U kunt uw bedrijf in de drie gewesten schenken tegen een schenkbelasting van 0 procent, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. De waarde van de onderneming en de graad van verwantschap tussen de schenker en de begiftigde spelen geen rol. De voorwaarden verschillen per gewest, maar in Vlaanderen en Brussel zijn de voorwaarden op een paar details na identiek.

Zowel eenmanszaken (inclusief vrije beroepers) als vennootschappen waarvan de zetel is gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte komen in principe in aanmerking. Let wel, het moet gaan om een nijverheids-, een handels-, een ambachts- of een landbouwactiviteit, een vrij beroep, een ambt of een post (alsook de exploitatie van bossen in Wallonië). De schenking van de aandelen van een zuivere patrimoniumvennootschap of een managementvennootschap komt niet in aanmerking voor het 0 procenttarief.

Gunsttarief bij overlijden

Ook voor de vererving van familiale ondernemingen geldt een gunsttarief van 0 procent in Wallonië en 3 of 7 procent in Vlaanderen en Brussel. De voorwaarden om van dat gunsttarief te genieten zijn identiek als voor het schenken van familiebedrijven tegen 0 procent. Ook hier mag het dus niet gaan om een vastgoed- of een managementvennootschap.

Let wel, de woonplaats van de schenker of de overledene telt om te bepalen onder welk gewest u valt, niet de plaats van de onderneming. Wie in Leuven woont maar zijn zaak in Brussel heeft, valt onder de Vlaamse regeling.

Onderneming voortzetten

In elk gewest wordt geëist dat de activiteit van de familiale onderneming wordt voortgezet na het overlijden of de schenking om het gunsttarief te behouden. Anders vervalt het gunsttarief en betaalt u alsnog het gewone tarief. Bij schenkingen is dat 3 procent (bijvoorbeeld schenking aan kinderen) of 7 procent (bijvoorbeeld aan vreemden). In Wallonië is het tarief 3,3 of 5,5 procent. Bij een overlijden verhogen de tarieven. Dan valt het onder de gewone erfbelasting die zelfs tussen ouders en kinderen al kan oplopen tot 27 procent in Vlaanderen en 30 procent in Brussel en Wallonië.

De activiteit moet dus worden voortgezet, maar wat betekent dat? In Vlaanderen moet de activiteit minstens drie jaar worden voortgezet en mag het ook gaan om een andere economische activiteit. Als vader bijvoorbeeld een schoenenwinkel had, kan het kind er een juwelenwinkel van maken of zijn consultancy-activiteit in voortzetten om het gunsttarief te behouden.

In Brussel geldt ook de periode van drie jaar, maar daar moet het gaan om dezelfde activiteit. Hier is een creatieve oplossing dus minder vanzelfsprekend. In het Waals Gewest is de voortzettingstermijn minstens vijf jaar, maar mag het ook een andere activiteit zijn.