Nederland is zonder het goed en wel te beseffen verworden tot een Europees bestuursrechtelijk laboratorium. Dat laboratorium wordt gevormd door de Nederlandse toeslagenaffaire waarbij de belastingadministratie wetens foutieve aanslagen oplegde aan weerloze belastingplichtigen. Tot nu toe is enkel naar een zondebok in de vorm van "één of meerdere personen" gezocht. En dat moet wellicht in een rechtsstaat. Maar de realiteit is dat de zondebok geen persoon is. Het is een cultuur. Een cultuur die niet exclusief aan de Nederlandse belastingadministratie toe te schrijven is, maar wellicht waait door bijna alle Europese belastingadministraties. Ook de Belgische.

De belastingambtenaar uit de oude doos was een bezadigde en rustige man. Eentje met een kraakwit overhemd en zilverkleurige mouwophouders. Hij had tijd om zich zorgvuldig en nauwgezet van zijn taak te kwijten. Hij was beschermd in zijn statuut, genoot geen buitengewoon salaris, maar was wel verzekerd van een prima pensioen. Bevorderingen kwamen met anciënniteit.

De cultuur van het bedrijfsleven is linea recta getransponeerd in de ambtenaar. Dat is geen goed idee.

Vandaag wordt die ambtenaar gezien als een antipode, de tegenvoeter van de kaderleden en de ondernemers. Zij worden gedreven door gewin. In onze moderne managementcultuur wordt permanent gemeten. Dat heet KPI's, key performence indicaitors. Wij zijn intussen zo ver dat de begrippen zelfs niet meer moeten worden uitgelegd. Maar onze ambtenaar uit de oude doos kende die niet. De moderniteit heeft ons ertoe gebracht de ambtenaar te dwingen het stoffige achter zich te laten. Overheden hebben middelen nodig. Intussen weet ook de ambtenaar wat KPI's zijn. Dat is de moeder van alle schuld in de toeslagenaffaire.

De cultuur van het bedrijfsleven is linea recta getransponeerd in de ambtenaar. Dat is geen goed idee. Omdat de ambtenarij de overheid is, en de overheid macht is. Vanouds houdt het ons bezig hoe de burger tegen de macht van de overheid kan worden beschermd. Daar waar 'de stoffigheid' van onze ambtenaar de facto een beveilig vormde tegen misbruik, is dat vandaag volledig weg. Door het ambtelijk apparaat aan te zetten tot focus en productiviteit, is de kat bij de melk gezet. Nederland heeft wel de dubieuze eer het schandaal op een even grootschalige als ostentatieve wijze te moeten doormaken. Maar wellicht gebeurt het overal.

Nederland mag als eerste een antwoord formuleren op de sluimerende kanker in het systeem. En gelukkig maar dat de eer aan Nederland toekomt. Andere staten zouden wellicht niet veel verder komen dan dat de renaissance van de bestofte ambtenaar het enige soelaas zou zijn. Ze zouden daaraan dan ook meteen koppelen dat een terugkeer naar de oude toestand onmogelijk is. De tweede conclusie is juist. Maar de eerste - dat het de enige oplossing zou zijn - is dat allerminst.

Nederland mag als eerste een antwoord formuleren op de sluimerende kanker in het systeem.

Nederland heeft meer dan andere staten de intellectuele veerkracht om een ander antwoord te formuleren. De imprevisieleer, de hardheidsclausule, de doctrine van de mensenmaat en de mediatie in fiscaliteit zijn eigen aan Nederland. Terwijl continentaal Europa nog vasthield aan de gedachte dat belastingen van absolute openbare orde zijn en er dus per definitie geen ruimte voor enige interpretatie is, waren de geesten in Nederland al zo ver gerijpt dat het ook in belastingaangelegenheden zou moeten mogelijk zijn om bemiddeling door niet-ambtenaren toe te staan. Een private inmenging in een publieke aangelegenheid dus. Wellicht ligt in die gedachte ook de kiem van het antwoord op de uitdaging geformuleerd door de toeslagenaffaire. Die uitdaging is in een modern functionerende overheid een nieuwe effectieve beschermingsmethodiek in te bouwen.

Ik kijk uit naar het antwoord van de Nederlanders. Ik geloof dat als het ergens kan, het in Nederland is. Laten we dus hopen, want de Nederlanders zullen alle Europeanen er een plezier mee doen.

Nederland is zonder het goed en wel te beseffen verworden tot een Europees bestuursrechtelijk laboratorium. Dat laboratorium wordt gevormd door de Nederlandse toeslagenaffaire waarbij de belastingadministratie wetens foutieve aanslagen oplegde aan weerloze belastingplichtigen. Tot nu toe is enkel naar een zondebok in de vorm van "één of meerdere personen" gezocht. En dat moet wellicht in een rechtsstaat. Maar de realiteit is dat de zondebok geen persoon is. Het is een cultuur. Een cultuur die niet exclusief aan de Nederlandse belastingadministratie toe te schrijven is, maar wellicht waait door bijna alle Europese belastingadministraties. Ook de Belgische. De belastingambtenaar uit de oude doos was een bezadigde en rustige man. Eentje met een kraakwit overhemd en zilverkleurige mouwophouders. Hij had tijd om zich zorgvuldig en nauwgezet van zijn taak te kwijten. Hij was beschermd in zijn statuut, genoot geen buitengewoon salaris, maar was wel verzekerd van een prima pensioen. Bevorderingen kwamen met anciënniteit.Vandaag wordt die ambtenaar gezien als een antipode, de tegenvoeter van de kaderleden en de ondernemers. Zij worden gedreven door gewin. In onze moderne managementcultuur wordt permanent gemeten. Dat heet KPI's, key performence indicaitors. Wij zijn intussen zo ver dat de begrippen zelfs niet meer moeten worden uitgelegd. Maar onze ambtenaar uit de oude doos kende die niet. De moderniteit heeft ons ertoe gebracht de ambtenaar te dwingen het stoffige achter zich te laten. Overheden hebben middelen nodig. Intussen weet ook de ambtenaar wat KPI's zijn. Dat is de moeder van alle schuld in de toeslagenaffaire. De cultuur van het bedrijfsleven is linea recta getransponeerd in de ambtenaar. Dat is geen goed idee. Omdat de ambtenarij de overheid is, en de overheid macht is. Vanouds houdt het ons bezig hoe de burger tegen de macht van de overheid kan worden beschermd. Daar waar 'de stoffigheid' van onze ambtenaar de facto een beveilig vormde tegen misbruik, is dat vandaag volledig weg. Door het ambtelijk apparaat aan te zetten tot focus en productiviteit, is de kat bij de melk gezet. Nederland heeft wel de dubieuze eer het schandaal op een even grootschalige als ostentatieve wijze te moeten doormaken. Maar wellicht gebeurt het overal.Nederland mag als eerste een antwoord formuleren op de sluimerende kanker in het systeem. En gelukkig maar dat de eer aan Nederland toekomt. Andere staten zouden wellicht niet veel verder komen dan dat de renaissance van de bestofte ambtenaar het enige soelaas zou zijn. Ze zouden daaraan dan ook meteen koppelen dat een terugkeer naar de oude toestand onmogelijk is. De tweede conclusie is juist. Maar de eerste - dat het de enige oplossing zou zijn - is dat allerminst.Nederland heeft meer dan andere staten de intellectuele veerkracht om een ander antwoord te formuleren. De imprevisieleer, de hardheidsclausule, de doctrine van de mensenmaat en de mediatie in fiscaliteit zijn eigen aan Nederland. Terwijl continentaal Europa nog vasthield aan de gedachte dat belastingen van absolute openbare orde zijn en er dus per definitie geen ruimte voor enige interpretatie is, waren de geesten in Nederland al zo ver gerijpt dat het ook in belastingaangelegenheden zou moeten mogelijk zijn om bemiddeling door niet-ambtenaren toe te staan. Een private inmenging in een publieke aangelegenheid dus. Wellicht ligt in die gedachte ook de kiem van het antwoord op de uitdaging geformuleerd door de toeslagenaffaire. Die uitdaging is in een modern functionerende overheid een nieuwe effectieve beschermingsmethodiek in te bouwen. Ik kijk uit naar het antwoord van de Nederlanders. Ik geloof dat als het ergens kan, het in Nederland is. Laten we dus hopen, want de Nederlanders zullen alle Europeanen er een plezier mee doen.