De ondersteuning van innovatie en ontwikkeling moet een onderdeel zijn van een economisch herstelplan. Wil ons land een rol van betekenis hebben in de economie van morgen, dan zal ons innovatief vermogen essentieel zijn.

Er werden de voorbije jaren enkele initiatieven genomen om onderzoek en ontwikkeling te ondersteunen. Daarbij werden enkele fiscale maatregelen ingevoerd, waaronder de innovatieaftrek en de verminderingen op de bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die actief investeren in onderzoek en ontwikkeling. Die laatste maatregel heeft een substantiële impact. Als aan de voorwaarden is voldaan, is 80 procent van de bedrijfsvoorheffing niet verschuldigd.

'Een innovatieve onderneming en de fiscaal ambtenaar die haar controleert: twee meer verschillende werelden bestaan niet'

Die maatregelen zijn enkele jaren van kracht en dus zijn ook de fiscale controles daarop een realiteit. Maar die verlopen moeizaam. Je kan geen twee meer verschillende werelden naast elkaar zetten. Aan de ene kant van de tafel een innovatieve en creatieve onderneming, met ingenieurs, technici, IT'ers die gedreven zijn door hun ambitie om hun bijdrage te leveren aan een vernieuwde wereld. Aan de andere kant een fiscaal ambtenaar die zoekt naar documenten waarmee de onderneming op juridisch afdoende wijze kan bewijzen dat ze aan alle wettelijke vereisten voldoet.

Die vereisten blinken uit in abstractie, wat de toetsing in de praktijk bijzonder bemoeilijkt. Wat is een onderzoeksproject? Wanneer is uw ontwikkeling vernieuwend genoeg? De administratie vraagt naar werkroosters en de ondernemer begrijpt niet hoe hij zijn medewerkers kan vragen elk uur te registreren wat ze hebben gedaan. Het gebrek aan beschikbare papieren wekt achterdocht bij de ambtenaar. Voor de fiscale administratie wordt een en ander dan al gauw gepercipieerd als vaag en dus vallen er zinnen zoals 'u heeft wel de bewijslast'. Wat het gesprek nog moeilijker maakt. De ondernemer kan er niet bij dat van hem wordt verwacht dat hij elke stap in zijn onderneming op papier zet om gebruik te kunnen maken van een maatregel die juist het creatieve, ontastbare en risicovolle proces in een onderneming moet ondersteunen.

De gevolgen kunnen desastreus zijn. Als de administratie er niet van overtuigd is dat de onderneming is gekwalificeerd voor de vrijstelling, dan is de naheffing niet min. De onderneming moet voor vijf jaar de niet betaalde bedrijfsvoorheffing alsnog betalen. In een solide onderneming waar onderzoek en ontwikkeling een afdeling is, is er dan hopelijk voldoende buffer om dat te betalen. Voor start-ups en scale-ups leiden zulke fiscale controles niet zelden tot een gedwongen herziening van het personeelsbeleid.

Een beleid dat innovatie wil stimuleren, moet ook werken aan een andere mindset in de eigen fiscale rangen.

De wetgever heeft geprobeerd daarin te remediëren. Sinds 2017 moeten onderzoeksprojecten verplicht worden gemeld bij Belspo, de federale overheidsdienst Wetenschapsbeleid. Ook werd in de mogelijkheid voorzien een bindend advies te vragen aan die dienst, vergelijkbaar met een ruling. Hoewel dat een stap vooruit is, biedt het geen oplossing voor de ondernemingen die voordien al gebruik maakten van de regeling. Evenmin is het een oplossing voor de enthousiaste starters die gefocust zijn op de ontwikkeling van hun idee tot een vernieuwend product en niet op de administratieve papiermolen, en vaak geen advies hebben gevraagd bij Belspo.

De kern van het probleem ligt in de verzoening van twee werelden. Een beleid dat innovatie en ondernemingszin wil stimuleren, moet ook werken aan een andere mindset in de eigen fiscale rangen. Starten met een motie van wantrouwen ten aanzien van de onderneming is heel contraproductief. Een fiscaal ambtenaar moet voldoende ondersteuning krijgen om ook technische dossiers correct te kunnen inschatten en de ruimte hebben verder en ruimer naar een dossier te kijken. Dat is puur een kwestie van beleidskeuze.

De ondersteuning van innovatie en ontwikkeling moet een onderdeel zijn van een economisch herstelplan. Wil ons land een rol van betekenis hebben in de economie van morgen, dan zal ons innovatief vermogen essentieel zijn. Er werden de voorbije jaren enkele initiatieven genomen om onderzoek en ontwikkeling te ondersteunen. Daarbij werden enkele fiscale maatregelen ingevoerd, waaronder de innovatieaftrek en de verminderingen op de bedrijfsvoorheffing voor ondernemingen die actief investeren in onderzoek en ontwikkeling. Die laatste maatregel heeft een substantiële impact. Als aan de voorwaarden is voldaan, is 80 procent van de bedrijfsvoorheffing niet verschuldigd.Die maatregelen zijn enkele jaren van kracht en dus zijn ook de fiscale controles daarop een realiteit. Maar die verlopen moeizaam. Je kan geen twee meer verschillende werelden naast elkaar zetten. Aan de ene kant van de tafel een innovatieve en creatieve onderneming, met ingenieurs, technici, IT'ers die gedreven zijn door hun ambitie om hun bijdrage te leveren aan een vernieuwde wereld. Aan de andere kant een fiscaal ambtenaar die zoekt naar documenten waarmee de onderneming op juridisch afdoende wijze kan bewijzen dat ze aan alle wettelijke vereisten voldoet. Die vereisten blinken uit in abstractie, wat de toetsing in de praktijk bijzonder bemoeilijkt. Wat is een onderzoeksproject? Wanneer is uw ontwikkeling vernieuwend genoeg? De administratie vraagt naar werkroosters en de ondernemer begrijpt niet hoe hij zijn medewerkers kan vragen elk uur te registreren wat ze hebben gedaan. Het gebrek aan beschikbare papieren wekt achterdocht bij de ambtenaar. Voor de fiscale administratie wordt een en ander dan al gauw gepercipieerd als vaag en dus vallen er zinnen zoals 'u heeft wel de bewijslast'. Wat het gesprek nog moeilijker maakt. De ondernemer kan er niet bij dat van hem wordt verwacht dat hij elke stap in zijn onderneming op papier zet om gebruik te kunnen maken van een maatregel die juist het creatieve, ontastbare en risicovolle proces in een onderneming moet ondersteunen. De gevolgen kunnen desastreus zijn. Als de administratie er niet van overtuigd is dat de onderneming is gekwalificeerd voor de vrijstelling, dan is de naheffing niet min. De onderneming moet voor vijf jaar de niet betaalde bedrijfsvoorheffing alsnog betalen. In een solide onderneming waar onderzoek en ontwikkeling een afdeling is, is er dan hopelijk voldoende buffer om dat te betalen. Voor start-ups en scale-ups leiden zulke fiscale controles niet zelden tot een gedwongen herziening van het personeelsbeleid.De wetgever heeft geprobeerd daarin te remediëren. Sinds 2017 moeten onderzoeksprojecten verplicht worden gemeld bij Belspo, de federale overheidsdienst Wetenschapsbeleid. Ook werd in de mogelijkheid voorzien een bindend advies te vragen aan die dienst, vergelijkbaar met een ruling. Hoewel dat een stap vooruit is, biedt het geen oplossing voor de ondernemingen die voordien al gebruik maakten van de regeling. Evenmin is het een oplossing voor de enthousiaste starters die gefocust zijn op de ontwikkeling van hun idee tot een vernieuwend product en niet op de administratieve papiermolen, en vaak geen advies hebben gevraagd bij Belspo. De kern van het probleem ligt in de verzoening van twee werelden. Een beleid dat innovatie en ondernemingszin wil stimuleren, moet ook werken aan een andere mindset in de eigen fiscale rangen. Starten met een motie van wantrouwen ten aanzien van de onderneming is heel contraproductief. Een fiscaal ambtenaar moet voldoende ondersteuning krijgen om ook technische dossiers correct te kunnen inschatten en de ruimte hebben verder en ruimer naar een dossier te kijken. Dat is puur een kwestie van beleidskeuze.