Een nooit geziene crisis vergt een nooit geziene reactie. De regeringen in dit land hebben verregaande maatregelen genomen om bedrijven en gezinnen die het moeilijk hebben door de coronacrisis, overeind te houden. Op federaal niveau en in het Brussels en het Waals Gewest heeft het parlement zijn bevoegdheid via volmachten aan de regering doorgegeven. Die volmachtenregeringen kunnen verregaande beslissingen nemen, en dat durft wel eens te botsen met fundamentele principes. De jongste weken was er bijvoorbeeld veel discussie over een tracking-app waarmee de overheid zou kunnen nagaan met wie besmette mensen in contact zijn geweest. Critici zien daarin de voorbode van een verregaande en geïnstitutionaliseerde inbreuk op de privacy. Maar niet alleen de privacy van de burger staat op het spel, ook fiscale grondrechten komen in het gedrang.

De fiscale grondrechten komen in het gedrang.

In de Belgische grondwet staat dat "geen belasting ten behoeve van de Staat kan worden ingevoerd dan door een wet". Dat principe moet de belastingplichtigen beschermen tegen de willekeur of de inhaligheid van een soeverein staatshoofd. In een democratie moeten de burgers over hun eigen fiscaliteit kunnen beslissen, via het parlement. Dat fundament wordt in deze coronatijden zomaar met voeten getreden. De volmachtenwet van 27 maart 2020 bepaalt wel uitdrukkelijk dat de volmachtbesluiten van de regering de fiscale wetgeving niet mogen aanpassen, opheffen, wijzigen of vervangen. Als de regering fiscale maatregelen wil nemen, moet ze een beroep doen op het parlement. De enige uitzondering is het toestaan van uitstel van betaling voor belastingen.

Die regel wordt niet gerespecteerd. Dat blijkt uit twee omzendbrieven waarmee de federale overheidsdienst Financiën op eigen houtje fiscale vrijstellingen toekent. In een omzendbrief over de financiële tegemoetkoming aan onthaalouders stelt de overheidsdienst die steunmaatregelen vrij van personenbelasting. Ze stelt zonder schroom: "Teneinde aan de betrokkenen volledige rechtszekerheid te garanderen zal de inhoud van deze circulaire bij wet worden bekrachtigd." In een omzendbrief van 21 april stelt de dienst dat het schenken in natura aan ziekenhuizen, bijvoorbeeld van mondmaskers, niet wordt beschouwd als een btw-handeling en aftrekbaar is als beroepskosten. Ook dat is een inbreuk op de fiscale wetgeving en druist in tegen het door de grondwet gewaarborgde fiscale legaliteitsbeginsel en de bevoegdheid van het parlement.

De fiscale administratie en de minister van Financiën mogen zo veel fiscale vrijstellingen invoeren als ze willen, ze hebben geen enkele fiscale waarde.

Ook minister van Financiën Alexander De Croo (Open Vld) laat zich gaan. "Geen belasting op gewestelijke steunmaatregelen", titelt een aankondiging op zijn website. Ook dat is niet correct. De minister kan dat wel wensen, maar daarvoor moet hij naar het parlement. De fiscale administratie en de minister van Financiën mogen zo veel fiscale vrijstellingen invoeren als ze willen, ze hebben geen enkele fiscale waarde. Alleen het parlement heeft die bevoegdheid. En de regering mag dan een wetsontwerp hebben ingediend om alle fiscale vrijstellingen te laten bekrachtigen, maar het parlement heeft het laatste woord.

En dat zou wel eens vervelend kunnen worden voor een volmachtenregering zonder parlementaire meerderheid. De aangekondigde fiscale vrijstelling voor de gewestelijke steunmaatregelen kan bijvoorbeeld voor communautair vuurwerk zorgen. De gewestelijke hinderpremie voor bedrijven die de deuren moesten sluiten, bedraagt in Vlaanderen en Brussel 4000 euro en in Wallonië 5000 euro. Een federale fiscale vrijstelling voor die premies betekent dat op kosten van de federale begroting een hogere fiscale vrijstelling wordt toegekend aan de Waalse dan aan de Vlaamse en de Brusselse bedrijven. Zal dat zomaar in het parlement passeren? Ik durf het te betwijfelen. Ook in coronatijden moet de boer op zijn ganzen passen.

Een nooit geziene crisis vergt een nooit geziene reactie. De regeringen in dit land hebben verregaande maatregelen genomen om bedrijven en gezinnen die het moeilijk hebben door de coronacrisis, overeind te houden. Op federaal niveau en in het Brussels en het Waals Gewest heeft het parlement zijn bevoegdheid via volmachten aan de regering doorgegeven. Die volmachtenregeringen kunnen verregaande beslissingen nemen, en dat durft wel eens te botsen met fundamentele principes. De jongste weken was er bijvoorbeeld veel discussie over een tracking-app waarmee de overheid zou kunnen nagaan met wie besmette mensen in contact zijn geweest. Critici zien daarin de voorbode van een verregaande en geïnstitutionaliseerde inbreuk op de privacy. Maar niet alleen de privacy van de burger staat op het spel, ook fiscale grondrechten komen in het gedrang. In de Belgische grondwet staat dat "geen belasting ten behoeve van de Staat kan worden ingevoerd dan door een wet". Dat principe moet de belastingplichtigen beschermen tegen de willekeur of de inhaligheid van een soeverein staatshoofd. In een democratie moeten de burgers over hun eigen fiscaliteit kunnen beslissen, via het parlement. Dat fundament wordt in deze coronatijden zomaar met voeten getreden. De volmachtenwet van 27 maart 2020 bepaalt wel uitdrukkelijk dat de volmachtbesluiten van de regering de fiscale wetgeving niet mogen aanpassen, opheffen, wijzigen of vervangen. Als de regering fiscale maatregelen wil nemen, moet ze een beroep doen op het parlement. De enige uitzondering is het toestaan van uitstel van betaling voor belastingen. Die regel wordt niet gerespecteerd. Dat blijkt uit twee omzendbrieven waarmee de federale overheidsdienst Financiën op eigen houtje fiscale vrijstellingen toekent. In een omzendbrief over de financiële tegemoetkoming aan onthaalouders stelt de overheidsdienst die steunmaatregelen vrij van personenbelasting. Ze stelt zonder schroom: "Teneinde aan de betrokkenen volledige rechtszekerheid te garanderen zal de inhoud van deze circulaire bij wet worden bekrachtigd." In een omzendbrief van 21 april stelt de dienst dat het schenken in natura aan ziekenhuizen, bijvoorbeeld van mondmaskers, niet wordt beschouwd als een btw-handeling en aftrekbaar is als beroepskosten. Ook dat is een inbreuk op de fiscale wetgeving en druist in tegen het door de grondwet gewaarborgde fiscale legaliteitsbeginsel en de bevoegdheid van het parlement. Ook minister van Financiën Alexander De Croo (Open Vld) laat zich gaan. "Geen belasting op gewestelijke steunmaatregelen", titelt een aankondiging op zijn website. Ook dat is niet correct. De minister kan dat wel wensen, maar daarvoor moet hij naar het parlement. De fiscale administratie en de minister van Financiën mogen zo veel fiscale vrijstellingen invoeren als ze willen, ze hebben geen enkele fiscale waarde. Alleen het parlement heeft die bevoegdheid. En de regering mag dan een wetsontwerp hebben ingediend om alle fiscale vrijstellingen te laten bekrachtigen, maar het parlement heeft het laatste woord. En dat zou wel eens vervelend kunnen worden voor een volmachtenregering zonder parlementaire meerderheid. De aangekondigde fiscale vrijstelling voor de gewestelijke steunmaatregelen kan bijvoorbeeld voor communautair vuurwerk zorgen. De gewestelijke hinderpremie voor bedrijven die de deuren moesten sluiten, bedraagt in Vlaanderen en Brussel 4000 euro en in Wallonië 5000 euro. Een federale fiscale vrijstelling voor die premies betekent dat op kosten van de federale begroting een hogere fiscale vrijstelling wordt toegekend aan de Waalse dan aan de Vlaamse en de Brusselse bedrijven. Zal dat zomaar in het parlement passeren? Ik durf het te betwijfelen. Ook in coronatijden moet de boer op zijn ganzen passen.