Door de coronamaatregelen waren de diensten van de federale overheidsdienst Financiën veel moeilijker bereikbaar of zelfs ontoegankelijk voor de gewone burger. Of een overleg überhaupt nog mogelijk was en, zo ja, in welke vorm was zeer wisselend. Controles ter plaatse werden opgeschort, beslissingen genomen op afstand. En nu wordt ook het meest vanzelfsprekende schriftelijke communicatiemiddel, e-mail, aan banden gelegd. Een antwoord op een vraag om inlichtingen of een bericht van wijziging mag u niet langer per e-mail versturen. Dat kan enkel nog via het digitale platform MyMinfin gebeuren, of per brief.

Er is geen enkele wettelijke basis voor die nieuwe interne instructie van de FOD Financiën. Er wordt geschermd met de GDPR-privacywetgeving, maar die link is moeilijk te begrijpen. Die wetgeving verbiedt een belastingplichtige niet om zelf persoonsgegevens via e-mail te verstrekken aan de FOD Financiën. Allicht heeft de overgevoeligheid van de FOD Financiën te maken met de recente terechtwijzing door de Gegevensbeschermingsautoriteit in verband met de toegang tot de Fisconetplus-database. Ik hoor ook fluisteren dat het "GDPR-opportunisme" zou zijn, maar enkel stoute Trends-columnisten durven de fiscus weleens te betichten van opportunisme.

Digitalisering leidt tot een grotere afstand tussen de controlerende ambtenaar en de belastingplichtige.

Hoe valt die nieuwe interne instructie, die e-mails verbiedt, te rijmen met de digitalisering waarop de FOD Financiën stevig inzet? Het inperken van e-mail als communicatiemiddel maakt duidelijk dat de digitalisering bij de FOD Financiën vooral de toegankelijkheid inperkt en het menselijke contact uit de fiscale dossiers haalt. In dezelfde trend past ook de wet van 21 januari 2021 genaamd 'Dematerialisatie van de relaties tussen de FOD Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden'. Vanaf 1 januari 2025 zal alle communicatie met de FOD Financiën via uw eBox moeten verlopen. Geen zorgen als u het nu in Keulen hoort donderen: er komt wellicht nog een informatiecampagne om de eBox te promoten. Die zal dan ook vragen moeten beantwoorden zoals hoe men een en ander zal combineren met MyMinfin en hoe gevolmachtigden nog kunnen optreden namens hun cliënten (advocaten, boekhouders, belastingconsulenten).

De trend is duidelijk: de digitalisering leidt tot een grotere afstand tussen de controlerende ambtenaar en de belastingplichtige. Dat maakt het nog gemakkelijker om snoeiharde berichten van wijziging te sturen, zonder rekening te houden met de mensen achter de onderneming. Direct menselijk contact betekent immers ook een confrontatie met de impact van de beslissingen. Alsof fiscale dossiers objectief en puur rationeel behandeld kunnen worden, als de afstand maar groot genoeg is.

De fiscus is zo niet alleen blind voor de menselijkheid van de belastingplichtige, ook de blinde vlek voor de eigen menselijkheid is groot. Al te vaak escaleert een dossier, omdat het eergevoel van de taxatieambtenaar een intrekking van de eerder ingenomen positie in de weg staat. Het verdere verloop van de procedure, alle bewijzen die verzameld worden, moeten de ingenomen stellingen bevestigen. En al te vaak moeten dossiers naar de rechtbank, louter omdat de behandelaar van het bezwaar zijn collega-ambtenaar niet wil afvallen.

De wet is er voor de mens, niet omgekeerd. Het valt te vrezen dat de fiscus dat principe nog verder uit het oog zal verliezen bij een verdere digitalisering en een nog grotere afstand tussen de fiscus en de burger.

Door de coronamaatregelen waren de diensten van de federale overheidsdienst Financiën veel moeilijker bereikbaar of zelfs ontoegankelijk voor de gewone burger. Of een overleg überhaupt nog mogelijk was en, zo ja, in welke vorm was zeer wisselend. Controles ter plaatse werden opgeschort, beslissingen genomen op afstand. En nu wordt ook het meest vanzelfsprekende schriftelijke communicatiemiddel, e-mail, aan banden gelegd. Een antwoord op een vraag om inlichtingen of een bericht van wijziging mag u niet langer per e-mail versturen. Dat kan enkel nog via het digitale platform MyMinfin gebeuren, of per brief.Er is geen enkele wettelijke basis voor die nieuwe interne instructie van de FOD Financiën. Er wordt geschermd met de GDPR-privacywetgeving, maar die link is moeilijk te begrijpen. Die wetgeving verbiedt een belastingplichtige niet om zelf persoonsgegevens via e-mail te verstrekken aan de FOD Financiën. Allicht heeft de overgevoeligheid van de FOD Financiën te maken met de recente terechtwijzing door de Gegevensbeschermingsautoriteit in verband met de toegang tot de Fisconetplus-database. Ik hoor ook fluisteren dat het "GDPR-opportunisme" zou zijn, maar enkel stoute Trends-columnisten durven de fiscus weleens te betichten van opportunisme.Hoe valt die nieuwe interne instructie, die e-mails verbiedt, te rijmen met de digitalisering waarop de FOD Financiën stevig inzet? Het inperken van e-mail als communicatiemiddel maakt duidelijk dat de digitalisering bij de FOD Financiën vooral de toegankelijkheid inperkt en het menselijke contact uit de fiscale dossiers haalt. In dezelfde trend past ook de wet van 21 januari 2021 genaamd 'Dematerialisatie van de relaties tussen de FOD Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden'. Vanaf 1 januari 2025 zal alle communicatie met de FOD Financiën via uw eBox moeten verlopen. Geen zorgen als u het nu in Keulen hoort donderen: er komt wellicht nog een informatiecampagne om de eBox te promoten. Die zal dan ook vragen moeten beantwoorden zoals hoe men een en ander zal combineren met MyMinfin en hoe gevolmachtigden nog kunnen optreden namens hun cliënten (advocaten, boekhouders, belastingconsulenten).De trend is duidelijk: de digitalisering leidt tot een grotere afstand tussen de controlerende ambtenaar en de belastingplichtige. Dat maakt het nog gemakkelijker om snoeiharde berichten van wijziging te sturen, zonder rekening te houden met de mensen achter de onderneming. Direct menselijk contact betekent immers ook een confrontatie met de impact van de beslissingen. Alsof fiscale dossiers objectief en puur rationeel behandeld kunnen worden, als de afstand maar groot genoeg is. De fiscus is zo niet alleen blind voor de menselijkheid van de belastingplichtige, ook de blinde vlek voor de eigen menselijkheid is groot. Al te vaak escaleert een dossier, omdat het eergevoel van de taxatieambtenaar een intrekking van de eerder ingenomen positie in de weg staat. Het verdere verloop van de procedure, alle bewijzen die verzameld worden, moeten de ingenomen stellingen bevestigen. En al te vaak moeten dossiers naar de rechtbank, louter omdat de behandelaar van het bezwaar zijn collega-ambtenaar niet wil afvallen.De wet is er voor de mens, niet omgekeerd. Het valt te vrezen dat de fiscus dat principe nog verder uit het oog zal verliezen bij een verdere digitalisering en een nog grotere afstand tussen de fiscus en de burger.