Vorige maand zei Unizo-topman Karel Van Eetvelt in De Tijd dat de fiscale controles de pan uit rijzen en enkel tot doel hebben kleine ondernemers die niets hebben misdaan euro's uit hun zakken te slaan. Een opmerkelijke uitspraak die vragen oproept. Is het inderdaad zo dat de fiscale en sociale controles zijn doorgeslagen onder invloed van het begrotingsbeleid? De ervaring leert dat de relatie tussen de belastingplichtigen en de fiscus de laatste jaren fel bekoeld is. Er blijkt flink wat druk op het controleapparaat te zitten. Minstens bestaat er bij heel wat ondernemers de perceptie dat een controleur moet scoren bij een controle en centen voor de schatkist moet opbrengen. Dat is natuurlijk te betreuren. Een fiscale controle zou in de eerste plaats corrigerend moeten zijn en niet gericht op bestraffen.
...

Vorige maand zei Unizo-topman Karel Van Eetvelt in De Tijd dat de fiscale controles de pan uit rijzen en enkel tot doel hebben kleine ondernemers die niets hebben misdaan euro's uit hun zakken te slaan. Een opmerkelijke uitspraak die vragen oproept. Is het inderdaad zo dat de fiscale en sociale controles zijn doorgeslagen onder invloed van het begrotingsbeleid? De ervaring leert dat de relatie tussen de belastingplichtigen en de fiscus de laatste jaren fel bekoeld is. Er blijkt flink wat druk op het controleapparaat te zitten. Minstens bestaat er bij heel wat ondernemers de perceptie dat een controleur moet scoren bij een controle en centen voor de schatkist moet opbrengen. Dat is natuurlijk te betreuren. Een fiscale controle zou in de eerste plaats corrigerend moeten zijn en niet gericht op bestraffen. Maar het is natuurlijk niet zo dat een ondernemer zonder verhaal is tegen een overijverige belastingcontroleur. Een gecontroleerde ondernemer hoeft zich niet bij het standpunt van de fiscus neer te leggen en moet niet tot elke prijs een akkoord sluiten. Hij kan een bezwaarschrift indienen bij de fiscus en, als dat niet helpt, de stap naar de fiscale rechtbank zetten. Een fiscale procedure voeren loont. Uit de statistieken van de federale overheidsdienst Financiën blijkt dat tussen 2012 en 2015 gemiddeld 62 procent van de bezwaarschriften werd ingewilligd. Dat betekent dat de gewestelijk directeur de taxatiedienst heeft teruggefloten en de taxaties heeft vernietigd. De fiscus kreeg in 25 procent van de gevallen gelijk, in 13 procent van de gevallen was er een gemengde uitspraak. Van de zaken die na een negatieve bezwaarprocedure toch nog bij de rechtbanken zijn beland, kreeg de belastingplichtige in 20 procent van de gevallen gelijk. 63 procent werd uitgesproken in het voordeel van de fiscus, en 17 procent waren gemengde uitspraken. Als we beide statistieken naast elkaar plaatsen, kunnen we alleen maar concluderen dat de meerderheid van de gecontesteerde taxaties foutief is. Dat roept vragen op over de kwaliteit van de fiscus, maar ook over de kwaliteit van de wetgeving. Een andere vraag is of dat nog lang blijft duren. Er zijn verontrustende evoluties aan de gang. Vooreerst voert de adminis-tratie een nieuwe interne procedure in voor de afhandeling van een bezwaarschrift. Terwijl bezwaarambtenaren vroeger vrij autonoom onder het toezicht van de gewestelijk directeur konden werken, moeten ze nu voor elke beslissing contact opnemen met de ambtenaar die de taxatie heeft gevestigd en overleg plegen. Het spreekt voor zich dat dit de onafhankelijkheid van de bezwaarambtenaar zal aantasten en de statistieken in negatieve zin zal beïnvloeden. Daarnaast is er ook gerechtelijk een negatieve evolutie, nu het Hof van Cassatie in een ophefmakend arrest van 22 mei 2015 heeft geoordeeld dat onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale zaken slechts moet worden uitgesloten als de wetgever in bijzondere sancties heeft voorzien, de bewijsmiddelen zijn verkregen op een manier die zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat het gebruik onder alle omstandigheden als ontoelaatbaar moet worden geacht, of het gebruik van het bewijs het recht van de belastingplichtige op een eerlijk proces in het gedrang brengt. Tot wat dat aanleiding geeft, blijkt uit rechtspraak van het hof van beroep in Antwerpen van 12 april en 31 mei dit jaar. In die arresten stelde het hof dat de fiscus het artikel 315 WIB92 schendt als de administratie in een vraag om inlichtingen de voorlegging van 'boeken en bescheiden' 'met verplaatsing' vraagt op straffe van een sanctie. Maar het hof bevestigt dat dit op grond van de rechtspraak van het Hof van Cassatie niet impliceert dat het onrechtmatig verkregen bewijs moet worden geweerd en dus door de fiscus mag worden gebruikt. We moeten dus zeer waakzaam blijven dat de fiscaliteit correct wordt toegepast en dat de rechten van de belastingplichtigen op alle niveaus worden gevrijwaard. De belastingplichtigen moeten regels respecteren, maar de fiscus ook. Het manipuleren van procedures en het toelaten van onrechtmatigheden door de fiscus zal op middellange termijn het geloof in de fiscale rechtstaat aantasten.