"Geef de keizer wat des keizers is." De keizer was een bezettingsmacht, de tollenaar werd gehaat en de smokkelaar kreeg sympathie. Dat je de belasting maar beter betaalt, moest dus niet als een categorische imperatief worden begrepen, maar veeleer als een wijze raad: laten we maar zorgen dat we geen problemen krijgen. Andere dingen zijn belangrijker. Ik heb ook niet voortdurend een streng moreel oordeel over belastingfraude. Dat zou te veel stress geven.
...