Sinds 2011 heeft België de kwalijke gewoonte om in haar eeuwige zoektocht naar meer geld ondoordacht aan de beleggingsfiscaliteit te sleutelen. Dat gebeurt niet enkel door tarieven te verhogen, maar ook door allerlei probeersels te lanceren. Die komen neer op trial-and-errorfiscaliteit. Steevast worden hoge opbrengsten in de begroting ingeschreven. Als die blijken tegen te vallen, wordt het probeersel afgeserveerd of aangepast - denk maar aan de rijkentaks, de kaaimantaks en de speculatietaks. Het is dan ook ieder jaar bang afwachten welk vergiftigd geschenk de regering voor de beleggers en de ondernemers onder de kerstboom heeft gelegd.

"Nu ook een centrumrechtse regering de belastingdruk met de regelmaat van een klok verhoogt, is het einde voor velen zoek"

Ook in 2017 wordt op dat elan voortgegaan. De fiscale goodiebag voor de vermogende Belgen is weer goed gevuld. De roerende voorheffing en de beursbelasting stijgen voor het zoveelste jaar op rij. En ja, er is ook een fiscaal probeerseltje: beleggers en ondernemers die buiten België een effectenrekening hebben, worden voor de inning van de beurstaks voortaan behandeld alsof ze een Belgische bank zijn. Om veelal enkele euro's aan belasting te kunnen innen, worden zij aan zware administratieve verplichtingen onderworpen. Doen ze dat niet, dan kunnen de boetes oplopen tot duizenden euro's. De Belgische bankenlobby heeft blijkbaar goed werk gedaan. Enkel een fiscale masochist overweegt nog te beleggen in het buitenland. Opgejaagd door de zweep van de zware administratieve verplichtingen en boetes, worden de beleggers in de armen van de Belgische banken gedreven. Benieuwd wat Europa daarvan zal denken. Behalve als een wakkere burger een verzoek tot vernietiging van de wet indient bij het Grondwettelijk Hof, is dat iets voor een volgende legislatuur. Vandaag politiek onbelangrijk dus.

Maar ondanks het fiscale geklungel voelt dit jaar voor velen beter aan dan andere jaren. Oké, de roerende voorheffing stijgt verder door naar 30 procent. En ja, de plafonds voor de beursbelasting verdubbelen ook, en het vrije verkeer van kapitaal en diensten binnen Europa wordt materieel onmogelijk gemaakt. Maar het voelt aan alsof we aan een erger kwaad ontsnapt zijn: de veralgemeende meerwaarde- of vermogensbelasting is uitgebleven. Bovendien is de speculatietaks ook nog eens afgeschaft.

Je zou zelfs kunnen denken dat er een gevoel van gewenning is ontstaan bij de vermogende Belgen. Maar schijn bedriegt: de vermogenden zijn het grondig beu. Veel en altijd maar meer belasting betalen, is tergend. Nu ook een centrumrechtse regering de belastingdruk met de regelmaat van een klok verhoogt en godbetert zelfs de invoering van een veralgemeende meerwaardebelasting overweegt, is het einde voor velen zoek.

De overheid moet zich bewust zijn van dat gevoel. Uiteindelijk zullen die belastingverhogingen minder opleveren. Hoe hoger de belastingdruk, hoe lager de opportuniteitskosten om ontsnappingsroutes te zoeken. L'impôt tue l'impôt. De tegenvallende opbrengst van de accijnsverhogingen op tabak en alcohol bewijzen dat. Mensen gaan gewoon shoppen in het buitenland waar het goedkoper is.

Aan de inkomstenzijde van de begroting is intussen alle marge op. De trieste vaststelling is dat België mondiaal de kroon spant als het gaat om de belasting op arbeid en kapitaal. Of je nu werknemer, zelfstandige of gepensioneerde bent, je betaalt altijd te veel belasting. Uiteraard kunnen bepaalde zaken wat eerlijker worden gemaakt door belastingdruk te verschuiven, maar de totale belastingdruk mag zeker niet stijgen.

En dus rest de uitgavenzijde om de begrotingsputten te dempen. Daar moet marge zijn. De Belgische overheid soupeert volgens de OESO jaarlijks 55 procent van het bruto binnenlands product op. Dat is in Zwitserland 34 procent, in Duitsland 44 procent en in Nederland 46 procent. België leeft op veel te grote voet. Er moeten beleidskeuzes worden gemaakt om in de uitgaven te snijden. Een euro kun je maar één keer uitgeven. Eigenlijk moet de overheid gewoon doen wat ieder gezin in dit land doet: zaaien naar de zak. Maar dat vergt vijf lange minuten politieke moed.