Mensen betalen niet graag belastingen. In de Verenigde Staten werden belasting tot midden jaren zeventig nochtans aangezien als iets goeds. Het land had toen het meest progressieve belastingstelsel ter wereld, met tarieven tot zelfs 90 procent. "Belastingen zijn de prijs die je betaalt voor een beschaafde maatschappij", citeert econoom Gabriel Zucman een Amerikaanse ex-minister van Financiën. Die hoge tarieven vielen verrasse...

Mensen betalen niet graag belastingen. In de Verenigde Staten werden belasting tot midden jaren zeventig nochtans aangezien als iets goeds. Het land had toen het meest progressieve belastingstelsel ter wereld, met tarieven tot zelfs 90 procent. "Belastingen zijn de prijs die je betaalt voor een beschaafde maatschappij", citeert econoom Gabriel Zucman een Amerikaanse ex-minister van Financiën. Die hoge tarieven vielen verrassend genoeg samen met het gouden tijdperk van het kapitalisme. Hoge belastingen fnuiken dus niet per definitie de economische groei. In de jaren tachtig keerde het fiscale narratief. Politici zagen de overheid eerder als een boosdoener dan als een manier om maatschappelijke uitdagingen te lijf te gaan. Die teneur heeft veertig jaar lang gewoekerd, niet zonder gevolg. Vermogen en kapitaal zagen er de rechtvaardiging in om de belastingdans te ontspringen, terwijl de lasten op arbeid in verhouding stegen.Achter die neerwaartse belastingspiraal zit een uitgebreid aanbod van belastingontwijking en fiscale optimalisatie. Die leiden tot absurditeiten zoals fiscale concurrentie tussen landen, miljarden aan winsten die multinationals intern verschuiven om zo min mogelijk af te dragen, of lokale besturen die activiteiten onderbrengen in vennootschappen om btw terug te vorderen. Die neerwaartse belastingspiraal en de fiscale race naar de bodem moeten worden gekeerd. De maatschappelijke gevolgen, waarvan ongelijkheid het belangrijkst is, zijn niet meer houdbaar. Even belangrijk is dat ook het fiscale narratief opnieuw keert. De overheden moeten weer bewijzen dat ze niet het probleem maar de oplossing zijn, dat ze het geld dat hen is toevertrouwd, goed besteden en niet verkwanselen aan politieke paradeprojecten. Zo komen landen hopelijk weer in een opwaartse concurrentiespiraal, waarin ze elkaar voortstuwen met de kwaliteit van hun onderwijs, infrastructuur, productiviteit en innovatievermogen.