De drie Vlaamse regeringspartijen verdedigen de afschaffing van de woonbonus. Ze halen ter verdediging academische studies aan, die zegden dat een verlaging of een afschaffing van de registratierechten het doel beter zou dienen dan de fiscale voordelen van de woonbonus gespreid over de looptijd van een woonkrediet. Het doel is jonge - en minder jonge - mensen de mogelijkheid te bieden een woning te verwerven in plaats van te huren.

Toekomstig Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) had het tijdens de voorstelling van het regeerakkoord aan de pers over "de perverse effecten van de woonbonus" die de prijzen van woningen hebben opgedreven. Toen Koen Van den Heuvel (CD&V) daarover in januari een vraag stelde aan minister van Financiën, Begroting en Energie Lydia Peeters (Open Vld), klonk het nog dat onderzoekers het onderling niet eens zijn over de "kapitalisatie-effecten" van de woonbonus. De minister verwees naar een Nederlandse studie uit 2004, die stelde dat er geen kapitalisatie-effecten zijn en een studie van de KU Leuven, die een kapitalisatie-effect van 22 procent rapporteerde.

Registratierechten zijn in 2018 niet verlaagd

Er klinkt vooral kritiek, omdat de verlaging van de registratierechten met 1 procentpunt nogal mager uitvalt. De regeringspartijen pareerden die kritiek gisteren tijdens een uitzending van de openbare omroep met de boodschap dat de registratierechten op 1 juni 2018 al werden verlaagd en dat we het bredere plaatje in ogenschouw moeten nemen.

Nochtans werd bij de opstelling van de begroting voor 2019 nog gesteld dat de hervorming van de registratierechten "budgetneutraal geconcipieerd" werd. Het klein beschrijf van 5 procent en het groot beschrijf van 10 procent werden midden 2018 afgeschaft en vervangen door het standaardtarief van 7 procent voor de eigen woning en 10 procent voor een tweede verblijf, bouwgrond en bedrijfsvastgoed. Als de inkomsten uit de registratierechten voor de Vlaamse overheid na die hervorming stabiel bleven, dan kan je niet spreken over een algemene verlaging van de registratierechten.

Kostprijs verlaging registratierechten in 2020: 180 miljoen euro

De Vlaamse overheid bespaart honderden miljoenen euro's per jaar aan de fiscale voordelen van de woonbonus. De verlaging van de registratierechten met 1 procentpunt zorgt ervoor dat er ook minder inkomsten zijn, maar niet in dezelfde grootte-orde. Professor Nancy Huyghebaert van de KU Leuven berekende de kostprijs van de verlaging van de registratierechten voor de Vlaamse overheid. Huyghebaert: "Een snelle berekening met betrekking tot de verlaging van de registratiebelasting met 1 procentpunt, rekening houdend met het aantal transacties in 2018 en de gemiddelde prijzen voor de types van woningen, leert mij dat dit de Vlaamse overheid maximaal 180 miljoen euro zal kosten. Het is duidelijk dat met de geplande wijziging aan de woonfiscaliteit bijkomende middelen werden gevonden om de toename in andere uitgaven te financieren."

Met afschaffing woonbonus bespaart overheid op termijn veel meer

In de Vlaamse begroting voor 2015 was een raming van 1,577 miljard euro opgenomen voor de woongerelateerde fiscale uitgaven, waarvan 1,208 miljard euro voor de woonbonus, 52,8 miljoen euro voor het langetermijnsparen en 315,1 miljoen euro voor bouwsparen.

De oude systemen om kapitaalaflossingen en intrestbetalingen in mindering te brengen bij de inkomstenbelasting doven uit, want voor woonkredieten afgesloten sinds 1 januari 2016 is de geïntegreerde woonbonus van toepassing. Die geïntegreerde woonbonus is al wat minder interessant dan de oude systemen. Voormalig minister van Financiën, Begroting en Energie, Bart Tommelein (Open Vld) zei in een antwoord op een parlementaire vraag in 2017 dat de hervormingen van de woonfiscaliteit in 2016 tegen 2022 een besparing van grosso modo 200 miljoen euro per jaar zouden opleveren.

Opbrengst afschaffing woonbonus in 2021: 136,8 miljoen euro

"De besparing voor de overheid die de afschaffing van de woonbonus oplevert, zal heel geleidelijk gebeuren", waarschuwt Geert Goeyvaerts, postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven. "Van 2006 tot en met 2011 telden we gemiddeld elk jaar ongeveer 150.000 mensen die voor het eerst gebruikmaakten van de fiscale voordelen verbonden aan een woonkrediet. Het zou best kunnen dat die jaarlijkse instroom nu iets groter is, maar ik heb geen actuele data daarover."

Volgens Goeyvaerts mag je er wel van uitgaan dat het leeuwendeel van de mensen deze voordelen genieten voor hun eerste en enige woning. Dat betekent dat ze dankzij de geïntegreerde woonbonus maximaal 912 euro per persoon terugkrijgen van de belastingen. De afschaffing van de geïntegreerde woonbonus vanaf het inkomstenjaar 2020 bespaart de Vlaamse overheid in het aanslagjaar 2021 ongeveer 136,8 miljoen euro. Dat leert een snelle berekening. De daaropvolgende jaren zal dat bedrag voort oplopen.