Een vermogensbelasting is een directe belasting die geheven wordt over het vermogen ongeacht de inkomsten die uit dit vermogen verkregen worden. Verschillende landen kennen (nog) een vermogensbelasting, andere hebben die in een recent verleden afgeschaft.

In België

De regering Michel wil een 'taxshift' toepassen; dit is een verlegging van een deel van de belasting op arbeidsinkomen naar inkomen uit vermogens. Hoewel ons land momenteel geen vermogens- of winstbelasting kent, wordt vermogen vandaag op andere manieren belast. Zo worden vermogenstransacties, zoals de aankoop van een woning of het krijgen van een erfenis, relatief zwaar belast in vergelijking met andere Europese landen. De grote blinde vlek in ons land zit evenwel in het feit dat er nagenoeg geen heffingen op meerwaarden zijn. Wie een aandelenportefeuille bezit of een onderneming, moet bij de verkoop ervan geen belastingen betalen, ongeacht de winst die wordt geboekt voor zover die als goede huisvader wordt beheerd.

In Frankrijk

Frankrijk kent misschien de meest zuivere vorm van vermogensbelasting. Bij onze zuiderburen betaalt men op het vermogen de zgn. impôt de solidarité sur la fortune (ISF). Hoeveel dat is, hangt af van de omvang van het vermogen. Tot 1.300.000 euro is het vermogen belastingvrij. Wie meer bezit, valt onder progressieve belastingschalen te beginnen van 0,50% tot 1,5 % voor wie een vermogen heeft van meer dan 10.000.000 euro. Het moet wel gaan om netto eigen vermogen. Schulden zijn fiscaal aftrekbaar.

In Nederland

Nederland kent de 'vermogensrendementsheffing'. Sinds 2001 innen onze noorderburen deze belasting op een forfaitair vastgesteld rendement van het netto privé vermogen (na aftrek van alle schulden). De vermogensrendementsheffing veronderstelt een forfaitair rendement van 4% van het netto privé vermogen, en belast dit tegen 30%. Uiteindelijk wordt dus 1,2% (30% van 4%) geheven over het vermogen per 1 januari van het betreffende belastingjaar. Maar daar staat tegenover dat de werkelijke inkomsten uit vermogen niet langer belast worden. Wie een groter rendement haalt, kan zich gelukkig prijzen, want dat kan belastingvrij geïnd worden, maar wie een lager rendement haalt is de pineut.

In Noorwegen

Fiscaal ingezetenen van Noorwegen zijn verplicht een vermogensbelasting te betalen tot maximaal 1% van hun wereldwijde vermogen ongeacht waar de bezittingen zich bevinden. Deze belastingheffing geldt voor een vermogen van meer dan 1.000.000 NOK, hetgeen ruwweg overeenkomt met 125.000 euro. De basisregel is dat de bezittingen op het einde van het kalenderjaar moeten worden gewaardeerd tegen de reële marktwaarde. Op 31 december van elk jaar moet dus de heffingsgrondslag voor vermogensbelasting voor bijvoorbeeld spaartegoeden en aandelenbeleggingen worden bepaald. Schulden zijn over het algemeen aftrekbaar van de heffingsgrondslag voor vermogensbelasting.

In Zwitserland

Inwoners van Zwitserland moeten een inkomsten- en vermogensbelasting betalen. Inkomstenbelasting wordt zowel op federaal als op kantonnaal en gemeentelijk niveau geheven. Vermogensbelasting worden alleen op kantonnaal niveau geheven. Het tarief bedraagt 2% als het vermogen groter is dan 250.000 Zwitserse francs. Iemand is, belastingtechnisch gezien, een inwoner van Zwitserland als hij of zij daar een huis heeft en/of daar zijn of haar belangrijkste persoonlijke en arbeidscontacten heeft. Deze inwoners worden in Zwitserland voor hun wereldwijde inkomen belast, behalve voor inkomen uit onroerend goed in het buitenland.

Niet altijd even succesvol

Daarnaast zijn er verschillende landen die een vermogensbelasting hebben gehad, maar ze hebben afgeschaft. Het jaartal van afschaffing is telkens tussen haakjes vermeld. Het gaat concreet om Ierland (1974), Italië (1992), Oostenrijk (1994), Denemarken (1995), Duitsland (1997), Finland (2006), Luxemburg (2006), Zweden (2007) en Spanje (2008).

Hoewel in Duitsland de vermogensbelasting al in 1997 werd afgeschaft moeten, volgens de Duitse Bundesbank, landen met een financieel kritieke toestand toch durven overwegen om een eenmalige vermogensbelasting in te voeren als zo een faillissement kan vermeden worden. Volgens de Duitse centrale bank kan bij een dreigend nationaal bankroet een eenmalige vermogensbelasting de voordeligste oplossing zijn. Ook de situatie in Spanje vraagt om een woordje uitleg. De vermogensbelasting is er formeel in voege gekomen in 1977 en het was toen een tijdelijke belasting. Die tijdelijkheid heeft lang geduurd, De belasting werd pas opgeschort op 1 januari 2008. 'Opgeschort' wil echter zeggen dat de belasting ten allen tijde kon terugkomen.

Een vermogensbelasting is een directe belasting die geheven wordt over het vermogen ongeacht de inkomsten die uit dit vermogen verkregen worden. Verschillende landen kennen (nog) een vermogensbelasting, andere hebben die in een recent verleden afgeschaft.De regering Michel wil een 'taxshift' toepassen; dit is een verlegging van een deel van de belasting op arbeidsinkomen naar inkomen uit vermogens. Hoewel ons land momenteel geen vermogens- of winstbelasting kent, wordt vermogen vandaag op andere manieren belast. Zo worden vermogenstransacties, zoals de aankoop van een woning of het krijgen van een erfenis, relatief zwaar belast in vergelijking met andere Europese landen. De grote blinde vlek in ons land zit evenwel in het feit dat er nagenoeg geen heffingen op meerwaarden zijn. Wie een aandelenportefeuille bezit of een onderneming, moet bij de verkoop ervan geen belastingen betalen, ongeacht de winst die wordt geboekt voor zover die als goede huisvader wordt beheerd. Frankrijk kent misschien de meest zuivere vorm van vermogensbelasting. Bij onze zuiderburen betaalt men op het vermogen de zgn. impôt de solidarité sur la fortune (ISF). Hoeveel dat is, hangt af van de omvang van het vermogen. Tot 1.300.000 euro is het vermogen belastingvrij. Wie meer bezit, valt onder progressieve belastingschalen te beginnen van 0,50% tot 1,5 % voor wie een vermogen heeft van meer dan 10.000.000 euro. Het moet wel gaan om netto eigen vermogen. Schulden zijn fiscaal aftrekbaar.Nederland kent de 'vermogensrendementsheffing'. Sinds 2001 innen onze noorderburen deze belasting op een forfaitair vastgesteld rendement van het netto privé vermogen (na aftrek van alle schulden). De vermogensrendementsheffing veronderstelt een forfaitair rendement van 4% van het netto privé vermogen, en belast dit tegen 30%. Uiteindelijk wordt dus 1,2% (30% van 4%) geheven over het vermogen per 1 januari van het betreffende belastingjaar. Maar daar staat tegenover dat de werkelijke inkomsten uit vermogen niet langer belast worden. Wie een groter rendement haalt, kan zich gelukkig prijzen, want dat kan belastingvrij geïnd worden, maar wie een lager rendement haalt is de pineut. Fiscaal ingezetenen van Noorwegen zijn verplicht een vermogensbelasting te betalen tot maximaal 1% van hun wereldwijde vermogen ongeacht waar de bezittingen zich bevinden. Deze belastingheffing geldt voor een vermogen van meer dan 1.000.000 NOK, hetgeen ruwweg overeenkomt met 125.000 euro. De basisregel is dat de bezittingen op het einde van het kalenderjaar moeten worden gewaardeerd tegen de reële marktwaarde. Op 31 december van elk jaar moet dus de heffingsgrondslag voor vermogensbelasting voor bijvoorbeeld spaartegoeden en aandelenbeleggingen worden bepaald. Schulden zijn over het algemeen aftrekbaar van de heffingsgrondslag voor vermogensbelasting. Inwoners van Zwitserland moeten een inkomsten- en vermogensbelasting betalen. Inkomstenbelasting wordt zowel op federaal als op kantonnaal en gemeentelijk niveau geheven. Vermogensbelasting worden alleen op kantonnaal niveau geheven. Het tarief bedraagt 2% als het vermogen groter is dan 250.000 Zwitserse francs. Iemand is, belastingtechnisch gezien, een inwoner van Zwitserland als hij of zij daar een huis heeft en/of daar zijn of haar belangrijkste persoonlijke en arbeidscontacten heeft. Deze inwoners worden in Zwitserland voor hun wereldwijde inkomen belast, behalve voor inkomen uit onroerend goed in het buitenland.Daarnaast zijn er verschillende landen die een vermogensbelasting hebben gehad, maar ze hebben afgeschaft. Het jaartal van afschaffing is telkens tussen haakjes vermeld. Het gaat concreet om Ierland (1974), Italië (1992), Oostenrijk (1994), Denemarken (1995), Duitsland (1997), Finland (2006), Luxemburg (2006), Zweden (2007) en Spanje (2008).Hoewel in Duitsland de vermogensbelasting al in 1997 werd afgeschaft moeten, volgens de Duitse Bundesbank, landen met een financieel kritieke toestand toch durven overwegen om een eenmalige vermogensbelasting in te voeren als zo een faillissement kan vermeden worden. Volgens de Duitse centrale bank kan bij een dreigend nationaal bankroet een eenmalige vermogensbelasting de voordeligste oplossing zijn. Ook de situatie in Spanje vraagt om een woordje uitleg. De vermogensbelasting is er formeel in voege gekomen in 1977 en het was toen een tijdelijke belasting. Die tijdelijkheid heeft lang geduurd, De belasting werd pas opgeschort op 1 januari 2008. 'Opgeschort' wil echter zeggen dat de belasting ten allen tijde kon terugkomen.