Allicht hebben veel kinderen het deze vakantie weer ondervonden: het graven van een diepe put aan het strand is moeilijker dan gedacht. De beste manier van werken is een brede put te graven. Dat geldt ook voor intellectuele zaken, zelfs voor juridische en fiscale. In mijn eerste jaren als advocaat stimuleerde mijn leermeester Victor Dauginet me om de juridische curiositeit ruimte te geven en mijn ervaring te verbreden. Veel meer dan de gemiddelde fiscale advocaat maakte ik uitstapjes buiten de zuivere fiscaliteit. Een goed commercieel geding ging er van tijd tot tijd wel in. Dat betekende ook dat ik vaak met de kortgedingrechter te maken kreeg. Wie 'kort geding' zegt, zegt tegelijk ook 'dwanguitvoering' en 'dwangsommen'. Meer dan twintig jaar later blijken die oefeningen een schat aan relevante ervaring te hebben opgeleverd.

Nog voor zijn zomerreces, dat in juli start, heeft de ministerraad een voorontwerp van een wet aangenomen om verregaande aanpassingen door te voeren aan de fiscale procedure. Het orgelpunt ervan is dat de fiscus voortaan een dwangsom kan laten opleggen aan een onwillige belastingplichtige om hem te dwingen mee te werken aan een fiscale visitatie. Het hoeft geen betoog dat dat beroering wekt. Mag een belastingplichtige wel worden gedwongen? En in welke omstandigheden dan? Dat zal moeten worden getoetst aan de Europese rechtspraak over het verbod van zelfincriminatie.

De belastingplichtige moet een fiscale visitatie al te vaak lijdzaam ondergaan. Daar kan nu verandering in komen.

Daarnaast zit er een bijzonder onverwacht kantje aan de nieuwe wet. Vandaag is een rechterlijke toetsing van wat de fiscus mag - en vooral niet mag - ver weg bij de fiscale visitatie. Die vat de visitatie vaak op als een fiscale huiszoeking. De belastingplichtige moet die al te vaak lijdzaam ondergaan en hij kan zich slechts post factum verweren. Daar kan nu verandering in komen. Als de belastingplichtige niet spontaan medewerking verleent aan de zoeking, schrijft de wet voor dat de fiscus die medewerking met een dwangsom zal afdwingen. De fiscus zal die wel bij een kortgedingrechter moeten verkrijgen. Dat is een copernicaanse omwenteling. Tot nu is het de belastingplichtige die het initiatief moet nemen om zich te wenden tot de rechter.

De wetgever heeft zich wellicht ook geen rekenschap gegeven van het feit dat de belastingplichtige bij die procedure moet worden betrokken. De fiscus zal niet zomaar achter de rug van de belastingplichtige naar de rechter kunnen stappen om snel, snel een dwangsom te verkrijgen. Eenzijdige verzoekschriften kunnen in ons rechtsbestel, maar zijn de absolute uitzondering. En die uitzondering laat zich niet toepassen als er een openlijk en al bestaand geschil is over de toepassing van de wet.

En gelukkig kunnen dwangsommen niet zomaar, of voor algemeenheden, worden opgelegd. Nee, het moet om bijzonder duidelijk afgebakende handelingen gaan. Overigens zal een kortgedingrechter ook moeten nagaan of de handeling waarvoor een dwangsom wordt opgelegd een correcte feitelijke en wettelijke basis heeft. Voor de kortgedingrechter zal de fiscus moeten verantwoorden welke handeling ze precies wil afdwingen. De belastingplichtige zal zijn opmerkingen kunnen geven nog voor de fiscus de onderzoekshandelingen kan stellen.

Een voorbeeld: als de fiscus data wil kopiëren, zal de administratie moeten aanduiden om welke informatie het gaat en waar ze meent die te kunnen vinden. De belastingplichtige zal dan ook meteen procesgaranties kunnen vragen. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zullen de eerste gedingen zich afspelen over het zuiveren van vertrouwelijke informatie en het installeren van garanties met betrekking tot het verwerken van de informatie. Niet alles is wat het lijkt. En al zeker niet bij deze wet. Geïnstalleerd als een gesel voor de belastingplichtige zal ze in de praktijk vaak een zegen blijken te zijn.

De auteur is advocaat-vennoot bij Tuerlinckx Tax Lawyers

Allicht hebben veel kinderen het deze vakantie weer ondervonden: het graven van een diepe put aan het strand is moeilijker dan gedacht. De beste manier van werken is een brede put te graven. Dat geldt ook voor intellectuele zaken, zelfs voor juridische en fiscale. In mijn eerste jaren als advocaat stimuleerde mijn leermeester Victor Dauginet me om de juridische curiositeit ruimte te geven en mijn ervaring te verbreden. Veel meer dan de gemiddelde fiscale advocaat maakte ik uitstapjes buiten de zuivere fiscaliteit. Een goed commercieel geding ging er van tijd tot tijd wel in. Dat betekende ook dat ik vaak met de kortgedingrechter te maken kreeg. Wie 'kort geding' zegt, zegt tegelijk ook 'dwanguitvoering' en 'dwangsommen'. Meer dan twintig jaar later blijken die oefeningen een schat aan relevante ervaring te hebben opgeleverd. Nog voor zijn zomerreces, dat in juli start, heeft de ministerraad een voorontwerp van een wet aangenomen om verregaande aanpassingen door te voeren aan de fiscale procedure. Het orgelpunt ervan is dat de fiscus voortaan een dwangsom kan laten opleggen aan een onwillige belastingplichtige om hem te dwingen mee te werken aan een fiscale visitatie. Het hoeft geen betoog dat dat beroering wekt. Mag een belastingplichtige wel worden gedwongen? En in welke omstandigheden dan? Dat zal moeten worden getoetst aan de Europese rechtspraak over het verbod van zelfincriminatie. Daarnaast zit er een bijzonder onverwacht kantje aan de nieuwe wet. Vandaag is een rechterlijke toetsing van wat de fiscus mag - en vooral niet mag - ver weg bij de fiscale visitatie. Die vat de visitatie vaak op als een fiscale huiszoeking. De belastingplichtige moet die al te vaak lijdzaam ondergaan en hij kan zich slechts post factum verweren. Daar kan nu verandering in komen. Als de belastingplichtige niet spontaan medewerking verleent aan de zoeking, schrijft de wet voor dat de fiscus die medewerking met een dwangsom zal afdwingen. De fiscus zal die wel bij een kortgedingrechter moeten verkrijgen. Dat is een copernicaanse omwenteling. Tot nu is het de belastingplichtige die het initiatief moet nemen om zich te wenden tot de rechter. De wetgever heeft zich wellicht ook geen rekenschap gegeven van het feit dat de belastingplichtige bij die procedure moet worden betrokken. De fiscus zal niet zomaar achter de rug van de belastingplichtige naar de rechter kunnen stappen om snel, snel een dwangsom te verkrijgen. Eenzijdige verzoekschriften kunnen in ons rechtsbestel, maar zijn de absolute uitzondering. En die uitzondering laat zich niet toepassen als er een openlijk en al bestaand geschil is over de toepassing van de wet. En gelukkig kunnen dwangsommen niet zomaar, of voor algemeenheden, worden opgelegd. Nee, het moet om bijzonder duidelijk afgebakende handelingen gaan. Overigens zal een kortgedingrechter ook moeten nagaan of de handeling waarvoor een dwangsom wordt opgelegd een correcte feitelijke en wettelijke basis heeft. Voor de kortgedingrechter zal de fiscus moeten verantwoorden welke handeling ze precies wil afdwingen. De belastingplichtige zal zijn opmerkingen kunnen geven nog voor de fiscus de onderzoekshandelingen kan stellen. Een voorbeeld: als de fiscus data wil kopiëren, zal de administratie moeten aanduiden om welke informatie het gaat en waar ze meent die te kunnen vinden. De belastingplichtige zal dan ook meteen procesgaranties kunnen vragen. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zullen de eerste gedingen zich afspelen over het zuiveren van vertrouwelijke informatie en het installeren van garanties met betrekking tot het verwerken van de informatie. Niet alles is wat het lijkt. En al zeker niet bij deze wet. Geïnstalleerd als een gesel voor de belastingplichtige zal ze in de praktijk vaak een zegen blijken te zijn.