Vrijgestelde overuren

Sommige werknemers kregen vorig jaar de kans om door de coronacrisis meer overuren te presteren. Dat kon tussen 1 april tot 30 juni in 'kritieke' sectoren, en tussen 1 oktober tot 31 december in 'cruciale' sectoren. De bezoldigingen zijn tot maximaal 120 overuren vrijgesteld van belasting. U dient ze aan te geven in de nieuwe rubriek IV.A. 11. a ( codes 1306-52 en 2306-22), net als het aantal gepresteerde overuren in rubriek IV.A. 11. b ( codes 1307-51 en 2307-21).
...

Sommige werknemers kregen vorig jaar de kans om door de coronacrisis meer overuren te presteren. Dat kon tussen 1 april tot 30 juni in 'kritieke' sectoren, en tussen 1 oktober tot 31 december in 'cruciale' sectoren. De bezoldigingen zijn tot maximaal 120 overuren vrijgesteld van belasting. U dient ze aan te geven in de nieuwe rubriek IV.A. 11. a ( codes 1306-52 en 2306-22), net als het aantal gepresteerde overuren in rubriek IV.A. 11. b ( codes 1307-51 en 2307-21). "Ook sommige bedrijfsleiders die 'onder gezag van een werkgever' zulke overuren presteerden, komen in aanmerking voor de vrijstelling", zegt Jef Wellens, fiscaal jurist bij Wolters Kluwer. "Voor hen werden de rubrieken XVI.6. a ( codes 1403-52 en 2403-22) en XVI.6. b ( codes 1404-51 en 2404-21) geïntroduceerd. Zelfstandige bedrijfsleiders kunnen ze niet gebruiken." In de zomer van 2020 werd een nieuwe federale belastingvermindering ingevoerd, ter ondersteuning van bedrijven die getroffen werden door de coronacrisis. Kwamen hiervoor in aanmerking: kmo's die hun omzet tussen 14 maart en 30 april 2020 met minstens 30 procent zagen afnemen in vergelijking met dezelfde periode in 2019. Indien u als particulier intekende op nieuwe aandelen van die bedrijven in het kader van een kapitaalverhoging tussen 14 maart en 31 december 2020, wordt u nu beloond met een fiscaal voordeel. De aandelen moesten wel worden volstort vóór het einde van het jaar, en u moet ze ook vijf jaar bijhouden. "Op een investering tot maximaal 100.000 euro geniet u dan een belastingvermindering van 20 procent", weet Jef Wellens. "U vraagt die aan via de nieuwe rubriek X.II.I ( codes 1345-13 en 2345-80). Het gedeelte van de belastingvermindering dat nu niet kan worden verrekend wegens te weinig belasting, wordt overgedragen naar een van de volgende drie jaren." Vlaanderen introduceerde in 2006 de Winwinlening. Natuurlijke personen die tot 50.000 euro lenen aan een bedrijf of zelfstandige met een zetel of filiaal in het Vlaams Gewest, genieten elk jaar en zolang de lening loopt een belastingkrediet van 2,5 procent van het uitgeleende bedrag. Voor Winwinleningen die afgesloten werden vanaf 7 oktober 2020, werd de maximumgrens opgetrokken tot 75.000 euro. De vaste leningsduur van acht jaar werd ook versoepeld tot een variabele looptijd van vijf tot tien jaar. Die wijzigingen hebben geen gevolgen voor de rubrieken XI.1. a ( codes 3377-18 en 4377-85) en XI.1. b ( codes 3378-17 en 4378-84). Betaalt het bedrijf of de zelfstandige de lening niet of niet volledig terug, bijvoorbeeld door een faillissement, dan kan de kredietgever 30 procent van het verloren gegane deel van de lening recupereren. Dat gebeurt via een eenmalig belastingkrediet dat u aanvraagt via de rubriek XI.2. b ( codes 3379-16 en 4379-83). Voor leningen die afgesloten werden tussen 15 maart en 31 december 2021 werd dat krediet verhoogd tot 40 procent. Daarvoor werd de nieuwe rubriek XI.2. a ( codes 3368-27 en 4368-94) toegevoegd. "Het Winwinkapitaal of vriendenaandeel, een ander fiscaal instrument waarmee Vlaanderen investeringen in nieuwe aandelen van bedrijven aanmoedigt, is pas sinds februari 2021 operationeel", zegt Jef Wellens. "Dat vindt u dus nog niet in de nieuwe belastingaangifte." Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest introduceerde in de loop van de coronacrisis zijn Proxi-lening. "Natuurlijke personen kunnen sinds 15 oktober 2020 tijdelijk tot 75.000 euro lenen aan een bedrijf of zelfstandige", zegt Jef Wellens. "Dat geeft recht op een belastingkrediet van 4 procent van het uitgeleende bedrag gedurende de eerste drie jaar, en nadien 2,5 procent." De aanvraag gebeurt via rubriek XI. 1 ( codes 3392-03 en 4392-70). Als de lening niet wordt terugbetaald door bijvoorbeeld een faillissement, is een eenmalig belastingkrediet van 30 procent voorzien via de rubriek XI. 2 ( codes 3393-02 en 4393-69). De Waalse variant is de Prêt Coup de Pouce. Het maximumbedrag hiervoor bedroeg tot eind vorig jaar 50.000 euro. De lening geeft recht op een belastingkrediet van 4 procent van het uitgeleende bedrag gedurende de eerste vier jaar, en daarna 2,5 procent. "Voor de eerste afgesloten leningen sinds de introductie in 2016 is die vier jaar intussen verstreken", zegt Jef Wellens. "Daarom werd het Waalse vak XI aangepast." De uitstaande saldo's van de Prêts Coup de Pouce die afgesloten werden vanaf 2017, vermeldt u in de rubrieken XI.1. a ( codes 3384-11 en 4384-78) en XI.1. b ( codes 3386-09 en 4386-76). Oudere leningen horen thuis in de rubrieken XI.2. a ( codes 3387-08 en 4387-75) en XI.2. b ( codes 3388-07 en 4388-74). Voor de Prêt Coup de Pouce geldt sinds 2021 een hoger maximumbedrag (tot 125.000 euro) en een eenmalig belastingkrediet van 30 procent bij niet-terugbetaling. Maar die aanpassingen zijn nog niet van belang voor de eerstkomende belastingaangifte. Zelfstandigen die voorafbetalingen doen, genieten een korting op hun belastingen. Door de coronacrisis werden de percentages van de voordelen van deze voorafbetalingen lichtjes verhoogd van 2 tot 2,25 procent (voor voorafbetalingen gedaan in het derde kwartaal) en van 1,5 tot 1,75 procent (gedaan in het vierde kwartaal). Het totaalbedrag van alle voorafbetalingen die u deed in 2020, vermeldt u in de rubriek XII ( codes 1570-79 en 2570-49). Aan datzelfde vak werden vier nieuwe codes toegevoegd, waarmee u dient aan te geven of u van 12 maart tot en met 31 december 2020 wel ( codes 1583-66 en 2583-36) of geen ( codes 1584-65 en 2584-35) banden met of belangen in belastingparadijzen had. Was dat wél het geval, dan komt u niet in aanmerking voor de verhoogde belastingkorting. Houd er bovendien rekening mee dat deze uitsluiting ook gebruikt wordt voor de toepassing van bepaalde andere coronasteunmaatregelen. In het verleden moest u in vak XIII van uw belastingaangifte aanduiden of u titularis was van meerdere effectenrekeningen. Dat is nu niet meer het geval. "Het Grondwettelijk Hof vernietigde de oorspronkelijke taks op effectenrekeningen", legt Jef Wellens uit. "De vernietiging geldt vanaf 1 oktober 2019. Ook al werd in 2021 een nieuwe taks op effectenrekeningen ingevoerd, toch komt de meldplicht van meerdere effectenrekeningen niet meer terug in de aangifte. De nieuwe taks viseert immers de effectenrekening zelf, en niet langer de persoon die daarvan titularis is." Zelfstandigen konden in hun vorige belastingaangifte al hun geschatte beroepsverliezen voor 2020 aftrekken van hun inkomsten van 2019, in de vorm van vrijgestelde winst of baten. Om te vermijden dat de verliezen dubbel zouden aangerekend worden - enerzijds de geschatte als vrijstelling van de inkomsten van 2019, anderzijds de werkelijke als aftrek van de inkomsten van 2020 - moeten zij nu de gevraagde vrijstelling van vorig jaar vermelden in rubrieken XVII.2. a ( codes 1635-14 en 2635-81) en XVIII.5. a ( codes 1660-86 en 2660-56).