden steeds meer gebruikt door werknemers om thuis of op een andere plaats werktaken uit te voeren, wat met de huidige technologie perfect voor steeds meer jobs mogelijk is. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat dit privégebruik belast wordt in hoofde van de werknemer. We moeten echter vaststellen dat het wettelijk kader rond het privégebruik van mobiele toestellen van de werkgever onduidelijk en complex is.

Voordeel van alle aard

Het algemeen principe dat van toepassing is op het privégebruik van mobiele toestellen die door de werkgever kosteloos ter beschikking worden aan een werknemer, is dat dit belast wordt als een zogenaamd voordeel van alle aard. Dit betekent dat dit belast wordt zoals een bijkomend beroepsinkomen en dat de werknemer er een sociale zekerheidsbijdrage van 13,07% en belastingen (maximaal 50% plus gemeentebelasting) op moet betalen. Het probleem is echter dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en de fiscus niet altijd dezelfde regels toepassen om de bijdragen en de belasting te bepalen.

Privégebruik smartphones

Een bedrijfs-smartphone - denk bijvoorbeeld aan een iPhone of een blackberry die u als werknemer ook privé gebruikt zonder hiervoor een bijdrage aan de werkgever te betalen - worden door de RSZ en de fiscus op een verschillende manier belast.

De RSZ beschouwt een smartphone als een gsm. Dit betekent dat de waarde van het voordeel waarop de sociale zekerheidsbijdrage van 13,07% wordt berekend, gelijk is aan een forfaitair maandelijks bedrag van 12,50 euro of 150 euro per jaar. De RSZ aanvaardt ook een maandelijks forfaitair bedrag dat wordt berekend op basis van de bewezen kosten van de privégesprekken van drie maanden. Als er bijvoorbeeld facturen kunnen voorgelegd worden waaruit blijkt dat de werknemer gedurende drie maanden voor minder dan 12,50 euro per maand privé heeft gebeld, dan zal er op dat bedrag sociale zekerheidsbijdragen moeten worden betaald. Opmerkelijk is dat de RSZ geen rekening houdt met het feit dat er met een smartphone ook mobiel kan gesurft worden. Dit feit verhoogt dus niet de forfaitaire waarde.

De fiscus gebruikt geen forfaitaire waarde om het belastbaar voordeel van een smartphone te bepalen. Dit heeft tot gevolg het belastbaar voordeel van een smartphone die ook privé mag worden gebruikt, moet bepaald worden aan de hand van de 'werkelijke waarde'. Dit betekent dat het fiscaal voordeel zal worden bepaald door rekening te houden met de aankoopprijs (kleinhandelsprijs) van de smartphone, dus de prijs die de werknemer had moeten betalen als hij de smartphone zelf had moeten aanschaffen. Wanneer de werknemer zelf een bijdrage aan zijn werkgever betaalt voor het privégebruik van zijn telefoon, dan kan dit bedrag worden afgetrokken van het fiscaal voordeel.

Privégebruik tablets

Ook tablets zoals iPads worden steeds meer en meer door werkgevers ter beschikking gesteld aan hun personeel. Ook op dit vlak hanteren de RSZ en de fiscus andere regels om het belastbaar voordeel voor privégebruik te bepalen.

De RSZ schakelt een iPad of een andere tablet gelijk met een pc. Dit betekent dat er een sociale zekerheidsbijdrage van 13,07% moet betaald worden op een forfaitair bedrag van 180 euro per jaar. Betaalt de werkgever bovenop het toestel zelf ook de internetaansluiting en het internetabonnement, dn komt er nog eens forfaitair 60 euro per jaar bij. In de praktijk moeten we vaststellen de werknemer belast wordt op een voordeel van alle aard dat hoger is dan de werkelijke aankoopprijs van de tablet. Nemen we het voorbeeld van een tablet die de werkgever ter beschikking stelt en die drie jaar wordt gebruikt door de werknemer. Dit betekent voor de werknemer een belastbaar voordeel van 540 euro (180 euro x 3), terwijl de prijzen voor tablets momenteel variëren tussen 200 en 750 euro.

Voor de fiscus staat een iPad of een andere tablet pc gelijk met wat hij als 'randapparatuur' belast. Dit betekent dat het belastbaar voordeel voor het privégebruik van een tablet wordt bepaald op basis van de 'werkelijke waarde', dus de prijs die de werknemer had moeten betalen als hij de tablet zelf had moeten aanschaffen. Betaalt de werkgever ook de kosten van de internetaansluiting en van het internetabonnement, dan komt er nog eens forfaitair 60 euro per jaar bij.

Johan Steenackers

Mobiele toestellen en tablets worden steeds meer gebruikt door werknemers om thuis of op een andere plaats werktaken uit te voeren, wat met de huidige technologie perfect voor steeds meer jobs mogelijk is. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat dit privégebruik belast wordt in hoofde van de werknemer. We moeten echter vaststellen dat het wettelijk kader rond het privégebruik van mobiele toestellen van de werkgever onduidelijk en complex is.Voordeel van alle aardHet algemeen principe dat van toepassing is op het privégebruik van mobiele toestellen die door de werkgever kosteloos ter beschikking worden aan een werknemer, is dat dit belast wordt als een zogenaamd voordeel van alle aard. Dit betekent dat dit belast wordt zoals een bijkomend beroepsinkomen en dat de werknemer er een sociale zekerheidsbijdrage van 13,07% en belastingen (maximaal 50% plus gemeentebelasting) op moet betalen. Het probleem is echter dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en de fiscus niet altijd dezelfde regels toepassen om de bijdragen en de belasting te bepalen.Privégebruik smartphonesEen bedrijfs-smartphone - denk bijvoorbeeld aan een iPhone of een blackberry die u als werknemer ook privé gebruikt zonder hiervoor een bijdrage aan de werkgever te betalen - worden door de RSZ en de fiscus op een verschillende manier belast.De RSZ beschouwt een smartphone als een gsm. Dit betekent dat de waarde van het voordeel waarop de sociale zekerheidsbijdrage van 13,07% wordt berekend, gelijk is aan een forfaitair maandelijks bedrag van 12,50 euro of 150 euro per jaar. De RSZ aanvaardt ook een maandelijks forfaitair bedrag dat wordt berekend op basis van de bewezen kosten van de privégesprekken van drie maanden. Als er bijvoorbeeld facturen kunnen voorgelegd worden waaruit blijkt dat de werknemer gedurende drie maanden voor minder dan 12,50 euro per maand privé heeft gebeld, dan zal er op dat bedrag sociale zekerheidsbijdragen moeten worden betaald. Opmerkelijk is dat de RSZ geen rekening houdt met het feit dat er met een smartphone ook mobiel kan gesurft worden. Dit feit verhoogt dus niet de forfaitaire waarde.De fiscus gebruikt geen forfaitaire waarde om het belastbaar voordeel van een smartphone te bepalen. Dit heeft tot gevolg het belastbaar voordeel van een smartphone die ook privé mag worden gebruikt, moet bepaald worden aan de hand van de 'werkelijke waarde'. Dit betekent dat het fiscaal voordeel zal worden bepaald door rekening te houden met de aankoopprijs (kleinhandelsprijs) van de smartphone, dus de prijs die de werknemer had moeten betalen als hij de smartphone zelf had moeten aanschaffen. Wanneer de werknemer zelf een bijdrage aan zijn werkgever betaalt voor het privégebruik van zijn telefoon, dan kan dit bedrag worden afgetrokken van het fiscaal voordeel.Privégebruik tabletsOok tablets zoals iPads worden steeds meer en meer door werkgevers ter beschikking gesteld aan hun personeel. Ook op dit vlak hanteren de RSZ en de fiscus andere regels om het belastbaar voordeel voor privégebruik te bepalen.De RSZ schakelt een iPad of een andere tablet gelijk met een pc. Dit betekent dat er een sociale zekerheidsbijdrage van 13,07% moet betaald worden op een forfaitair bedrag van 180 euro per jaar. Betaalt de werkgever bovenop het toestel zelf ook de internetaansluiting en het internetabonnement, dn komt er nog eens forfaitair 60 euro per jaar bij. In de praktijk moeten we vaststellen de werknemer belast wordt op een voordeel van alle aard dat hoger is dan de werkelijke aankoopprijs van de tablet. Nemen we het voorbeeld van een tablet die de werkgever ter beschikking stelt en die drie jaar wordt gebruikt door de werknemer. Dit betekent voor de werknemer een belastbaar voordeel van 540 euro (180 euro x 3), terwijl de prijzen voor tablets momenteel variëren tussen 200 en 750 euro. Voor de fiscus staat een iPad of een andere tablet pc gelijk met wat hij als 'randapparatuur' belast. Dit betekent dat het belastbaar voordeel voor het privégebruik van een tablet wordt bepaald op basis van de 'werkelijke waarde', dus de prijs die de werknemer had moeten betalen als hij de tablet zelf had moeten aanschaffen. Betaalt de werkgever ook de kosten van de internetaansluiting en van het internetabonnement, dan komt er nog eens forfaitair 60 euro per jaar bij.Johan Steenackers