Zowat alle specialisten zijn het erover eens dat een grondige hervorming van de personenbelasting zich opdringt. Het idee dat de belastingdruk op arbeid in België naar beneden moet, wordt breed gedragen. Professor Bruno Peeters van de Universiteit Antwerpen onderzocht al in 2014 in opdracht van de federale overheidsdienst Financiën hoe de overheid in de personenbelasting een verschuiving van de lasten op arbeid naar andere inkomsten kan organiseren.

Die oefening was budgetneutraal, omdat hij tal van belastingvoordelen op de schop nam en alle meerwaarden als inkomsten classificeerde. Het is perfect mogelijk milieu-overwegingen mee te nemen in die oefening. Het is ook mogelijk extra inkomsten te zoeken buiten de inkomstenbelasting.

'Een groene taxshift kan budgetneutraal zijn voor de overheid.' - Kris Bachus, Hiva

Internationale instellingen zoals de OESO, het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Commissie manen België al jaren aan een deel van de lasten op arbeid te verschuiven naar consumptie, milieu en vermogen. De inkomsten uit milieugerelateerde belastingen zijn in ons land bij de laagste in de Europese Unie. "Als je een meer milieugericht woon- en verkeersbeleid wilt in Vlaanderen, moet je alle belastingen, belastingvoordelen en premies in één keer herbekijken", zegt Karel Anthonissen, gewestelijk directeur bij de BBI.

"Ik heb het dan over de verkeersbelasting, de belasting bij de aankoop van een woning, de onroerende voorheffing, de woonbonus, de vermindering voor kinderen, bouw- en renovatiepremies. Het totaalbudget van alle heffingen en kortingen moet ongeveer hetzelfde blijven." Anthonissen schreef in de jaren tachtig mee aan het economische programma van Agalev (nu Groen).

Ook Kris Bachus van de onderzoeksgroep duurzame ontwikkeling van het HIVA-Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving zegt dat een groene taxshift budgetneutraal kan zijn voor de overheid. Hij merkt wel op dat de vergroening van de fiscaliteit complex is, omdat sommige belastingen de bevoegdheid van de federale overheid zijn en andere van de Vlaamse overheid.

Spelen met de btw-tarieven kan ook: een hoger tarief voor producten die schadelijk zijn voor het milieu en een lager voor milieuvriendelijke producten. Anthonissen: "Verbruiksbelastingen zijn regressief, dat wil zeggen dat mensen met een laag inkomen verhoudingsgewijs meer belasting op hun voeding, energie enzovoort betalen. Dat ligt gevoelig bij links."

'Je kunt aan gezinnen zeggen dat ze 7 procent van de aankoopprijs van hun woning moeten investeren in energiezuinige ingrepen.' - Geert Goeyvaerts, KU Leuven

De Europese Commissie moedigt de lidstaten van de Europese Unie aan er onder meer via belastingen voor te zorgen dat de milieukosten in de prijs van een product worden verrekend. "Het zijn externaliteiten, externe effecten van een economische activiteit of kosten waarvoor derden opdraaien", zegt Vincent van Steenberghe, gastdocent aan de UCL en expert klimaatbeleid bij de federale overheidsdienst Volksgezondheid. "Het is een probleem dat je het beste kunt oplossen door een prijs te kleven op de CO2-uitstoot. Ik spreek me er niet over uit of die prijs moet worden betaald via een CO2-taks of in een andere vorm. Maar zolang de producenten en de consumenten van de goederen de maatschappelijke milieukosten niet dragen, zullen we geen gedragswijziging zien."

Europese koolstofprijs

Er is op Europees niveau afgesproken de uitstoot van broeikasgassen over alle sectoren tegen 2020 met 20 procent te verlagen tegenover 1990, en de productie van groene energie te doen stijgen tot 20 procent van de totale energieconsumptie. Tegen 2030 moet de emissie van broeikasgassen met 30 procent naar beneden tegenover 1990, en het aandeel van hernieuwbare energie moet naar 32 procent. Elke lidstaat moet zijn steentje bijdragen.

Voor energie-intensieve sectoren zoals de zware industrie en de elektriciteitsproducenten bestaat al een Europese koolstofprijs door het systeem van de verhandelbare emissierechten. Die bedrijven kregen een deel van de rechten gratis, en als ze hun uitstoot wat verminderden, konden ze zelfs nog rechten verkopen op de markt. Een deel van de emissierechten wordt niet langer gratis verdeeld, maar geveild. De opbrengsten worden verdeeld onder de lidstaten van de Europese Unie. "Minstens de helft van de opbrengsten moet worden gebruikt voor klimaatredenen en mag niet worden teruggegeven aan de industrie", weet Bachus.

Belgische koolstofprijs

Over een Belgische koolstofprijs voor de andere sectoren, die samen 63 procent van de CO2 in ons land uitstoten, vooral transport en gebouwen, is in 2017 een groot debat gevoerd met alle stakeholders. "Zowel de werkgevers als de vakbonden, de grote en de kleine bedrijven, de ngo's en de consumentenorganisaties waren het eens over het principe dat CO2-emissie een prijs moet hebben", zegt Van Steenberghe.

"Maar als je een CO2-heffing zou invoeren op de emissies van gebouwen en vervoer, moet die op de een of andere manier terugvloeien naar de betalers: via premies voor de renovatie van gebouwen bijvoorbeeld. De gele hesjes indachtig, nemen we daar het beste sociale aspecten in overweging." Van Steenberghe vindt dat bijvoorbeeld doelgericht een deel van die opbrengsten moet worden gebruikt om grote en slecht geïsoleerde huizen te renoveren en energie-armoede te bestrijden.

'Een koolstofprijs alleen zal nooit werken.' - Vincent van Steenberghe, FOD Volksgezondheid

Van Steenberghe: "Een koolstofprijs alleen zal nooit werken. Ten eerste mag die prijs niet van vandaag op morgen worden ingevoerd. De koolstofprijs moet in het begin laag zijn en stelselmatig worden opgetrokken, zodat mensen er rekening mee kunnen houden als ze een renovatie uitvoeren of een nieuwe auto kopen. Het doel en het traject moeten duidelijk zijn. Bovendien moet er substitutie mogelijk zijn. Zo moet er worden geïnvesteerd in fietspaden en openbaar vervoer."

Wonen

De KU Leuven gaf in 2014 de aanzet voor een grondige hervorming van de woonfiscaliteit, op het moment dat Vlaanderen daarvoor bevoegd werd. Daarbij pleitten de specialisten ervoor dat de woonbonus volledig wordt afgeschaft. "Wij staan nog altijd achter een afbouw van de fiscale voordelen voor de enige eigen woning", zegt onderzoeker Geert Goeyvaerts.

"Die fiscale voordelen maken de woningen niet betaalbaarder. Als je de geleidelijke afbouw van de woonbonus tegelijk met een graduele verlaging van de registratierechten doorvoert, kan dat budgettair neutraal zijn. De overheid zou dat zeker niet voelen als je dat op 20 of 25 jaar doet."

Specialisten pleiten ervoor dat de woonbonus volledig wordt afgeschaft.

"Voor de lopende leningen is het wel fair dat de overheid haar engagementen nakomt", zegt Goeyvaerts. De oude woonbonus voor lopende leningen kostte de Vlaamse overheid in 2016 ongeveer 1,75 miljard euro. Voor de nieuwe geïntegreerde woonbonus ging in 2016 1,14 miljard euro buiten. Dat is bijna 3 miljard euro aan uitgaven, die de komende 10 à 20 jaar doorlopen. Aan de inkomstenzijde staan 2,41 miljard euro registratierechten of koopbelastingen, en 2,67 miljard euro onroerende voorheffing.

De registratierechten verstoren de markt meer dan de jaarlijkse onroerende voorheffing. We vroegen aan Goeyvaerts of we bepaalde energienormen kunnen koppelen aan het verdwijnen van de registratierechten. "Puur theoretisch zou je aan gezinnen kunnen vragen dat ze 7 procent van de aankoopprijs, het tarief van de registratierechten, investeren in energiezuinige ingrepen. Voor nieuwbouw kun je eisen dat een bepaald energiepeil wordt gehaald."

Bachus denkt dat het zinvol is energieprestaties te verrekenen in specifieke belastingen zoals de koopbelasting voor woningen of de onroerende voorheffing. "Tegen 2050 moeten alle huizen en gebouwen gerenoveerd zijn", zegt Van Steenberghe. "Die investeringen in isolatie of warmtepompen verdienen zichzelf in belangrijke mate terug via de lagere energiefactuur. We kunnen zeker wel manieren bedenken om voor mensen die die investering niet kunnen dragen financiering te mobiliseren. Alle nieuwe gebouwen moeten CO2-neutraal zijn."

Transport

De Belgische overheid verspeelt volgens schattingen van de Europese Commissie bijna 3,75 miljard euro aan inkomsten door de gunstige fiscale behandeling van bedrijfswagens. "Van alle OESO-landen ligt de totale jaarlijkse subsidie per auto het hoogst in België, op 2763 euro per jaar per auto. Een recent rapport geeft aan dat bedrijfswagens in België jaarlijks 6000 kilometer extra afleggen en dat het welvaartsverlies 905 miljoen euro bedraagt."

Die berekening van het welvaartsverlies komt van het Planbureau en slaat op de verergering van de files en de schade aan het milieu, maar ook op het feit dat gezinnen duurdere wagens kopen dan ze uit eigen beweging zouden doen, wat het Planbureau een misallocatie van de middelen noemt.

'De afschaffing van de gunstige fiscale behandeling van bedrijfswagens is een belangrijk wapen in de strijd tegen de klimaatverandering.' - Vincent van Steenberghe, FOD Volksgezondheid

Het mobiliteitsbudget en het extra nettoloon in ruil van de bedrijfswagen ( cash for cars) zijn schuchtere pogingen om bedrijfswagens van de weg te halen. Daar komt nog bij dat de fiscale aftrekbaarheid voor tankkaarten voor werkgevers in 2017 is verlaagd tot 250 euro per kaart. Het blijft morrelen in de marge. Het ligt gevoelig aan de bedrijfswagen te raken, omdat die niet voor niets vaak salariswagen wordt genoemd en een uitweg bood voor de te hoge belasting op loon, die er nog altijd is.

Toch vindt Van Steenberghe de afschaffing van de gunstige fiscale behandeling van de bedrijfswagen een belangrijk wapen in de strijd tegen de klimaatverandering. "We moeten inzetten op carpoolen en autodelen, nieuwe vormen van mobiliteit en een groot deel van het traject afleggen met de fiets of te voet. Dat moet in de plaats komen van de bedrijfswagens waarin slechts één persoon zich van en naar zijn werk verplaatst."

Bachus somt nog enkele andere milieuschadelijke subsidies op. "Er is een terugbetalingssysteem om de hogere accijnzen op diesel te compenseren voor transport- en taxibedrijven. In 2017 kostte dat systeem de overheid 357 miljoen euro. Er is ook de vrijstelling van de accijnzen op elektriciteit voor de grootgebruikers en de korting op de federale bijdrage op de in België verbruikte hoeveelheid elektriciteit en aardgas. Die moeten de competitiviteit van de bedrijven ten opzichte van het buitenland vrijwaren. Ook die moeten in het debat worden betrokken."