De Vlaamse belastingdienst (Vlabel) veroorzaakt een nooit geziene chaos en rechtsonzekerheid in de successie- en de vermogensplanning. Nochtans is Vlabel nog maar sinds begin 2015 bevoegd voor de erf- en de schenkbelasting. Voordien had de dienst ook al fiscale bevoegdheden, maar die gingen over eerder saaie belastingen, zoals de verkeersbelasting en de onroerende voorheffing. Ideale belastingen voor een anonieme, efficiënte en geïnformatiseerde aanpak.
...

De Vlaamse belastingdienst (Vlabel) veroorzaakt een nooit geziene chaos en rechtsonzekerheid in de successie- en de vermogensplanning. Nochtans is Vlabel nog maar sinds begin 2015 bevoegd voor de erf- en de schenkbelasting. Voordien had de dienst ook al fiscale bevoegdheden, maar die gingen over eerder saaie belastingen, zoals de verkeersbelasting en de onroerende voorheffing. Ideale belastingen voor een anonieme, efficiënte en geïnformatiseerde aanpak. Met de erf- en de schenkbelasting werd Vlabel plots bevoegd voor belastingen waarvan de burger echt wakker ligt. Dat blijkt onder meer uit de talloze artikelen en bijdragen in de pers. De belasting is ook complex. Ook professionals worstelen ermee. Vooral in combinatie met het erfrecht en het relatierecht is vermogensplanning een zeer uitdagende evenwichtsoefening. Er spelen bovendien altijd latente en/of uitgesproken familiale gevoeligheden. Dan weet je dat vermogensplanning een chirurgische aanpak vereist. Om die fragiele evenwichten niet te bruuskeren moet ook de overheid doordacht optreden. De federale ontvangkantoren hebben daar jarenlang blijk van gegeven. Ze doen dat trouwens nog altijd in Brussel en Wallonië. De aanpak mag dan soms wel wat stoffig, oubollig en digitaal analfabetisch zijn, maar de behandeling was voorzienbaar. Het aantal procedures voor de rechtbanken viel dan ook reuze mee. Vlaanderen wil de erf- en de schenkbelasting naar de 21ste eeuw katapulteren door de wet in een nieuw jasje te stoppen: een moderne aanslagprocedure, een nieuwe administratie (Vlabel), een toegankelijke website, meer informatisering enzovoort. De nieuwbakken administratie kreeg plots de bevoegdheid de wet te interpreteren. En die heeft ze meteen ten volle benut. Eerder dan op een voorzichtige en beredeneerde manier zich de bevoegdheid eerst eigen te maken, schiet ze naar alle kanten. Ze heeft bestaande gebruiken en interpretaties in ijltempo veranderd. De spreekwoordelijke olifant in de porseleinwinkel dus. De balans na tweeënhalf jaar Vlabel oogt niet mooi. Notarissen, advocaten en vermogensplanners hekelen unisono de cultivering van de rechtsonzekerheid en de wispelturigheid. Een vermogensplanning op de lange termijn is niet meer mogelijk in Vlaanderen. Symptomatisch is het standpunt over de gesplitste aankoop en de inschrijving van de blote eigendom en vruchtgebruik. Dat standpunt is in minder dan twee jaar zeven keer aangevuld, verfijnd of gewijzigd. Zo ontstaat langzaamaan een imago van leerling-tovenaren die in obscure achterkamers vanuit het eigen grote gelijk fiscale standpunten brouwen. Maar er is niet enkel kritiek. De procedurele kwantumsprong, de modernisering en de digitalisering waren nodig. Enkel de manier waarop Vlabel de wet toepast, doet de wenkbrauwen fronsen. Uiteraard kan men nadenken over het aanpassen van de bestaande interpretatie. Maar een nieuwe interpretatie mag dan enkel gelden voor toekomstige vermogensplanningen. De bestaande planningen moeten buiten schot blijven. Grandfathering dus van vermogensplanningen die conform de nog geldende wet en de toenmalige administratieve visie zijn uitgevoerd. Dat is een beginsel van behoorlijk bestuur. Maar vandaag is van grandfathering geen sprake. Men proclameert een nieuwe interpretatie en verwacht dat alle burgers zich daar onmiddellijk naar conformeren. Daardoor wordt de vermogensplanning voor burgers een permanente bron van zorgen. Gemoedsrust is er enkel voor degenen die het volle pond aan erfbelasting betalen. Die praktijk moet eindigen. Hopelijk is het allemaal jeugdig enthousiasme van een jonge administratie geweest en keert de rust snel weer. Zo niet moet de bevoegde minister Tommelein ingrijpen.