In onze familie heeft een klikspaan meer boter op het hoofd dan de verklikte. Als een van onze dochters kwam klikken over haar zus, werd ze meteen de deur gewezen en kreeg de zus die buiten de lijntjes had gekleurd een vrijbrief. Na verloop van tijd was er van klikken geen sprake meer. Toch zinloos.

Op de valreep van 2019 heeft het parlement met een grote meerderheid een revolutionaire wet goedgekeurd, die tussenpersonen verplicht "mogelijk agressieve grensoverschrijdende constructies" te melden aan de fiscus. De wet komt niet uit een Belgische koker. Een Europese richtlijn, in het jargon de DAC 6-richtlijn genoemd, heeft de lidstaten opgelegd dat in te voeren. De fiscale administraties van de lidstaten zullen de informatie die ze op die manier hebben vergaard, met elkaar delen. Het wordt zeker een gamechanger.

Alle tussenpersonen die constructies bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor uitvoering of de uitvoering ervan beheren, moeten ze melden. Dat zullen voornamelijk belastingadviseurs, advocaten, accountants en vermogensbeheerders zijn. Maar ook een vennootschap met een interne fiscalist die één van die taken in de groep op zich neemt, heeft die meldingsplicht.

Daar blijft het niet bij. Ook iemand die zelf niets bedacht heeft, maar louter hulp, bijstand of advies geeft en weet of op redelijke wijze kan weten dat hij of zij bij een dergelijke constructie betrokken is, ontsnapt niet aan de meldingsplicht. Dat kunnen bijvoorbeeld bankiers, revisoren en waarderingsspecialisten zijn, en zelfs voetbalclubs.

Zij moeten agressieve, grensoverschrijdende constructies melden. Dat begrip wordt zeer ruim ingevuld. Men viseert alle mogelijke soorten van verrichtingen waarbij meer dan één land betrokken is: acties, transacties, overeenkomsten en dergelijke. Om het agressieve karakter te beoordelen, moet de constructie worden getoetst aan technische criteria. Is één van die criteria vervuld, dan ontstaat er meldingsplicht.

De Gedachtepolitie van George Orwell is een feit.

Kort door de bocht, komt het erop neer dat men toetst of de mogelijkheid bestaat dat belastbare winsten zouden verschuiven naar iets meer fiscaalvriendelijk of dat de totale belastingdruk zou verminderen. Opmerkelijk is dat het mogelijke gebruik van de verrichting voor fiscale planning al voldoende is om ze te moeten melden. Er moet ook niet noodzakelijk een fiscaal motief zijn. Zelfs als de constructie uiteindelijk tot meer belasting zou leiden, blijft de meldingsplicht bestaan. De melding moet gebeuren niet alleen na de eerste uitvoeringsstap, maar al op het moment dat de constructie voor uitvoering beschikbaar is gesteld of gereed is voor uitvoering. Er kan dus een melding zijn zonder enige uitvoering.

Het aangeven van een strafbaar feit aan de overheid door een burger is eeuwenoud. Ook bij ons bestaan verschillende meldingsverplichtingen. Wie getuige is geweest van een aanslag tegen de openbare veiligheid of op iemands leven of eigendom, moet dat aangeven. Een ambtenaar die tijdens zijn werk een misdaad of wanbedrijf opmerkt, is verplicht dat onmiddellijk te melden. In het kader van de preventieve antiwitwaswetgeving moeten verrichtingen, pogingen tot verrichtingen en feiten worden gemeld die gelinkt kunnen worden aan het misdrijf van witwassen van geld of de financiering van terrorisme.

Nu gaat de EU veel verder. Er hoeft niet langer sprake te zijn van een misdrijf. Er hoeft zelfs geen poging tot een misdrijf te zijn. Het vermijden van belasting is namelijk geen misdrijf. En het gaat zelfs nog verder, enkel het aftoetsen van een gedachte van een belastingplichtige om iets te doen dat niet strafbaar is, moet al gemeld worden. Is er in de geschiedenis ooit al een samenleving geweest die burgers verplichtte volstrekt niet-strafbare zaken en de loutere gedachtewisselingen daarover te verklikken bij de overheid?

De gedachtepolitie van George Orwell is een feit. Zo worden tussenpersonen de klapspanen van de 21ste eeuw, een stuk hout waarmee de melaatse in de middeleeuwen zijn komst aankondigde en de etymologische oorsprong van het woord klikspaan.

In onze familie heeft een klikspaan meer boter op het hoofd dan de verklikte. Als een van onze dochters kwam klikken over haar zus, werd ze meteen de deur gewezen en kreeg de zus die buiten de lijntjes had gekleurd een vrijbrief. Na verloop van tijd was er van klikken geen sprake meer. Toch zinloos. Op de valreep van 2019 heeft het parlement met een grote meerderheid een revolutionaire wet goedgekeurd, die tussenpersonen verplicht "mogelijk agressieve grensoverschrijdende constructies" te melden aan de fiscus. De wet komt niet uit een Belgische koker. Een Europese richtlijn, in het jargon de DAC 6-richtlijn genoemd, heeft de lidstaten opgelegd dat in te voeren. De fiscale administraties van de lidstaten zullen de informatie die ze op die manier hebben vergaard, met elkaar delen. Het wordt zeker een gamechanger. Alle tussenpersonen die constructies bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor uitvoering of de uitvoering ervan beheren, moeten ze melden. Dat zullen voornamelijk belastingadviseurs, advocaten, accountants en vermogensbeheerders zijn. Maar ook een vennootschap met een interne fiscalist die één van die taken in de groep op zich neemt, heeft die meldingsplicht. Daar blijft het niet bij. Ook iemand die zelf niets bedacht heeft, maar louter hulp, bijstand of advies geeft en weet of op redelijke wijze kan weten dat hij of zij bij een dergelijke constructie betrokken is, ontsnapt niet aan de meldingsplicht. Dat kunnen bijvoorbeeld bankiers, revisoren en waarderingsspecialisten zijn, en zelfs voetbalclubs.Zij moeten agressieve, grensoverschrijdende constructies melden. Dat begrip wordt zeer ruim ingevuld. Men viseert alle mogelijke soorten van verrichtingen waarbij meer dan één land betrokken is: acties, transacties, overeenkomsten en dergelijke. Om het agressieve karakter te beoordelen, moet de constructie worden getoetst aan technische criteria. Is één van die criteria vervuld, dan ontstaat er meldingsplicht.Kort door de bocht, komt het erop neer dat men toetst of de mogelijkheid bestaat dat belastbare winsten zouden verschuiven naar iets meer fiscaalvriendelijk of dat de totale belastingdruk zou verminderen. Opmerkelijk is dat het mogelijke gebruik van de verrichting voor fiscale planning al voldoende is om ze te moeten melden. Er moet ook niet noodzakelijk een fiscaal motief zijn. Zelfs als de constructie uiteindelijk tot meer belasting zou leiden, blijft de meldingsplicht bestaan. De melding moet gebeuren niet alleen na de eerste uitvoeringsstap, maar al op het moment dat de constructie voor uitvoering beschikbaar is gesteld of gereed is voor uitvoering. Er kan dus een melding zijn zonder enige uitvoering. Het aangeven van een strafbaar feit aan de overheid door een burger is eeuwenoud. Ook bij ons bestaan verschillende meldingsverplichtingen. Wie getuige is geweest van een aanslag tegen de openbare veiligheid of op iemands leven of eigendom, moet dat aangeven. Een ambtenaar die tijdens zijn werk een misdaad of wanbedrijf opmerkt, is verplicht dat onmiddellijk te melden. In het kader van de preventieve antiwitwaswetgeving moeten verrichtingen, pogingen tot verrichtingen en feiten worden gemeld die gelinkt kunnen worden aan het misdrijf van witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Nu gaat de EU veel verder. Er hoeft niet langer sprake te zijn van een misdrijf. Er hoeft zelfs geen poging tot een misdrijf te zijn. Het vermijden van belasting is namelijk geen misdrijf. En het gaat zelfs nog verder, enkel het aftoetsen van een gedachte van een belastingplichtige om iets te doen dat niet strafbaar is, moet al gemeld worden. Is er in de geschiedenis ooit al een samenleving geweest die burgers verplichtte volstrekt niet-strafbare zaken en de loutere gedachtewisselingen daarover te verklikken bij de overheid?De gedachtepolitie van George Orwell is een feit. Zo worden tussenpersonen de klapspanen van de 21ste eeuw, een stuk hout waarmee de melaatse in de middeleeuwen zijn komst aankondigde en de etymologische oorsprong van het woord klikspaan.