De coronacrisis heeft de maatschappij ontregeld. Niet alleen heeft de lockdown het sociale weefsel aangetast en de mankementen van onze welvaartsstaat naar boven gebracht, ook economisch zijn de gevolgen niet te overzien. Het stilleggen van belangrijke delen van de economie, zoals de horeca en het toerisme, heeft serieuze consequenties voor heel wat bedrijven en hun personeel. De federale, regionale en lokale overheden hebben dan ook geen andere keus gehad dan steunmaatregelen af te kondigen, zoals de federale uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid voor werknemers, de regionale hinderpremies voor bedrijven en de lokale belastingverminderingen om bedrijven te ondersteunen. Die maatregelen kosten handenvol geld en zullen wegen op de begroting.

Op lokaal niveau zal de coronacrisis ook volgend jaar nog gevolgen hebben en de fiscale inkomsten aantasten. De aanvullende belasting op de personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing zijn de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeenten. De Vlaamse woongemeenten halen gemiddeld 49 procent van hun fiscale inkomsten uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting en 39 procent uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Vooral de fiscale inkomsten van de aanvullende personenbelasting zullen onder druk staan. Meer dan 1 miljoen mensen zijn tijdelijk werkloos geworden, wat een onmiddellijke impact zal hebben op de fiscale inkomsten op arbeid. Er zijn wel tijdelijke werkloosheidsuitkeringen, maar die zijn beperkt en vaak substantieel lager dan het brutoloon van die werknemers.

De coronacrisis zal ook de gemeenten dwingen nieuwe fiscale stappen te ondernemen.

Maar dat is niet het enige probleem. Zo heeft ook de taxshift van de vorige regering tot een daling van de aanvullende personenbelasting geleid. In 2017 bedroeg die daling 1,6 procent, een jaar later 3,4 procent. Aangezien de volgende regering de belastingdruk op arbeid voort zal verlagen, mogen de gemeenten dat niet uit het oog verliezen.

Daarnaast speelt ook de vergrijzing een rol. De bank Belfius heeft berekend dat de gemeenten tegen 2030 gemiddeld 17 procent minder fiscale inkomsten uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting zullen halen, met uitschieters tot 38 procent. Ook daarop beginnen de gemeenten het best nu al te anticiperen.

Voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing zijn de gevolgen van de coronacrisis minder relevant. Dat neemt niet weg dat ook die inkomstenbron van de gemeenten onder druk staat. Opnieuw volgens Belfius is het belastbaar kadastraal inkomen globaal met 10,8 procent gedaald. Dat is grotendeels te wijten aan de toename van het vrijgesteld kadastraal inkomen. Ook daarvan zullen de gemeenten fiscale nadelen ondervinden.

Tot slot tast de coronacrisis ook de eigen fiscale inkomsten van de gemeenten aan, bijvoorbeeld de parkeerheffingen, de marktrechten en aan het toerisme gebonden belastingen zoals de verblijfsbelasting (toeristentaks), de belasting op de verhuur van kamers en belastingen op foodtrucks.

De gemeenten moeten er zich bewust van zijn dat de coronacrisis, samen met andere factoren, belangrijke repercussies zal hebben voor de gemeentefinanciën. Zij kunnen daarop anticiperen door vooreerst de verhouding tussen de soorten fiscale inkomstenbronnen aan te passen en meer gewicht te leggen bij eigen lokale heffingen. Sommige gemeenten doen dat al en hebben de belasting op tweede verblijven verhoogd. De gemeenten kunnen ook op zoek gaan naar nieuwe en modernere fiscale inkomstenbronnen, bijvoorbeeld een databelasting of alternatieven voor de belasting op drijfkracht. In ieder geval zal de coronacrisis ook de gemeenten dwingen nieuwe fiscale stappen te ondernemen.

De coronacrisis heeft de maatschappij ontregeld. Niet alleen heeft de lockdown het sociale weefsel aangetast en de mankementen van onze welvaartsstaat naar boven gebracht, ook economisch zijn de gevolgen niet te overzien. Het stilleggen van belangrijke delen van de economie, zoals de horeca en het toerisme, heeft serieuze consequenties voor heel wat bedrijven en hun personeel. De federale, regionale en lokale overheden hebben dan ook geen andere keus gehad dan steunmaatregelen af te kondigen, zoals de federale uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid voor werknemers, de regionale hinderpremies voor bedrijven en de lokale belastingverminderingen om bedrijven te ondersteunen. Die maatregelen kosten handenvol geld en zullen wegen op de begroting. Op lokaal niveau zal de coronacrisis ook volgend jaar nog gevolgen hebben en de fiscale inkomsten aantasten. De aanvullende belasting op de personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing zijn de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeenten. De Vlaamse woongemeenten halen gemiddeld 49 procent van hun fiscale inkomsten uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting en 39 procent uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Vooral de fiscale inkomsten van de aanvullende personenbelasting zullen onder druk staan. Meer dan 1 miljoen mensen zijn tijdelijk werkloos geworden, wat een onmiddellijke impact zal hebben op de fiscale inkomsten op arbeid. Er zijn wel tijdelijke werkloosheidsuitkeringen, maar die zijn beperkt en vaak substantieel lager dan het brutoloon van die werknemers.Maar dat is niet het enige probleem. Zo heeft ook de taxshift van de vorige regering tot een daling van de aanvullende personenbelasting geleid. In 2017 bedroeg die daling 1,6 procent, een jaar later 3,4 procent. Aangezien de volgende regering de belastingdruk op arbeid voort zal verlagen, mogen de gemeenten dat niet uit het oog verliezen. Daarnaast speelt ook de vergrijzing een rol. De bank Belfius heeft berekend dat de gemeenten tegen 2030 gemiddeld 17 procent minder fiscale inkomsten uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting zullen halen, met uitschieters tot 38 procent. Ook daarop beginnen de gemeenten het best nu al te anticiperen. Voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing zijn de gevolgen van de coronacrisis minder relevant. Dat neemt niet weg dat ook die inkomstenbron van de gemeenten onder druk staat. Opnieuw volgens Belfius is het belastbaar kadastraal inkomen globaal met 10,8 procent gedaald. Dat is grotendeels te wijten aan de toename van het vrijgesteld kadastraal inkomen. Ook daarvan zullen de gemeenten fiscale nadelen ondervinden. Tot slot tast de coronacrisis ook de eigen fiscale inkomsten van de gemeenten aan, bijvoorbeeld de parkeerheffingen, de marktrechten en aan het toerisme gebonden belastingen zoals de verblijfsbelasting (toeristentaks), de belasting op de verhuur van kamers en belastingen op foodtrucks. De gemeenten moeten er zich bewust van zijn dat de coronacrisis, samen met andere factoren, belangrijke repercussies zal hebben voor de gemeentefinanciën. Zij kunnen daarop anticiperen door vooreerst de verhouding tussen de soorten fiscale inkomstenbronnen aan te passen en meer gewicht te leggen bij eigen lokale heffingen. Sommige gemeenten doen dat al en hebben de belasting op tweede verblijven verhoogd. De gemeenten kunnen ook op zoek gaan naar nieuwe en modernere fiscale inkomstenbronnen, bijvoorbeeld een databelasting of alternatieven voor de belasting op drijfkracht. In ieder geval zal de coronacrisis ook de gemeenten dwingen nieuwe fiscale stappen te ondernemen.