De federale overheidsdienst Financiën heeft eind maart het nieuwe belastingformulier gepubliceerd, waarmee u binnenkort uw inkomsten en uitgaven van 2019 moet aangeven. Vorig jaar kon u de papieren aangifte indienen tot eind juni. Voor de elektronische variant kreeg u een tweetal weken extra. Of de coronacrisis dit jaar tot uitstel zal leiden, is nog niet bekend. Daarvoor moet eerst de officiële datum van indiening bekend zijn. Een persconferentie op 5 mei zal meer duidelijkheid brengen.
...

De federale overheidsdienst Financiën heeft eind maart het nieuwe belastingformulier gepubliceerd, waarmee u binnenkort uw inkomsten en uitgaven van 2019 moet aangeven. Vorig jaar kon u de papieren aangifte indienen tot eind juni. Voor de elektronische variant kreeg u een tweetal weken extra. Of de coronacrisis dit jaar tot uitstel zal leiden, is nog niet bekend. Daarvoor moet eerst de officiële datum van indiening bekend zijn. Een persconferentie op 5 mei zal meer duidelijkheid brengen.Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste veranderingen in de nieuwe aangifte.· VAK II van Deel 1 heeft betrekking op uw persoonlijke gegevens en gezinslasten. Wanneer uw belastbare periode niet overeenstemt met het volledige kalenderjaar 2019 (om een andere reden dan een overlijden), dan worden bepaalde federale belastingvoordelen pro rata berekend. Zo wil de fiscus vermijden dat u een dubbel voordeel geniet, zowel in de personenbelasting als in de belasting voor niet-inwoners. Bevindt u zich in die situatie, dan moet u nu in de nieuwe rubriek II.A.6 (code 1199-62) het aantal maanden vermelden.· In VAK III dient u de inkomsten van uw onroerende goederen aan te geven, bijvoorbeeld verhuurinkomsten uit een tweede verblijf of een investeringspand. In dat vak ziet u nu helemaal bovenaan de melding dat vrijgestelde inkomsten (bijvoorbeeld het inkomen dat betrekking heeft op uw gezinswoning) hier niet aangegeven hoeven te worden.· Vak IV is voor wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, vervangingsinkomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag. Ook daar treft u enkele nieuwigheden aan. Rubriek IV.A.3, die bestemd was voor de vrijstelling van bezoldigingen voor gepresteerde opzegtermijnen en opzeggingsvergoedingen, is geschrapt door de afschaffing van die vrijstelling. Daardoor vervalt ook rubriek XVI.2 (Bezoldigingen van bedrijfsleiders) in Deel 2 van uw aangifte· In vak IV van Deel 1 is ook rubriek IV.A.8b (voorheen IV.A.9b) verdwenen. Daarin moest u in het verleden de (eventueel gedeeltelijke) vrijstelling van de loonbonus vermelden. Het gaat om het niet-recurrente resultaatgebonden voordeel dat u vorig jaar van uw werkgever ontvangen hebt. Dat is verbonden aan de collectieve resultaten van het bedrijf of aan een welomschreven groep van werknemers, gebaseerd op objectieve criteria. De fiscale vrijstelling van die loonbonus wordt vanaf nu automatisch toegekend, zodat de aangifte overbodig is geworden. Daardoor verdwijnt overigens ook rubriek XVI.5b (voorheen XVI.6b) in Deel 2.· Aan vak IV.F (Inhoudingen voor aanvullend pensioen) is een nieuwe subrubriek 3 toegevoegd (codes 1387-68 en 2387-38). Die heeft betrekking op het vorig jaar gelanceerde vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). Daarmee kunt u een pensioenspaarbedrag via uw werkgever opbouwen, wanneer die geen collectieve groepsverzekering of een pensioenfonds aanbiedt. Voor het inkomstenjaar 2019 mag u 3 procent van uw brutojaarsalaris van twee jaar eerder, of eventueel 1600 euro, aangeven. Van dat bedrag kunt via de belastingaangifte 30 procent (plus de gemeentelijke opcentiemen) recupereren. In Deel 2 werd in deze context ook rubriek XVI.11c toegevoegd met de codes 1421-34 en 2421-04.· In rubriek G.1 van vak IV (codes 1305-53 en 2305-23) is de limiet voor overuren die recht geven op een overwerktoeslag opgetrokken van 130 naar 180 uren.· Vak VII van de belastingaangifte is voor de inkomsten van kapitalen en roerende goederen. Daar moet u onder meer de dividenden aangeven die u ontvangen hebt. Sinds de aangifte van vorig jaar zijn 'gewone' dividenden tot een bepaalde limiet vrijgesteld van personenbelasting (maar niet van roerende voorheffing). Die maatregel is ingevoerd om het spaargeld van de Belg te activeren. De vrijstelling is nu opgetrokken van 640 naar 800 euro. Als belegger moet u die zelf aanvragen in rubriek VII.A.1b (codes 1437-18 en 2437-85).· De afschaffing van de Vlaamse woonbonus sinds 1 januari 2020 heeft nog geen gevolgen voor de eerstkomende belastingaangifte. Die heeft betrekking op het inkomstenjaar 2019. Hypothecaire woonkredieten die afgesloten werden tot en met 31 december, komen dus nog altijd in aanmerking voor een belastingvoordeel. De aangifte gebeurt via vak IX-I (Gewestelijk). De te gebruiken codes verschillen naargelang het tijdstip waarop u de lening hebt afgesloten: 3334-61 en 4334-31 (vanaf 2016), 3360-35 en 4360-05 (in 2015) of 3370-25 en 4370-92 (vóór 2015).· In vak X-I (Gewestelijk) wordt in rubriek X-I.D verduidelijkt dat enkel geregistreerde renovatieovereenkomsten die uiterlijk op 31 december 2018 afgesloten zijn, nog voor een belastingvermindering in aanmerking komen (codes 3332-63, 4332-33, 3333-62 en 4333-32).· In datzelfde vak wordt er in rubriek X-I.E dan weer op gewezen dat alleen de vóór 2019 gedane uitgaven voor de vernieuwing van een woning die u verhuurt via een sociaal verhuurkantoor recht geven op een fiscaal voordeel (code 3395-97).· Vak X-II (Federaal) bevat een nieuwe subrubriek X-II.H2 voor de terugname van een eerder genoten fiscaal voordeel in het kader van een investering in een groeibedrijf. Een belastingvermindering van 25 procent is in deze context mogelijk sinds 2018, maar er zijn wel voorwaarden aan gekoppeld, zowel voor de investeerder als voor het groeibedrijf. Wanneer u uw investering bijvoorbeeld minder lang dan vier jaar aanhoudt, dan moet u een terugname aangeven via de codes 1343-15 en 2343-82.· Eveneens in vak X-II (federaal) is de letter I toegevoegd. De overeenkomstige codes 1344-14 en 2344-81 zijn bestemd voor de premies die u vorig jaar betaalde voor een aparte rechtsbijstandsverzekering. Sinds 1 september 2019 levert zo'n afzonderlijke polis u een belastingvermindering van 40 procent (plus opcentiemen) op. In de huidige aangifte komt maximaal 310 euro aan gestorte premies in aanmerking voor dat fiscaal voordeel. Om voor de belastingvermindering in aanmerking te komen, moet uw contract wel specifieke waarborgen en minimale dekkingen bieden.· Vak XIII was in het verleden voorbehouden voor de verrekenbare bedrijfsvoorheffing die ingehouden werd op winsten en baten uit diensten verleend in het kader van de deeleconomie. Door de afschaffing van die voorheffing is dat vak geschrapt. Daardoor schuiven alle volgende vakken één positie naar voren.· Ook al heeft het Grondwettelijk Hof de taks op effectenrekeningenvernietigd, u vindt nog altijd codes daarvoor terug op uw aangifte. De vernietiging geldt immers pas vanaf 1 oktober 2019. De taks van 0,15 procent blijft dus verschuldigd op uw effectenrekeningen tot 30 september 2019, voor zover die minstens 500.000 euro waard zijn. Dat wordt duidelijk vermeld in de allerlaatste rubriek van Deel 1 van de aangifte: XIII.E. Gebruik daarvoor de codes 1072-92 en 2072-62.· In Deel 2 van de nieuwe belastingaangifte treft u in vak XVII (Winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen) de nieuwe rubriek XVII.14 aan. Die is toegevoegd voor de vrijstelling van het zogeheten sociaal passief (dat is een voorziening die wordt aangelegd ter financiering van eventuele opzegvergoedingen) ingevolge de invoering van het eenheidsstatuut. Via de codes 1633-16 en 2633-83 kunnen werkgevers sinds het inkomstenjaar 2019 een deel van hun winsten en baten fiscaal vrijstellen. Uiteraard gelden voorwaarden. Ook vak XVIII (Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden) kreeg daardoor een nieuwe rubriek XVIII.13 met codes 1681-65 en 2681-35.· Ook nieuw is de rubriek XVII.17. Die kunnen landbouwers gebruiken om de door ongunstige weersomstandigheden geleden schade aan hun teelten aan te geven. Door dat bedrag in te vullen onder de codes 1642-07 en 2642-74, kiezen ze voor de zogenaamde achterwaartse verliesaftrek. Daardoor wordt het aan de schade toe te schrijven gedeelte van hun beroepsverlies bij voorrang afgetrokken van hun beroepsinkomsten van de vorige drie jaar.