In principe moet een aangifte in de personenbelasting worden ingediend voor 30 juni van het jaar volgend op het inkomstenjaar. Voor de aangifte van de inkomsten behaald in het kalenderjaar 2015, had u vorig jaar dus de tijd tot 30 juni 2016. Wie zijn aangifte via Tax-on-web invulde had tot 13 juli de tijd. Enkel wie zijn aangifte door een boekhouder of een accountant liet invullen, moest die pas op 27 oktober indienen. FOD Financiën moet dit jaar nog de deadlines bekendmaken.

Vorig jaar zijn er minder dan drie procent van alle belastingplichtigen in België in geslaagd niet hun belastingbrief op tijd te versturen. In de periode 2012-2014 ging het nog om 3 à 3,5 procent. Die daling is ligt volgens de fiscus aan de strengere en meer gedisciplineerde aanpak. Dat schrijft De Standaard op basis van cijfers van de FOD Financiën. Maar wat hangt er u boven het hoofd wanneer u uw belastingaangifte niet op tijd indien?

Zo vlug mogelijk indienen

Wie zijn aangifte te laat indient, riskeert een boete van de fiscus. Die kan oplopen van50 tot 1250 euro. Vorig jaar hebben 71.961 belastingplichtigen alsnog een boete gekregen. Daarnaast kan de fiscus u een belastingverhoging opleggen van 10 tot 200 procent, maar wanneer u te goeder trouw bent, het de eerste keer is dat u te laat bent en er sprake is van overmacht - bijvoorbeeld onverwachte hospitalisatie - is de fiscus vergevingsgezind en kunt u er vanaf komen zonder boete of belastingverhoging.

U moet wel weten dat de fiscus bij een laattijdige aangifte meer tijd heeft om de belasting te vestigen. Concreet voor de aangifte van de inkomsten van 2015 betekent dit dat de fiscus tot eind 2018 de tijd heeft in plaats van tot midden 2017. Als u belastingen moet terugkrijgen, moet u dus langer op uw geld wachten.

Niets doen is uit de boze

Doet u niets, dan zal de fiscus overgaan tot een zogenoemde aanslag van ambtswege. Naast een boete en een belastingverhoging, zal de fiscus dan zelf uw inkomsten vastleggen. 'Gemakkelijk', kunt u zeggen, maar dat is zeker niet het geval. De fiscus zal enkel rekening houden met uw inkomsten en niet met aftrekbare uitgaven zoals beroepskosten en leningsuitgaven.

Bovendien zal er geen sprake zijn van een optimalisatie. Gaat u niet akkoord met de door de fiscus begrote inkomsten, dan zult u zelf het bewijs moeten leveren van de werkelijke omvang ervan en dat is niet zo gemakkelijk in de praktijk.

Bewerkt door Niels Saelens